VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Kessel

Hoe zelfsturing een kasteelruïne tot nieuw leven brengt

Laten we afspreken op een plek die er zonder zelfsturing heel anders zou uitzien, had ik Geert Schmitz voorgesteld. Eerlijk gezegd rekende ik op een maaltijd met ouderen in een gemeenschapshuis, een ritje in de buurtbus of een wandeling door een stukje Peel waar dankzij omwonenden de moerasorchidee weer floreert.

Het werd een kasteel aan de Maas. En wat voor kasteel, je weet niet wat je ziet. Op het stenen onderstel van een oude burcht zijn hoge wanden van glas gebouwd, onder een strak dak van leisteen met uivormige schoorsteen. Een knetterende botsing van antiek en modern, gelegen op een zodanige verhoging dat de ramen een gul uitzicht op rivier of dorp bieden.

Kasteel de Keverberg: 25.000 uur vrijwilligerswerk.

Ruim zestig jaar keken de inwoners van Kessel uit op de ruïne van ‘hun’ kasteel, door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog vernield. Toen besloot een clubje dat het genoeg was; De Keverberg – de fundamenten behoren tot de oudste bouwwerken van het land – moest gerenoveerd worden. Tientallen dorpsgenoten hielpen bij die renovatie, samen 25.000 uur vrijwilligerswerk.

Dat deel van het verhaal vertelt Marcel van Bergen, ooit behorend tot de vijf dorpelingen die  het initiatief voor de kasteelverbouwing namen. Hij vertelt ook over het vervolg: dat er een verkeerscirculatieplan moet komen, dat de Maasboulevard en de haven worden aangepakt. En dat ook daarbij de inwoners het initiatief nemen. Van Bergen: ‘We voelen de energie van dit gebouw in onze gemeenschap.’

Het kasteel is een element in een groter verhaal: dat van de zelfsturing in Peel en Maas. Het was in 2013, het jaar dat Rutte II het woord participatiesamenleving in de Troonrede liet opnemen, dat ik kennismaakte met dit fenomeen. De inwoners van de elf dorpskernen van deze Noord-Limburgse gemeente bleken veel van het gemeenschapsleven zelf te organiseren: zorg voor ouderen, voor jongeren, de natuur. Pas als ze er niet uitkwamen, kwam de gemeente tussenbeide.

Ik ontmoette ook de architect van dat wonderbaarlijke bestuursmodel: Geert Schmitz, een bescheiden radicaal, bij de gemeente in dienst als strateeg. Nu gaat Schmitz met pensioen, reden hem opnieuw op te zoeken.

Geert Schmitz: niet te stoppen.

Wat zouden jullie nog van me willen, had hij aan het begin van zijn laatste dienstjaar gevraagd. Het is een boek geworden – Krijg de geest – waarin hij uitlegt hoe hij tot zijn concept van zelfsturing kwam. Geen verhalen over maaltijdservice of hulp in de huishouding, maar een theoretische context met veel Habermas, Adorno, Weber en Foucault, naast Arnold Cornelis en Willem Trommel. Zijn afscheidscadeau voor de gemeente, en wie het maar weten wil. Hij schreef het boek afgelopen zomer in drie maanden. ‘Is dat snel’, vraagt Schmitz. ‘Ik ken niet zo veel mensen die boeken schrijven.’

Leren loslaten, dat is het hart van zijn boodschap. De overheid moet afwachten, zelfs niet vragen: wat hebben jullie nodig. Geduldig zijn en zo nodig faciliteren. In Peel en Maas begon dat gedachtegoed een kwart eeuw geleden in te dalen. Intussen zijn de dorpskernen uitgegroeid tot bedevaartsoorden voor zelfsturing. Koning Willem Alexander is al meermaals geweest, net als allerlei ministers en gemeentebesturen.

De eerste zin van zijn boek zet de toon: ‘Ik hou van mensen, van het positieve, van het tegen beter weten in – enigszins naïef – toch te streven naar een betere wereld.’ Die ontstaat als de overheid ruimte geeft aan de inwoners. In de woorden van Schmitz: ‘Dereguleren, depolitiseren, desorganiseren’. Bestuurders stappen daar niet vanzelf in, weet de strateeg. Maar in Peel en Maas is de zelfsturing inmiddels een gegeven, ongeacht de samenstelling van het college. ‘Komt dit eenmaal op gang dan is het niet meer te stoppen en ontstaat een enorme verbondenheid.’

Marcel van Bergen: dit gebouw geeft energie.

De lyriek krijgt vat op hem. Hij spreekt van de gemeenschap als communicatief netwerk via de ‘architectuur van het onzichtbare’. Van de homo empathicus die in aantocht is. ‘We hebben geen keus, anders gaan we met z’n allen kopje onder.’

Ik vraag hem te reageren op het onderzoek van Hiska Ubels, die onlangs promoveerde op Vernieuwende vormen van lokaal bestuur met een hoge mate van burgerzelfsturing, en kanttekeningen plaatst bij het uithoudingsvermogen en de bekostiging van burgerinitiatieven. ‘Meteen in de titel zie je al waar het misgaat’, vindt Schmitz. ‘Gemeenschappen zijn geen lokaal bestuur. Het gaat niet om burgers die met de overheid meedoen. Leefwereld en systeemwereld moet je uit elkaar houden.’ Wel vermoedt hij dat de uitkomsten van Ubels voor de door haar onderzochte gemeenten kloppen. ‘De kolonisering van de overheid was nog nooit zo krachtig.’

Maar niet in Peel en Maas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden