ColumnMax Pam

Hoe monsterlijk de gedaante van een dier ook kan zijn, we blijven als mens altijd verwantschap voelen

Mijn zoantropische stukje van vorige week, over de vrouw die dacht dat zij een kip was, heeft veel reacties opgeleverd. Talloze dieren kwamen langs, tot een wanhopige dromedaris aan toe, die dacht dat hij een kameel was en dagenlang zocht naar zijn verloren bult.

Zo vertelde ik de Russische mop over de schaker in het park, die tegen een hond speelt. Komt een voorbijganger langs, die uitroept: ‘Wat knap van uw hond!’. Waarop de schaker geërgerd antwoordt: ‘Welnee, hij staat met 3-2 achter’. Het bleek een Wander-anekdote. Lezer Rik Sander meldt dat recentelijk de Donald Duck Scheurkalender verhaalt over een dammende hond, die vijftien partijen verliest. Vergeleken bij schaken is dammen, zoals bekend, een plat spel en ik schat de schakende hond hoger in.

Schrijver René Appel wees mij op de kleine roman Vrouw of vos van David Garnett, waarin een vrouw inderdaad verandert in een vos. De schakende hond bleek bij Appel trouwens nog meer te kunnen: ‘Een man komt een slagerij binnen, er staat een hond met een tas om zijn nek, waar de slager een briefje uithaalt met de bestelling. Als de gevraagde waren in de tas zijn gedaan, vertrekt de hond weer. De man, nieuwsgierig, gaat de hond achterna en volgt hem als die in een bus stapt. Als de hond uitstapt, blijft de man hem volgen. De hond loopt naar een huis en belt aan. De deur gaat open en de bewoner laat de hond binnen. De man is stomverbaasd en belt ook aan. De bewoner komt naar de deur en de man spreekt zijn bewondering uit voor de hond. ‘Wat een ongelooflijk knappe hond!’. ‘Knap?’, zegt de bewoner, ‘helemaal niet. Vandaag was-ie alweer zijn sleutels vergeten’.

Vorige week refereerde ik aan Kafka’s verhaal Die Verwandlung – de gedaanteverwisseling – waarin de (fictieve) hoofdpersoon Gregor Samsa uit een droom ontwaakt en ontdekt hij dat hij is veranderd in ‘een monsterachtig ongedierte’, een insect dat het meeste lijkt op een kakkerlak. Ook deze klassieker bleek volop te leven onder de lezers. Zo stuurde Paul van Raalten mij de tekst van een brief die het Prager Tagblatt op 7 februari 1928 zou hebben ontvangen en waarin ‘de zwager van Gregor Samsa’ zich in naam van zijn overleden schoonmoeder beklaagt over de schrijver Dr. Frans Kafka, die op misselijke wijze zijn zwager in een kwaad daglicht heeft gesteld.

Kafka’s verhaal heeft veel schrijvers geïnspireerd, zoals ­Haruki Murakami, die in Samsa verliefd een kakkerlak laat veranderen in een mens, die dan weer gevoelens krijgt voor een vrouw met een bochel. Meerdere lezers wezen mij op de novelle De kakkerlak van Ian McEwan. De uitgever stuurde het mij zelfs op.

Ook hier transformeert de ­kakkerlak tot een mens (en even later weer terug), in wie wij ­niemand minder dan de Britse premier Boris Johnson herkennen. Het verhaal is geschreven uit gevoelens van walging over de Brexit. Grappig, maar voor McEwan is wel te hopen dat de Brexit een debacle wordt, want anders staat hij als politiek-activistisch schrijver een beetje voor aap.

Hoe monsterlijk de gedaante van een dier ook kan zijn, we blijven als mens altijd verwantschap voelen. Zo las ik deze week het bericht over een restaurant in Ohio, dat een zeldzame blauwe kreeft aan een aquarium heeft geschonken. Het dier was ter consumptie aangeleverd, maar medewerkers van het etablissement hadden alarm geslagen vanwege de kleur. Het bericht dat mij onmiddellijk denken aan het waargebeurde verhaal dat ik met de schrijver Adriaan Venema (1941-1993) beleefde.

Met hem ging ik regelmatig eten in de Oesterbar, op het Amsterdamse Leidseplein. Op een keer liep Adriaan naar de bak waarin de kreeften levend werden bewaard. Hij wees één van de kreeften aan en zei: ‘Ik bestel deze, maar ik wil hem niet opeten. Hij moet in deze bak blijven. Telkens als ik kom eten, zal ik voor hem betalen, maar laat hem zitten, ik weet welke kreeft het is, ik herken hem, dus probeer de boel niet te belazeren’. De obers vonden het een uitstekende deal, want Venema was altijd gul met fooien.

Aanvankelijk verliep alles op rolletjes. Regelmatig keek Venema met enige vertedering naar ‘zijn’ kreeft, maar op den duur begon het dier agressief te worden. Hij viel andere kreeften aan, at ze op en nam enorm toe in omvang. De obers kwamen handenwringend smeken of zij de kreeft mochten serveren, maar Venema weigerde. Tot Venema op een nacht droomde dat de kreeft uit zijn bassin was geklommen en de eigenaar, plus al het bediend personeel, had opgevreten. De brandweer trof een pand aan met grote waterschade. Niet lang na deze droom pleegde Adriaan Venema zelfmoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden