Column Harriet Duurvoort

Hoe vertel je een kind met autisme en een verstandelijke beperking over de dood, vraagt Harriet Duurvoort zich af

Doodstil ligt Kleintje op bed. Soms schrikt het vlokkerige vachtje even op van een rilling of een trillend pootje. Het ene loeroog dat ze nog heeft, is gesloten. Ze is hoogbejaard: 21 lange poezenjaren. Sinds vannacht hinkt ze. Een val, of een tia. Haar laten inslapen lijkt onvermijdelijk, zegt mijn zus. Ze snikt zachtjes. Mijn zoon kijkt vol ontzag naar het zieke beestje.

Ik probeer hem voor te bereiden op de allereerste ontmoeting met de wreedste ontologie van Moeder Natuur. Dat de stokoude kat van mijn zus binnenkort haar laatste adem uitblaast, is een eerste confrontatie met de dood. Die is in dit geval nog mild. Ooit treft het onszelf. En het vooruitzicht dat hij, hoeveel tijd ons ook vergund is, altijd innerlijk een klein bang jochie blijft, is pittig om mee in het reine te komen.

Hij is al een tijdje bezig met de dood. Dode vliegen zijn even eng als levende. En toen onze poes laatst een muisje in de tuin had gepakt, was hij ontdaan. Net als onlangs bij een natuurdocumentaire. Leeuwen moesten bloemen eten en geen gazellen.

Maar hij begint ook te beseffen dat aan ons allemaal ooit een einde komt. En dat is eigenlijk onmogelijk te verwerken. Hoe vertel je een kind met autisme en een verstandelijke beperking over de dood? Ter plekke beslis ik dat zijn waarheid over de orde der dingen een ietsistisch luilekkerland moet zijn. Kleintje gaat naar de poezenhemel, vertel ik.

Hemel? Het concept hemel is nieuw. Daar moet ik de komende tijd werk van maken, van het verschaffen van een stevige spirituele basis. Zelfs als ik hem zaken aanleer die ik, met mijn eigen rationele, kritische geest eigenlijk niet geloof. Ik kan het hem zo mooi voorschotelen als ik wil. Tot het soort hinderlijke geloofstwijfel die mij parten speelt, is hij cognitief niet in staat. Wat een voordeel.

Toen ik zo oud was als hij, een klein kerkmeisje van acht, was mijn geloof rotsvast. De hemel was vanzelfsprekend. Sinds ik mij als kritische puber afkeerde van de kerk ben ik altijd jaloers gebleven op gelovigen. Want geloof is de grootste troost. Mijn kritische inborst en onvermogen tot conformisme gaf me een ongemak bij de kerk. Maar dat verweesde me ook. Religieuze leefregels zijn helder, het verdrijft de existentiële angst voor de dood, die de gelovigen slechts beschouwen als een transformatie naar iets fijners. De analogie met autisme is opmerkelijk: Hoe meer regels, hoe vaster de rituelen, hoe meer houvast, hoe minder paniek.

Ik vertoefde ooit regelmatig in de Verenigde Staten en vond niets zo heerlijk als soms naar een zwarte kerkdienst te gaan. De aanstekelijkste, funky gospelnummers gingen over de gene zijde. Je kreeg gewoon zin in die ochtend dat je aan de andere kant zou ontwaken. Er is geen pijn meer, geen verdriet, alleen liefde, en zo te horen heb je minstens zoveel lol als op de beste dagen in het aardse bestaan. Let the party begin.

Met de kale stoffelijkheid van het atheïsme heb ik mij nooit kunnen verzoenen. Maar wat ik dan wel voel, met mijn zelf geweven spiritualiteit, is wankel. Ik ben er wel van overtuigd dat energie ergens blijft. Noem het een ziel.

Ik ben het vast van plan. Om na mijn leven, in engelachtige energie, beschermend en liefdevol om mijn kwetsbare zoon heen te blijven hangen. Om hem zo echt mogelijk te bezoeken. In zijn dromen krijg ik dat wel voor elkaar. Om hem ferm te beschermen, te troosten. Maar goed. Van wijlen mijn vader, zeer spiritueel en onwankelbaar gelovig in zijn dagen, heb ik nooit meer wat mogen vernemen. Hij kon nog geen potje breken. Of een kopje. Want ooit was het gemis zo fel dat ik hoopte op een heuse geestverschijning.

Helder over hem dromen deed ik wel vaak, dat is al normaler. Ons alledaagse onderbewuste, de plek misschien waar je elkaar nog ontmoet. Vrij naar Shakespeare: dat we in ons kleine leven even wakker worden neemt niet weg dat we in de eeuwigheid bestaan uit dromenstof.

Ik heb nog even de tijd, blijkt na het bezoek aan de dierenarts. De poezeneuthanasie is uitgesteld. Kleintje heeft geen pijn en ze eet nog. De fundamenten van haar aardse geluk lijken nog intact. Eten en eindeloos slapen, opgekroeld tegen haar bazinnetje. We hopen dat ze zo inslaapt en de poezenhemel binnendommelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden