ColumnPeter Middendorp

Hoe zou onze literaire canon eruitzien als iedereen eerlijk was over zijn mening?

Een van de meest bejubelde romans van het afgelopen jaar moet wel Vallen is als vliegen van Manon Uphoff zijn, ‘waarin het autobiografische gegeven van misbruik in het gezin’, zoals de kranten schreven, ‘op een literaire manier benaderd wordt’. Ik heb Uphoff hoog zitten als schrijver, net als iedereen, maar dit werk verbaasde me.

Je kunt over zo’n boek moeilijk zeggen dat je het niet zo vreselijk sterk of schitterend vindt. Iemand vertelt jou een verhaal over de verschrikkelijke dingen die ze heeft meegemaakt en het enige waarover jij kunt beginnen is de vorm. Ja, heb je ook een groene? Maar ze heeft er een roman van gemaakt en dan durf je misschien iets te zeggen.

Een van de kwaliteiten van de roman zouden de omtrekkende bewegingen zijn die tijdens het vertellen worden gemaakt. Iedere keer als ze het onderwerp nadert, maakt ze er een. Als je een verhaal over depressie schrijft, mag je van Reve het woord ‘depressie’ eigenlijk niet gebruiken. Een verwante schrijfregel: show, don’t tell. Ik dacht dat de tips waren bedoeld om schrijvers dingen af te leren, niet als een poging ze bij hun thema’s weg te jagen tot je ze bijna niet meer kunt zien.

De taal zelf is vaak ook een beetje verhullend. ‘Mijn eerste herinnering aan de Koningin-Arriera (moeder, red.) zijn olfactorisch en vol synesthesie (…), de vage zweem van vis, geur van trimethylamine, in een lichte concentratie in haar schoot (…).’ Ik wil niet flauw zijn, of een boer, ik wil ook niet op andermans poëzie gaan zitten, maar volgens mijn woordenboek betekent dit dat er een walm uit moeders schoot opsteeg die de zintuigen ook vijftig jaar later nog in verwarring brengt.

Waarom viel ik niet in katzwijm voor het boek, net als de rest? Was het een kwestie van smaak waarover niet te twisten viel, droeg de keizer weinig kleren of mankeerde er iets aan mij? Mijn vriendin las het niet uit, wat nooit gebeurt, het enige wat ze in haar leven niet tot het einde heeft uitgelezen, is mijn FC Emmen-bundel. Ik roep weleens: ‘Pas nou toch op! Er zit een rode draad in, straks moet je weer helemaal opnieuw beginnen!’ Maar het helpt niet.

Hoeveel lezers van belangrijke romans zouden er bestaan, begon ik me af te vragen, die tijdens het lezen denken: ligt dit nou aan mij of wat? Stilletjes natuurlijk, bij zichzelf. Als iemand kijkt, zetten we snel een geïnteresseerd gezicht op. Ernstig. Het is meestal ernstig wat we goed moeten vinden van onszelf. En hoe zou onze literaire canon eruit hebben gezien als we eerlijk waren geweest?

Als iemand je een boek aanraadt, dat hebben we in elk geval geleerd, moet je altijd vragen: ‘Echt? En je hebt tijdens het lezen niet af en toe gedacht: ben ik nou gek? Tegen mij kun je dat wel zeggen, ik vertel zoiets niet door.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden