Column Elma Drayer

Hoe men het ook wendt of keert, de ­behandeling van de teruggekeerde Joden is en blijft het allertreurigste hoofdstuk uit onze naoorlogse ­geschiedenis

Eerlijk gezegd ergert het debat me mateloos. Sinds enige tijd gaat het in de kranten (ook in deze) ineens over de vraag of de zogeheten ‘moffenmeiden’ – veelal jonge vrouwen die in 1940-1945 amoureuze betrekkingen aanknoopten met een Duitse militair – excuses moeten krijgen van de ­Nederlandse staat.

De feiten zijn genoegzaam bekend. Na de bevrijding koelde het volk zijn woede op deze vrouwen – door ze kaal te scheren, met menie of pek te besmeuren, uit te jouwen, publiekelijk te vernederen. ‘Mensonterende taferelen’, las ik deze week in dagblad Trouw. Helemaal omdat een en ander plaatsvond ­onder het toeziend oog van de ­Binnenlandse Strijdkrachten.

Onlangs bood de Noorse premier Erna Stolberg excuses aan voor soortgelijke misstanden. Daarom vindt de stichting Werkgroep Herkenning dat dit ook in Nederland moet gebeuren. Want weliswaar zijn de vrouwen zelf inmiddels bijna ­allemaal dood, hun nabestaanden leven nog en ‘dragen de sporen van een moeder die getraumatiseerd was’. ‘Excuses’, zei een predikant ­tegen de Volkskrant‘laten zien dat we het onrecht en de pijn herkennen.’

Nu moet Noorwegen vooral doen wat zijn hand vindt om te doen. Maar dienen wij dit voorbeeld te volgen?

Vooropgesteld, niemand ontkent dat er pal na de bevrijding excessen plaatsvonden. Volksgerichten zijn altijd beestachtig, precies de reden waarom rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog hoge prioriteit kreeg. Dat zulks na vijf jaar buitenlandse overheersing niet zomaar geregeld was, lijkt me nogal evident.

Maar dan nog.

Ik weet het, leedvergelijking is anno 2018 lelijk uit de mode, net als het maken van onderscheid tussen goed en fout. In dit grijze tijds­gewricht meent zo’n beetje iederéén recht te hebben op slachtofferschap, op erkenning voor de eigen pijn. Dus ook de nazaten van de vrouwen die er geen been in zagen om het aan te leggen met de vijand. Toch blijft staan dat sommige hunner generatiegenoten destijds diametraal ­andere keuzes maakten. Zij pleegden actief verzet, waardoor ze niet zelden het leven lieten dan wel mentaal beschadigd raakten. Ook hun kinderen moesten met de gevolgen daarvan zien te leven. Dat zij zich achter de oren krabben bij de eis van de Werkgroep Herkenning, ik kan me er alles bij voorstellen.

Nog schriller klinkt die claim als je het enorme onrecht in herinnering roept dat de Joodse Nederlanders werd aangedaan. Dat kan zeker op een dag als vandaag geen kwaad: het is op de kop af tachtig jaar geleden dat in Duitsland de Reichspogromnacht losbarstte (hier nog steeds eufemistisch Kristallnacht geheten) – algemeen beschouwd als de opmaat tot de Holocaust.

Neem mijn eigen Amsterdam. Daar woonden begin jaren veertig zo’n 77 duizend Joden. In 1945 bleek dat driekwart van hen was uitgemoord.

O zeker, Amsterdammers protesteerden tegen de Jodenvervolging met de Februaristaking – een wapenfeit waarop wij zo ontzettend trots zijn dat we het nog ieder jaar met veel pompe herdenken. Maar wat mij telkens weer midscheeps raakt is hoe de bevolking liet gebeuren wat er met de Joden gebeurde. (Lees bijvoorbeeld het voortreffelijke boek Leven met de vijand van historica Barbara Beuys.) Sluipenderwijs ontnam de bezetter hun alle burgerrechten. En de overgrote meerderheid van de niet-Joodse Amsterdammers keek de andere kant op – de goeden uiteraard niet te na gesproken.

Bovendien, het handjevol Joodse Nederlanders dat de onderduik of de kampen overleefde moest meestal zijn uiterste best doen om z’n ­woning, baan, spullen en geld terug te krijgen. Dikwijls tevergeefs. De ­behandeling van de teruggekeerde Joden is en blijft het allertreurigste hoofdstuk uit onze naoorlogse ­geschiedenis.

Natuurlijk, ik wil best geloven dat het leven na 1945 voor de vrouwen die hadden gevreeën met Kurt, Heinz of Fritz óók geen pretje was. En dat hun nazaten daar last van ­ondervonden geloof ik graag.

Maar hopelijk met uw welnemen dwaalt mijn aandacht nog even af naar al die anderen. Mijn schaamte trouwens ook.

Meer columns & opinie over de ‘moffenmeiden’:

Excuses aan vrouwen die na de oorlog werden mishandeld, daar is iedereen het toch wel mee eens? Boy, was I wrongconcludeert Esther Gerritsen.

‘Excuus van kabinet werkt genezend voor ‘moffenmeid’’, vindt predikant Axel Wicke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.