Column Peter de Waard

Hoewel het mopperen op bankiersbonussen een ritueel is, koesteren Nederlanders allang hun ongelijkheid

Terwijl de Ikon – de laatste spreekbuis van armen – twee jaar geleden werd opgedoekt, zijn de (ex-)hoofdredacteuren van rijkeluisglossy Quote niet alleen vaste gasten bij de kletsprogramma’s, maar hebben ze ook hun eigen televisieshow. Ex-baas Jort Kelder mag bij de publieke omroep het oude geld koesteren, aristocraat Sander Schimmelpennick, de huidige baas, het familiegeld.

Nu zijn er meer vormen van on­gelijkheid dan kleuren in de regenboog. Met de inkomensongelijkheid valt het best mee, als de statistici moeten worden geloofd. Gemeten met de zogenoemde Gini-coëfficiënt, waarbij volkomen gelijkheid staat voor 0 en volkomen ongelijkheid voor 1 (één persoon heeft alles), behoort Nederland zelfs tot de meest egalitaire landen in de ­wereld. En die Gini-coëfficiënt van 0,26 procent is in Nederland volgens het CBS al decennialang stabiel. Dat de inkomensongelijkheid door de yuppies, paars en het neo-­liberale gedachtegoed is gegroeid, is niet te bewijzen. Nederland is ­onder Rutte III niet ongelijker dan onder Den Uyl, toen de natie en de ­publieke omroep in de greep waren van het herverdelingsvirus.

Maar als gekeken wordt naar vermogen is Nederland, aldus andere statistici, een van de meest ongelijke landen ter wereld. Van de 36 landen in de Oeso – de rijke landen-club – kent na de VS juist Nederland de grootste welvaartsongelijkheid. Hier bezit 10 procent van de bevolking 68 procent van de nationale koek. Alleen in de VS is het aandeel van de bovenlaag met 79 procent nog groter, aldus de studie Inequalities in household wealth.

Dat het vermogen in Nederland zo geconcentreerd is bij een kleine groep, hangt deels samen met de vastgoedmarkt. Liefst 60 procent heeft vanwege de hypotheekschuld een negatief vermogen. En 10 procent – de mensen die in de binnenstad van Amsterdam de pandjes opkopen – heeft een gigavermogen. Maar ook de belastingen op vermogen zijn in Nederland laag. De Gini-coëfficiënt voor vermogensongelijkheid van Nederland is daardoor met 0,8 procent bijna de hoogste in de wereld.

Ongelijkheid is minder erg zolang rijkdom eerlijk is verworven. Wie rijk wordt dankzij talent en inzet (zoals topvoetballers, succesvolle artiesten, ondernemers en, o ja, televisiekletsers) hoeft zich daarvoor niet te schamen.

Oneerlijk is het pas als de verschillen zijn gebaseerd op ras, sekse of rijke ouders. Zolang iedereen met dezelfde kansen wordt geboren en het van eigen ambitie afhangt of daarmee iets wordt gedaan, mag enige ongelijkheid. Volgens onderzoeksinstituut Ifo in München – in het rapport Measuring unfair inequality – is Nederland dan de heilstaat van de wereld. Slechts 7 procent van Nederland is oneerlijk rijk.

Maar bij Quote zullen ze dat onderscheid niet maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.