OpinieWopke Hoekstra

Hoe Wopke Hoekstra zijn blazoen kan zuiveren

Een crisis in de eurozone vermijden kan, mits monetaire ­financiering van de staatsschulden wél mag, betoogt Bert de Vries.

Italiaanse premier Giuseppe Conte in zijn kantoor.Beeld AFP

Opnieuw kwamen de ministers van financiën er na een slopende tot in de kleine uurtjes durende vergadering niet uit. Wie zich nog goed de ­eurocrisis herinnert zal niet verbaasd zijn over het moeizame Europese overleg over de bestrijding van de ­coronacrisis. Ook toen botsten Noord en Zuid over de wenselijkheid van het instellen van een groot noodfonds dat eurobonds zou uitgeven.

Noordelijke lidstaten zouden zich daardoor garant moeten stellen voor de schulden van zuidelijke lidstaten Dat is strijdig met het Verdrag van Maastricht. Het Constitutionele Hof in Karlsruhe sprak in 2011 uit dat er een verdragswijziging voor nodig is. Merkel zwoer tijdens de eurocrisis dat het tijdens haar leven niet zou­ gebeuren. Het is nauwelijks te verwachten dat ze er in haar nadagen in Duitsland politieke ruimte voor heeft. Ook los daarvan is de weerstand tegen het afgeven van garanties zonder dat daaraan heldere grenzen en voorwaarden zijn verbonden, volstrekt -begrijpelijk. Hoekstra had het alleen minder bot moeten verwoorden.

Olie op vuur

De zuidelijke lidstaten lijken echter vastbesloten deze crisis te gebruiken om de impasse over dit omstreden instrument te doorbreken. De Italiaanse premier Conte gooide voorafgaand aan de vergadering van de ­ministers nog olie op het vuur door een extra noodprogramma aan te kondigen van 300 miljard euro, met de boodschap dat voor de financiering daarvan eurobonds en geen EMS-leningen nodig waren.

Daarmee stuurden ze aan op een frontale botsing met Duitsland en ­Nederland die inmiddels bereid ­waren tot enkele concessies waarmee de ergste nood van Italië en Spanje de komende maanden gelenigd kon worden. Met moeite waren zij bereid in te stemmen met een Europees steunprogramma van 100 miljard euro voor uitkeringen aan werklozen, waarmee Europa een sociaal gezicht zou kunnen laten zien. Daarbovenop zouden via het ESM enkele honderden miljarden leningen tegen soepele voorwaarden aan de zwaarst ­getroffen landen kunnen worden verstrekt.

Voor de langere termijn is dat echter bij lange na niet toereikend. De noodzaak om de crisis te bestrijden is in de zwakke lidstaten niet kleiner dan in de sterke lidstaten. En de belastinginkomsten zullen er minstens even snel teruglopen. Overal zullen de begrotingstekorten pijlsnel oplopen terwijl het bbp hard omlaag gaat. Daardoor kan de staatsschuld in Italië dit jaar oplopen tot wel 180 procent van het bbp. Ook in Griekenland ligt dat percentage boven 180 procent in het verschiet. In Spanje zal de staatsschuld van bijna 100 procent ook met tientallen procenten oplopen. Dat zijn percentages die het onmogelijk maken de extra uitgaven op de kapitaalmarkt tegen een redelijke rente te lenen. Voordat we het weten zitten we dan weer middenin een eurocrisis.

Verbod opheffen

Er bestaat een eenvoudige en solidaire manier om dat te voorkomen. De enige voorwaarde is dat in deze uitzonderlijke omstandigheden het verbod op monetaire financiering van staatsschuld wordt opgeheven. Afgesproken zou kunnen worden dat alle lidstaten samen eenmalig in ­totaal 10 procent van het bbp van de ­eurozone monetair mogen financieren voor het bestrijden van deze crisis. Dat komt neer op een bedrag van 1.500 miljard euro.

Vergeleken met de bedragen die de afgelopen jaren aan opkoopoperaties van staatsobligaties door de ECB zijn uitgegeven, is dat geen buitensporig bedrag.

Vrees op inflatie

Reden om te vrezen dat er een uit de hand lopende inflatie door zal ontstaan is er in de huidige omstandigheden evenmin. Om te voorkomen dat de rijke landen onevenredig profiteren zou bepaald kunnen worden dat elk land 10 procent van het bbp per hoofd van de bevolking van de eurozone mag uitgeven, vermenigvuldigd met het aantal inwoners. Voor Nederland, met een inkomen ver boven het gemiddelde zou dit betekenen dat er voor een bedrag van 7,5 procent van ons bbp monetair gefinancierd kan worden.

Voor Italië zou het neerkomen op 11,5 procent, voor Spanje op 12,5 procent en voor het zwaar door de coronacrisis en vluchtelingencrisis getroffen Griekenland zelfs op 17 procent. Hoewel deze verdeelsleutel ook in de noordelijke lidstaten goed verdedigbaar is, wordt er tegelijkertijd naar de zuidelijke lidstaten een helder signaal van solidariteit door afgegeven.

Formeel hoeft daarvoor het verbod op monetaire financiering niet te worden overtreden. Het kan ook door de uitgifte van zeer langlopende staatsobligaties, die via een omweg bij de nationale centrale banken worden geplaatst en waarop de rente als winst weer wordt terugbetaald aan de lidstaten.

En het kan verpakt worden in fraai papier. Het belangrijkst is dat de druk op de ketel van de muntunie er aanzienlijk door wordt verlicht. Of dat voldoende is zal nog moeten blijken, maar er wordt in ieder geval kostbare tijd mee gekocht.

Bert de Vries is oud-minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden