Ombudsman Jean-Pierre Geelen

Hoe kon de ‘labrador’-opmerking in de krant terechtkomen?

Een ongelukkige vergelijking verhitte de gemoederen van veel lezers. Waarom heeft de krant niet tijdig ingegrepen? 

Het stond zwart op wit, in de zomer­bijlage van vorig weekend: ‘Een heleboel mensen zijn dol op hun labrador terwijl ik denk: dan kun je net zo goed iemand met het syndroom van Down in huis ­nemen.’ De uitspraak, van Sylvia Witteman in een vrolijk driegesprek met collega-columnisten Frits Abrahams en Midas Dekkers over katten (en honden), wekte grote woede bij veel lezers. ‘Respectloos, kwetsend en smakeloos’, was de meest kernachtige kwalificatie.

De stroom reacties hield de hele week aan. Er werden excuses geëist van Witteman en van de hoofdredactie, er werd met advocaten gedreigd wegens overtreding van artikel 137C lid 1 Wetboek van Strafrecht (over ‘opzettelijke belediging’ van een volksdeel wegens geloof, ras, geaardheid of een handicap) en er werd gesuggereerd dat Witteman als spijtbetuiging de Stichting Downsyndroom zou sponsoren.

Over dat laatste gaat de krant niet, over eventuele excuses wel. Die maakte Witteman direct op Twitter: ‘Nou, dat was dom van me, ik heb dat niet zo bedoeld en ik had dat niet moeten zeggen.’

Duidelijk.

Maar Twitter is de krant niet, net zomin als dat de krant aansprakelijk zou zijn voor uitingen op Twitter door medewerkers (ook al zien lezers dat soms als ­uiting namens de krant).

Ook de waarnemend (en aanstaande) hoofdredacteur is duidelijk: die ene zin had geschrapt moeten worden. Ook de interviewer had het citaat ‘met liefde geschrapt’, zegt ze terugkijkend. Dat kon ook makkelijk: zonder die zin zou het gesprek niets aan waarde of vermakelijkheid hebben verloren.

Tot zover de spijtbetuigingen. Wie daarop uit was, kan hier stoppen met lezen. Rest de vraag hoe de uitspraak kon passeren.

In het interview had, zo legt de interviewer uit, Witteman aanvankelijk de term ‘mongool’ gebruikt – een woord dat beslist niet minder woede zou hebben opgewekt wanneer het in de krant was verschenen. Daarop ontstond discussie tussen de drie ­gesprekspartners over het gebruik van die term, waarna Witteman in de ogen van de interviewer leek te opteren voor de omschrijving ‘kind met het ­syndroom van Down’. Dat is misschien een correctere benaming, maar in dit verband gaf het ook net een fractie ‘serieuzere’ lading dan het kroegwoord ‘mongool’. Omdat de discussie buiten het onderwerp van het interview viel, besloot de interviewer dat deel eruit te laten. Alleen de zin bleef staan.

Alle drie de columnisten hebben het artikel vóór publicatie te lezen gekregen, geen van hen struikelde over deze frase. Bij de eindredactie van de ­bijlage is het interview door minstens drie eindredacteuren behandeld. Geen van hen sloeg aan op de gewraakte zin.

Hoe vreemd voor de buitenstaander misschien ook, dat valt te verklaren. Het heeft alles te maken met de opzet en de sfeer van zo’n tafelgesprek, en met de gesprekspartners uiteraard. Drie geestige ­columnisten over katten (en honden), in dat gegeven zit de vrolijke spot al ingebakken. Redacteuren en vaste Volkskrant-lezers kennen columnist Witteman van haar vaak ironische of grappig bedoelde manier van spreken en schrijven. Zoals de waarnemend hoofdredacteur het omschrijft: ze is ‘de troonopvolger van Gerard Reve, die in zijn ironie ook vaak het ­tegenovergestelde zei van wat hij bedoelde’.

Niemand ter (eind)redactie die ook maar een ­seconde zou geloven dat Witteman hier bewust heeft willen kwetsen of beledigen. Maar de geschreven weerslag van zo’n jolig driegesprek oogt als de huiskamer op de ochtend na een vrolijk feestje: eerst moeten de ramen open en de resten bitterballen uit het tapijt geschraapt, alvorens de boel weer een beetje toonbaar is voor de nuchtere buitenstaander. Duidelijk dat ook hier nog wel even opgeruimd had moeten worden.

Tegelijk benadrukt de waarnemend hoofdredacteur het gevaar dat ironie verloren gaat, als columnisten en anderen zich niet vrij voelen te zeggen wat ze willen. Vooral door sociale media kunnen citaten en sprekers buiten hun vertrouwde context vallen, en zo makkelijk verkeerd of niet begrepen worden.

Dat is ook waar. Een columnist moet zich vrij voelen scherpe of onwelgevallige dingen te zeggen en te schrijven. Uit de bocht vliegen hoort bij de risico’s van dat vak. En de krant heeft de verantwoordelijkheid iemand daar zo veel mogelijk voor te behoeden. Dat is in dit specifieke geval allemaal dus geen ­excuus, maar dat was al duidelijk – hopelijk.

Post van een lezer

Maandag en dinsdag miste ik rond de Tour de France de kleine routekaartjes die zo handig zijn bij het vinden van de route van de dag in mijn Michelin Atlas. Gelukkig waren ze er woensdag weer, maar ik mis nog de standen in de punten-, bergen-, jongeren-, en ploegenklassementen. Ik wil niet hoeven zoeken op sites en zenders, ik wil ze in de krant, bij het ontbijt.

John HutchinsonMakkum

Drie jaar geleden besloot de sportredactie te minderen met uitslagen, omdat die vaak al direct na wedstrijden simpel elders te vinden zijn. Alle uitslagen publiceren is inmiddels te duur, zelfs persbureaus leveren ze niet allemaal meer aan. Voor grote evenementen als de Tour geldt een uitzondering, maar compleet zal de krant nooit zijn. De chef Sport: ‘We maken per keer een journalistieke afweging en dus sneuvelt een minder belangrijk klassement of soms het kaartje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden