Column Esther Gerritsen

Hoeveel mensen zijn straatnamen en standbeelden waard?

In Polen verandert de regering voortvarend straatnamen die aan het communistisch verleden herinneren. Eigenlijk gaat het Instituut voor Nationale Herinnering daarover, maar de leiding van dit instituut wordt benoemd door het parlement waar de Partij Recht en Rechtvaardigheid een absolute meerderheid heeft. De Volkslegerlaan in Warschau heet nu dan ook Lech Kaczynski-laan, naar de tweelingbroer van de partijvoorzitter.

‘De manier waarop...’ deze veranderingen plaatsvinden, maakt het gemakkelijk om ze af te keuren. Dan hoef je nog niet eens na te denken over welke namen nou wel deugen en welke niet, een veel lastigere kwestie.

Iets dichter bij huis krijgt de JP Coenschool in Amsterdam na de zomer een andere naam. De school wil niet meer geassocieerd worden met het koloniale verleden van de VOC-gouverneur. Twee jaar geleden werd er ook al eens geopperd om de Coentunnel een nieuwe naam te geven. Dat is toen niet gebeurd. Maar de discussie is daarmee natuurlijk niet ten einde.

Het klinkt best redelijk, dat mensen die nou niet al te frisse daden op hun geweten hebben, geen straten of tunnels naar zich vernoemd krijgen. Tegelijkertijd voelt het als onbegonnen werk, de zuivering van de straatnamen.

De ultiem rechtvaardige kijk op de geschiedenis, bestaat die? Is er een mens denkbaar die dit overzicht heeft? Of is dat een smoes om er maar niet eens aan te beginnen, die rechtvaardige kijk?

Hoeveel mensen zijn straatnamen en standbeelden waard? Verdiende Marie Heineken het plein dat in 1994 naar haar vernoemd werd, vlak bij de voormalige Heinekenbrouwerij in Amsterdam? Een plein dat in de volksmond natuurlijk gewoon Heinekenplein heet.

Het kon eigenlijk niet, het verlangde Heinekenplein. Vanwege de regels dat straten in Amsterdam niet naar bedrijven of naar nog levende personen vernoemd mogen worden. Bovendien ligt het plein in een wijk waar de straten zijn vernoemd naar Nederlandse schilders. Had de Heinekenfamilie even geluk dat de oprichter van de brouwerij nog een nichtje had, ene Marie die had geschilderd!

Marie Heineken heeft een bescheiden Wikipedia-pagina, waarop je kunt lezen dat ze vooral bekend werd met haar bloemstillevens. Op haar begrafenis werd gezegd dat ze liefst eenvoudige bloemen schilderde ‘haar door haar vrienden aangeboden, of in eigen tuin gekweekt en verzorgd’.

Maar de beste zin op de pagina is toch wel: ‘Ze is later bekend geworden als naamgeefster van het Marie Heinekenplein.’ Dat is de boel nog eens mooi omgedraaid.

Ik stel mij voor dat de enige stamhouder in onze familie, de kleinzoon van mijn vaders broer, groot zal worden in, noem eens wat, geraniums. Een wereldbedrijf, dat onmisbaar zal worden voor de Nederlandse economie. Mijn achterneef zal een machtig man worden en wil zijn eigen plein. Hoe regelt hij dat? Ik ben tegen die tijd overleden, dat komt goed uit en mijn neef herinnert zich: Ach, een achternicht van me, die schreef toch wel eens wat? En dat ik dan een plein krijg in onze hoofdstad, het Gerritsenplein.

Het Gerritsenplein? Van de geraniums toch? Nou, eigenlijk is het naar een schrijfster vernoemd. O ja? Nou ja, dat plein dat naast het Geraniums van Gerritsen Museum ligt.

Het kunnen de geraniums van mijn achterneefje zijn die ervoor zorgen dat mijn naam wordt onthouden.

Dankzij het machtsmisbruik van een geraniumkweker zal mijn naam voortleven. Dat is niet eerlijk, maar zeker niet ondenkbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.