columnfrank heinen

Hoe obscener de allerrijksten, hoe meer wij zelf lijken mee te vallen

Frank Heinen artikel Beeld -
Frank Heinen artikelBeeld -
Frank Heinen

Vlak bij mijn huis ligt een terrein waarop binnen een paar maanden een appartementsgebouw van een paar verdiepingen zal verrijzen. In een situatie als deze komen wat ik wil en wat ik wil willen regelmatig met elkaar in botsing. Ik wil willen dat meer mensen kunnen wonen in de stad waar ze werken of naar school gaan, maar ik wil ook m’n uitzicht niet kwijt. Ergens tussen de ander iets gunnen en jezelf iets gunnen, bevindt zich wat je doet.

Gisteren schreef Peter de Waard in zijn column dat één op de twintig Nederlandse huishoudens een tweede huis bezit. In het kabinet is die verhouding 1 op 2. Vrij veel. Lijkt me ook lastig pleiten voor het einde van huisjesmelkerij als de persoon links van je vier (4) huizen bezit en de persoon rechts van je zeven (7). Maar ach, wie weet heb je net het Oxfam-rapport Inequality kills gelezen en denk je: wat zijn zeven huisjes nou helemaal?

De tien rijkste mensen ter wereld bezitten gezamenlijk 1,3 biljoen euro, ongeveer zes keer zo veel als de 3,1 miljard armsten! ‘Biljoen’ is een woord waarvan ik het spoor al bijster raak als ik het alleen maar léés. Om eerlijk te zijn, ken ik het vooral van Dagobert Duck, die af en toe een biljoentje wint of verliest, maar er uiteindelijk op magische wijze altijd op vooruit gaat – zoals het een échte rijkaard betaamt. Beschamend lang heb ik in de veronderstelling verkeerd dat ‘biljoen’ alleen een Duckstads begrip was, net als ‘geldpakhuis’ en ‘geluksdubbeltje’.

Vorige zomer schreef de Financial Times al over een vergelijkbaar onderzoek, en in feite hoef je de krant maar open te slaan om te snappen dat de pandemie niet erg hard op weg is de grote gelijkmaker te worden. Eerder het doelpunt dat een ongelijke strijd definitief in het slot gooit. Bij berichten over die almaar obscener wordende rijkdom, herinnerde ik me een oud verhaal in The New Yorker, over superrijken die zich voorbereiden op grote maatschappelijke ontwrichting, door oorlog of klimaatverandering. Geflipte techmiljardairs schaften houdbaar eten en wapens aan en bewaarden alles in ondergrondse bunkers.

Vrijwel geen enkele van de geïnterviewden leek zich te realiseren dat het nu juist de eigen rijkdom was die bijdroeg aan die politieke instabiliteit, en die de klimaatverandering een extra zetje in de catastrofale richting gaf. Bovendien, legde een professor environmental policy uit aan de BBC: patsers zetten de toon. Ze leven het leven dat veel mensen als nastrevenswaardig beschouwen. En of dat nu de angstige voorzorgsmaatregelen voor een naderende apocalyps zijn, het verkiezen van filantropie boven een eerlijk belastingpercentage, of proletige superjachten en privéjets; het is een bestaan dat in de kern neerkomt op individualisme en het afwijzen van ieder ander recht dan dat van de financieel sterkste.

Het is een bestaan dat het eigen uitzicht altijd voorrang geeft. Vorige week kondigde de Wereldbank aan dat corona met name voor ontwikkelingslanden een loodzware economische erfenis zal worden. Dezelfde landen dus waar een groot deel van de bevolking nog geen vaccin heeft gezien, dezelfde landen ook die als eerste de klimatologische gevolgen gaan ondervinden van onze onbegrensde CO2-uitstoot.

Leidde die berichtgeving over superrijken nu maar op z’n minst tot hogere vermogensbelasting. Tot dat zover is kunnen we bij elk verhaal of rapport over die kleine groep die nog rijker, nog egocentrischer, nog maatschappij-ontwrichtender is dan wij, blijven denken dat het met ons nog best meevalt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden