Column Peter Middendorp

Hoe neem je afscheid?

Peter Middendorp.

Het was vijf minuten voordat mijn vader onder narcose zou worden gebracht en aan een beademingsapparaat zou worden aangesloten. Hij kreeg ook een slaapmiddel en wat morfine, omdat een ‘tube’ onprettig is en je in paniek kan raken als je wakker wordt met zo’n ding in je keel. Al was het de vraag of hij weer wakker zou worden.

Nu nog ademde hij in door zijn neus, waaraan een slangetje was bevestigd, en blies hij uit door zijn mond. Het moest rustig en diep, het ging snel en oppervlakkig. Zijn afweer lag plat, de infecties hadden vrij spel. 76 jaar gezondheid liep leeg als een ballon. Ik had nog nooit iemand zo kapot gezien, zo moe.

‘Ik zie dat je ademt’, zei ik. ‘Heel goed. Neem maar rustig je tijd.’ Dat had ik van Thijs geleerd, de maatschappelijk werker. Even eerder waren mijn zussen bij onze vader geweest en hun emoties hadden hem aangegrepen. Hij kreeg het benauwd van emoties, letterlijk – alle metertjes achter zijn bed waren uitgeslagen. ‘Dus als je ziet dat hij ademt’, had Thijs gezegd, ‘geef hem dat dan maar terug.’

Het was een goed advies, met name in theorie. Want hoe nam je afscheid van iemand zonder dat je hem daarmee belastte of al te zeer de laatste hoop ontnam? Een beetje half, terloops? Afscheid nemen en geen afscheid nemen, tegelijkertijd, dat was het beste, of, beter nog, iets wat er tussendoor laveerde, zonder iets te raken. Gewoon.

‘Ik hou van je pap’, zei ik. Het was de eerste keer dat ik het zei, tevoren had ik hem nog niet eens ‘pap’ of ‘papa’ genoemd. Ik gebruikte zijn voornaam, Joop, of ‘Joochie’, wat Drents is voor Joopje. Ook had ik hem nog niet eerder zacht over zijn gezicht gestreken, terwijl ik mijn andere hand op de zijne legde. Een sterke hand. Gezwollen.

Hij ademde en ademde, hij deed wat hij kon, maar het ging niet meer, het lichaam bezat niet meer voldoende kracht om het middenrif aan te sturen. ‘Grote fouten’,  zei hij. Het hoofd ging wat naar achteren, de mond een eindje open. ‘Grote fouten.’

‘Je bent een lief en een hartstochtelijk goed mens’, zei ik. ‘Je hebt altijd je best gedaan.’ Van mijn eigen rol als vader wist ik dat je altijd de inspanning moest belonen, zodat het resultaat onbesproken kon blijven. Het moment vroeg om eerlijkheid. Niet om waarheid. We waren Drentse katholieken, geworteld in de ethiek van de intentie.

‘Mama en ik vonden het heel mooi’, zei hij, en, na een adempauze, ‘dat je weer normaal kon doen… Dat alles’, zei hij, ‘weer goed was.’

Ik stond op, het was tijd, de medici moesten handelen. ‘Jij redt je wel’, zei ik. ‘Jij komt hier wel door.’ Hij probeerde zijn vuist in de lucht te steken, zoals hij de laatste weken na ieder bezoek had gedaan. In het begin kwam de hele arm van het bed, later alleen de onderarm. Nu bleef zijn vuist op de lakens liggen. ‘Ik ga ervoor’, zei hij. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.