Verslaggeverscolumn Toine Heijmans in Vught

Hoe Kamp Vught de oorlog niet als geschiedenis, maar als heden doorgeeft

Het kamp is omheind met ranke betonnen palen, verbonden door vijftien strengen prikkeldraad. Twee hekken, de originele kampgracht ertussen, de houten wachttorens ernaast met rieten kappen, als vogelhutten. De palen zijn authentiek, zegt de stem van de audiotour, de wachttorens niet. De britsen niet in de nagebouwde barak, maar wel de ovens in het crematorium.

De audiotour koestert de woorden ‘authentiek’ en, een ‘origineel’: hier zijn stukjes echte oorlog te zien, terwijl je die oorlog toch het liefst bij het vuilnis smeet. Een origineel kamppak, met pet. Een bril in een vitrine met de mededeling dat het een authentiek exemplaar betreft: ‘Deze bril is afkomstig uit Kamp Vught.’

Kampsloot, prikkeldraad, wachttorens. Beeld Toine Heijmans

Mijn persoonlijke band met de oorlog is minimaal: de familiegeschiedenis is er hooguit met een stukje sellotape aan vastgeplakt. Een foto van mijn vader met soldaten in de achtergrond, hij was een oorlogsbaby. Schemerverhalen over een opa die eerst een foto van Hitler in de vensterbank had en zich daarna in het harde verzet begaf, arbeidsbureaus overvallend. Dat is een origineel verhaal. Ooit zal ik er een boek over schrijven.

De oorlog werd ook mijn oorlog, en niet alleen omdat ik geschiedenis studeerde en sindsdien bij een krant werk, wat me de gelegenheid geeft ooggetuigen te ontmoeten, een treinreis met overlevenden te maken naar Dachau, ‘Gewoon een ontspannen reisje’ was de kop, de tickets aangeboden door de Duitse overheid, een reisje dat ik nooit vergeet, de prachtige, sterke mensen die hun oorlog met mij deelden.

Met Isaac Lipschits wandelde ik over de dijk waar hij was ondergedoken, en hij vertelde over wat hij ‘de kleine Shoah’ noemde: het alledaagse haten, de onverschilligheid. Over de Spoorwegen die tegen betaling mensen afvoerden – en hij liet me een factuur zien: 1.999 gulden en 45 cent voor het transport van 395 joden naar kamp Westerbork.

Achttien jaar na dat gesprek, elf jaar na Lipschits’ overlijden, VIERENZEVENTIG jaar na de bevrijding betaalt de NS die schuld pas terug.

De authentieke bril. Beeld Toine Heijmans

We laten de oorlog niet los, maar kruipen er nog steeds naartoe. Ik denk ook om te begrijpen hoeveel oorlog er nog in ons zit. Lompheid ligt altijd op de loer.

Het is druk, Kamp Vught trekt elk jaar meer bezoekers. Bij het monument met kindernamen legt een vader zijn zoon uit wat ‘vernietiging’ betekent en ik hoor hem denken: dit is opvoedkundig van belang, hier geen fouten maken, en ja, wat is dat eigenlijk, vernietiging, uit welke menselijke programmeerfout is dat ontsproten? Mijn eigen kinderen zijn verbazingwekkend sterk verbonden met de oorlog, niet door hun opvoeding, maar vooral dankzij Anne Frank en Het Klokhuis, en dankzij de overlevenden die in de klas kwamen vertellen. Maar ook als er geen overlevenden meer zijn, geven zij de oorlog door.

23 jaar geleden schreef ik in de krant over het NIOD, dat toen nog RIOD heette, het oorlogsonderzoeksinstituut dat zich op een nieuwe toekomst beraadde. ‘Langzaam los van de oorlog’, was de kop, want over de oorlog was al zoveel verteld dat de toekomst elders lag: in de ‘eigentijdse geschiedenis’ met de hele twintigste eeuw als werkgebied.

Minister J. Gielen trouwens wilde het RIOD al in 1948 opheffen: het land moest verder, die oorlog was ballast. Maar het land ging verder met oorlog en al: steeds weer, steeds dieper en steeds meer in detail.

De boeken blijven komen: Jan Brokken, Roxane van Iperen, Ad van Liempt. Mijn krant, de krant van 2019, publiceert een prachtige reeks interviews met ooggetuigen, alweer verhalen die ik niet kende. Het AD schrijft dat een oorlogsmonument in Amersfoort wordt aangepast: het ‘bevat namen van foute Nederlanders’. Ook het goed en fout is nog springlevend, al namen historici als Hans Blom daar al afscheid van toen ik nog geschiedenis studeerde.

Matrassen van jute met riet. Beeld Toine Heijmans

Onderwijl groeit het antisemitisme, en zelfs in Duitsland bagatelliseren politici de historische betekenis van de Holocaust. Tijdens de twee minuten stilte, zaterdag bij Kamp Vught, schreeuwden terreurverdachten vanuit de naastgelegen gevangenis ‘Allahu Akhbar’, schrijft het Brabants Dagblad. Lompheid ligt overal op de loer.

Daarom is Kamp Vught authentiek waar het authentiek kan zijn. De oorlog wordt anders doorgegeven dan andere oorlogen: niet als geschiedenis maar als heden, een constant en diep onderdeel van de collectieve ziel die nog steeds niet de programmeerfout boven water heeft.

Uit het aanbod oorlogsboeken bij de uitgang van het kamp vis ik de vierde druk van David Kokers Dagboek geschreven in Vught.

‘Over de hele linie pech gehad’, is een van zijn eerste zinnen. ‘Het is hier alles heel moeilijk’, is een van zijn laatste.

Moeilijk is het nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden