Hoe kan een schrijver het nou druk hebben?

Foto de Volkskrant

Samen met een groep vrienden zit ik in de duinen. We kijken naar de Noordzee, waar we zojuist in de golven doken. De zon hangt laag, de dag draagt verwachtingen met zich mee. (Maar welke dag doet dat niet?) Dit weekend vindt op Vlieland het festival Into the Great Wide Open plaats; we hebben er dagenlang voor vrij genomen van ons werk, zodat we onbezorgd kunnen lanterfanteren, de zomer almaar langer uitstellend.

Sommige van ons hoeven niet eens vrij te nemen omdat ze eigen baas zijn. Nederlanders schijnen het minst te werken van alle Europeanen. Volgens de ene lezing zijn we een lui volk. Volgens de andere lezing zijn we efficiënte werkers. Ikzelf ben altijd aan het werk, maar op hetzelfde moment ook altijd niet; dat ligt simpelweg aan de aard van mijn werk. Als je schrijft is alles werk; ook als je niet aan het werk bent.

Mijn broer vroeg een keer: 'Hoe kan jij het nou druk hebben? Wat doe je dan? Heel hard typen?' Ik schaamde me. Ik dacht: mijn broer heeft gelijk. Het enige wat ik moet doen is in beweging blijven en rondkijken. Nu ben ik aan het werk op het mooiste strand van het land. Mijn vrienden zitten met natte haren en gebruinde ruggen naast me op hun surfplanken. Ze praten over de verdrinkingsdood.

'Als één van ons verdrinkt zal ik de zee haten', zegt iemand.

'Je kunt alvast beginnen te haten; de zee is een massagraf', zegt een ander.

'Ja, het ligt vol met lichamen', zegt weer een ander.

'En met plastic.'

'En met raketten.'

'Ik had het hier niet over willen hebben', zegt een vriendin die dagelijks in zee zwemt omdat dat vanwege een longziekte de enige plek is waar ze zonder moeite kan ademen.

'Waar wil je het wel over hebben?', vragen wij begripvol. En als we eerlijk zijn vooral omdat we liever niet aan al die dode lichamen denken. We hebben tenslotte vrij genomen om de rotzooi te vergeten.

We hebben de nieuwste trui van de Waddenvereniging gekocht (Wijs met de Waddenzee) en dat vinden we wel weer even genoeg. We zijn hier voor de muziek. Van de verdrinkingsdood schakelen we met het grootste gemak naar hiphop, waar een heuse (homo-)emancipatiegolf op gang lijkt te zijn gekomen. Wij (tien - veelal homoseksuele - vrouwen) houden allemaal van hiphop.

Veel mensen kijken op die muziek neer. Het zou ten eerste geen muziek zijn. Het zou tevens te macho zijn, en veel te vrouwonvriendelijk. Soms is dat zo. Maar vaker is het speels, uitdagend, grappig en tegelijkertijd: bloedserieus. Veel rappers dragen wel degelijk belangrijke boodschappen uit. Steeds vaker luidt die boodschap: blijf wie je bent. Of, iets stoerder: keep it real. Hiphopiconen als Tyler, The Creator en Frank Ocean (<3) kwamen uit de kast. Pink sprak zich vorige week tijdens de MTV Video Music Awards uit over generalisering van vrouwen die volgens anderen niet voldoen aan het vrouwbeeld. En Jay-Z rapt op zijn laatste album (4:44) over zijn lesbische moeder. Goede zaken. 'We know who we are/ yet we know not what we may be', rapt Jay-Z terecht. Toch fijn dat we alle tijd hebben om dat uit te zoeken. Ook voor diegene die het allang weten.