VerslaggeverscolumnIn Aldeboarn

Hoe ongeveer dachten we wild te worden, waar we dat allang niet meer zijn?

null Beeld

Vraag Jehan Bouma wanneer hij bang werd voor de wolf en hij vertelt over een reisje naar Duitsland met andere Nederlandse schapenhouders. Begin 2020 bezochten ze daar een collega in Brandenburg: ‘In de hele omtrek zag je daar haast geen vee meer buiten.’

Die man had duizend schapen, net als Jehan Bouma. Maar de Duitser had óók twee mensen in dienst om de beschermingsnetten tegen wolven met de kudde mee te slepen, van weide naar weide. En er liepen 38 waakhonden tussen de schapen. ‘Acht-en-der-tig!’

De wolf is streng beschermd in Europa, je mag hem niet doodschieten, niet vangen, niet verjagen en niet verstoren. En het werkt: in twintig jaar groeide het aantal wolven in Duitsland van 1 tot rond de 1.000.

Binnen een jaar na dat bezoek aan Brandenburg heeft Jehan Bouma het grootste deel van zijn schapen verkocht: van de duizend heeft hij er nu nog maar honderd over. Schapen zijn je kindjes zegt hij, in het lammerseizoen hielp hij ze zes weken lang ’s nachts ter wereld brengen, zijn vrouw deed het overdag. En de foto’s van wat die wolven aanrichten: gruwelijk. Wil hij niet meemaken.

Voorlopig leidt hij nu het pluimveebedrijf van zijn vader. Jehan begon zijn schaapskudde op zijn 13de, toen hij vijf schaapjes van zijn opa kocht, die duizend waren allemaal afstammelingen. Pas als Friesland veilig is voor de dreiging van de wolf, zegt hij thuis op zijn boerderij in het Friese Aldeboarn, dan laat hij zijn kudde weer groeien. Daarom richtte hij met vier collega’s uit de buurt de stichting Wolvenhek Fryslân op (‘Een bloedserieus plan waar jij aan mee kan doen’). Durk Jappie, de penningmeester, zit ook aan tafel. Hij heeft maar tien schapen en 120 stuks melkvee: ‘Die zijn straks óók in gevaar.’

 Jehan Bouma (links) en Durk Jappie aaien schaap Poes Beeld Margriet Oostveen
Jehan Bouma (links) en Durk Jappie aaien schaap PoesBeeld Margriet Oostveen

In zijn jonge jaren kwam Jehan veel in Den Haag als belangenbehartiger van de jonge boeren en dat is te merken. Aanstaande dinsdag slaat op zijn verzoek voormalig Commissaris van de Koningin in Friesland Hans Wiegel de eerste paal van het Wolvenhek-hek ‘symbolisch’ in de grond, in de buurt van het Friese dorpje Boyl. Het precieze adres volgt op het laatste moment, omdat ze niet willen dat er daar ‘journalisten of wolvenliefhebbers’ staan te polariseren voordat de VVD’er en tegenwoordige stercolumnist van De Telegraaf en het Fries Journaal is gearriveerd.

Er zijn ook wel zóveel grappen te maken over een onuitroeibare VVD’er en een wolvenhek, zeg ik.

Jehan: ‘Vijf jaar geleden had ik er zelf ook om gelachen. Toen vond ik wolven iets voor onherbergzame gebieden en die film met, hoe heet-ie...’

Durk: ‘Dances with Wolves?’

Maar goed, waar waren we. Het hek.

Plan-wolvenhek behelst een hek van 150 kilometer langs de grens met Groningen en Drenthe. Geef de wolf de ruimte in de natuurgebieden buiten het hek, is de gedachte, maar niet tussen de 150 duizend Friese schapen.

Durk, Jehan en de anderen hebben alles zelf bedacht: de maaswijdte van 15 centimeter voor het doorlaten van kleine dieren, hoger wordt het dan fijnmaziger, zodat de wolf niet kan klimmen. Bovenop stroomdraad. Ook voor wegen die het hek doorkruisen is ook een oplossing, zodat het daar kan openblijven. Zie wolvenhekfryslan.nl.

Het is allemaal prachtig bedacht. En volstrekt niet te verenigen met de Europese habitatrichtlijnen, hebben deskundigen al laten weten. Maar volgens Jehan en Durk zijn wolvendeskundigen ‘in de eerste plaats wolvenfans’ en is het juridisch gezien vooral zaak grote haast te maken. Je mag de wolf niet verstoren als hij er ís, zeggen zij, dus moet het hek er komen vóór hij in Friesland arriveert. Ze hebben via crowdfunding al 30 duizend euro bij elkaar.

Maxim Februari noemde het wolvenhek in NRC een teken van hoogmoed en zelfoverschatting. Evengoed zou je het warme welkom van een toppredator in een klein, onvoorbereid en aangeharkt land vol hokjes en hekjes verregaande onnozelheid kunnen noemen. Of een gedoemd verlangen. Hoe ongeveer dachten we wild te worden, waar we dat allang niet meer zijn?

Als we nog even de wei inlopen voor een foto krijg ik prompt lieve kopjes van een schaap met de naam ‘Poes’. En op de autoradio terug naar huis zeggen ze dat we drones gaan inzetten. Tegen de eikenprocessierups.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden