ColumnDANKA STUIJVER

Hoe kan ik deze buitenlandse student met hiv helpen?

. Beeld .
.Beeld .

Hij heeft het verhaal goed geoefend. In hoog tempo en op overtuigende wijze legt hij mij de reden van zijn komst uit. Ik hoef eigenlijk alleen maar even een handtekening te zetten. ‘And a stamp, please’, vervolgt hij op zachte, bijna smekende toon, terwijl hij het formulier van de studentverzekering onder mijn neus schuift.

Deze jongen is in Nederland om te studeren. Hij doet zijn best en haalt hoge cijfers. ‘I have to. My family counts on me’, zegt hij bij herhaling. Zijn moeder heeft hij als kind zelden gezien. Zij was een nanny in Engeland en kwam slechts twee keer per jaar naar haar thuisland. Ze stuurde maandelijks geld zodat hij naar een goede school kon gaan. Daar bleek hij bovengemiddeld slim en gedreven. De hele familie betaalde mee aan een ticket naar Amsterdam. Hij als de trots en hoop van een hardwerkende, maar arme familie, ging studeren in het buitenland. Stel je voor! En hoewel hij ze goed op de hoogte houdt van het reilen en zeilen in Nederland, weten ze niet alles. Zoals dat hij homoseksueel is. En hiv-positief.

De jongen heeft een studievisum en een studentverzekering. Die dekt hiv-medicijnen alleen als een arts verklaart dat de hiv-besmetting heeft plaatsgevonden in ons land. Niet als hij al besmet was vóór vertrek naar Europa. Als ik het formulier op mijn bureau niet onderteken, vreest hij terug te moeten naar zijn thuisland. En hoe moet hij dat in vredesnaam uitleggen aan zijn familie?

Een studentverzekering kost meestal maar 1 of 2 euro per dag om betaalbaar te blijven voor studenten uit de hele wereld. Maar daardoor kan een dergelijke particuliere verzekeraar de kosten voor onder andere dure hiv-medicijnen niet dragen. Zij vrezen ook dat wanneer zij hiv-zorg wel vergoeden, ‘zorgtoerisme’ zal ontstaan naar landen waar hoogwaardige zorg wordt geleverd. Maar door de zorg niet te vergoeden, ontstaat een situatie van ongelijkheid, van discriminatie. Hiv-positieve kinderen, die vaker opgroeien in armoede en onveiligheid, krijgen niet dezelfde kansen en mogelijkheden die zij juist zo hard nodig hebben om hun sociale situatie te ontstijgen.

Terug naar de jongen. Ik vermoed dat hij al medicijnen gebruikt en vraag ernaar. Na enig aandringen zet hij de potjes op tafel. De datum heeft hij er afgepulkt, maar aan de labels kan ik zien dat de medicijnen in zijn thuisland zijn verstrekt. We wisselen een blik van verstandhouding. Hij zucht. ‘I’m really sorry’, prevel ik. De jongen staat op. Het formulier in zijn hand. De ziel onder zijn arm. ‘It’s okay’, mompelt hij. Maar dat is het niet.

Als dokter heb ik gezworen dat ik iedereen help ongeacht kleur, komaf of aard. Maar hoe langer ik ‘dokter’, hoe meer ik mij realiseer dat het niet zo simpel is. Dat er wetten, regels en protocollen zijn die mijn werk voor een groot deel bepalen. En dat geld en macht van diverse partijen een grote rol spelen.

De dagen daarna denk ik steeds aan de jongen en aan mogelijke manieren om hem te helpen. Ik vraag om advies. Een welwillende medisch specialist beschrijft in één adem meerdere schrijnende voorbeelden van ongelijke behandeling en kansen van buitenlandse studenten met hiv. ‘Is er iets dat ik voor hem kan doen?’, vraag ik deze collega. ‘We kunnen een aanvraag indienen voor een vergoeding, maar de kans dat dit lukt is klein.’ Hij pauzeert even, schraapt zijn keel en zegt dan: ‘Als zijn visum het toelaat, kan hij een bijbaantje zoeken. Dan is hij verzekerd via de zorgverzekeringswet. En dan bestaat de, eh, Nederlandse acceptatieplicht. Zelfs bij een nulurencontract.’

Hij valt weer even stil. Ik benoem zijn schroom: ‘Je bedoelt dat in dat geval de Nederlandse zorgpremiebetaler opdraait voor de kosten?’ ‘Tja, zo is het wel dan ja...’ Ik snap wat hij bedoelt. Er zijn grenzen. Want hoewel Nederland een belastingparadijs is voor buitenlandse bedrijven, mag ons land geen zorgwalhalla worden voor buitenlandse patiënten.

Ik wik en weeg een dagje en bel hem dan op. Ik vrees dat wanneer de jongen onbehandeld in Nederland blijft, hij anderen kan besmetten. Maar boven alles gun ik hem een kansrijke en glansrijke toekomst. Een paar weken later herken ik de pizzabezorger op zijn scootertje. Hij zwaait en toetert naar me. Ik zwaai uitgelaten, maar ook enigszins opgelaten terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden