Verslaggeverscolumn in Den Haag

Hoe is het mogelijk dat de Kamer geen idee had van z’n eigen nieuwbouw?

Tradities, mores en rituelen aan het Binnenhof. Aan de Hofvijver, niet ver van de zee, huist een stam met merkwaardige rituelen en een wonderlijke manier van zichzelf in stand houden.

Van alle verbazende verhalen in het boek Macht der gewoonte van Carla Hoetink is dat over de nieuwe vergaderzaal wel het meest verbazingwekkend. We gaan terug naar 1981. De Tweede Kamer besluit dat er een nieuw parlementsgebouw moet komen. Maar waar, en hoe groot? Er zijn plannen om het ledental naar 225 te verhogen. Als plaats van vestiging wordt gesproken over Amersfoort (lekker centraal), Lelystad (waar de pioniersgeest waart) of groeikern Zoetermeer. Historisch bewustzijn lijkt zo goed als afwezig.

Het parlement blijft uiteindelijk in Den Haag. Maar als dan elf jaar later de nieuwe zaal klaar is, valt het resultaat de Kamerleden rauw op het dak. ‘Staatsrechtelijk deugt-ie van geen kant’, oordeelt D66-leider Van Mierlo. ‘De emotionele en historische waarde van de oude vergaderzaal hebben we met z’n allen onderschat’, vindt CDA’er Gualthérie van Weezel. Zowat iedereen is ontevreden. Jammer dat de regering niet lager zit dan de Kamerleden, zodat je kan zien wie de baas is. Jammer dat Vak K, waar de kabinetsleden zitten, niet meer in de schootslijn ligt van de interruptiemicrofoons en het spreekgestoelte. Nee, deze opstelling is geen uitnodiging tot confrontatie.

Hoe is het mogelijk, vraag ik aan de Nijmeegse politiek historica Hoetink (37), dat de Kamer geen idee had van z’n eigen nieuwbouw. Gaan we met de aankomende verbouwing straks hetzelfde beleven: geweeklaag achteraf op een dossier dat ze van begin tot eind zelf kunnen bedisselen?

Carla Hoetink: 'De wil er samen uit te komen.'

Protestants parlement

‘Dat hoofdstuk heb ik wel met de meeste verbazing geschreven’, vertelt Hoetink. ‘Amper te bevatten dat de PvdA op zeker moment zegt: de architect zoekt het maar uit. Het laat zien dat we een heel protestants parlement hebben: what you see is what you get. Het ging puur om de functionaliteit.’

In politiek-cultureel opzicht was die nieuwe zaal binnen zes jaar na de oplevering achterhaald, vindt ze. ‘Onder Paars was de politiek een kabbelend zeegezicht; die consensus wordt door de zaal weerspiegeld. Met de scherpere oppositie van SP en Centrumdemocraten kwam daar meteen een eind aan.’

Toen ze begon, in 2005, dacht ze in 5 jaar te promoveren. Het vergde uiteindelijk meer dan 12 jaar. Nu het boek er eenmaal ligt, is het niet voor te stellen dat zoiets er niet was; natuurlijk moeten in een volwassen democratie de parlementaire gewoonten worden bestudeerd. De benadering van Hoetink is vaak bijna antropologisch: daar aan de Hofvijver, niet ver van de zee, huist een stam met merkwaardige rituelen en een wonderlijke manier van zichzelf in stand houden.

Centrale vraag: hoe maken Kamerleden gebruik van de geschreven en ongeschreven regels? Onderzoek daarnaar levert vreemde verhalen op, bijvoorbeeld over fractieleiders die hun eigen fractiegenoten niet kennen: ‘Die kleine krullenbol daar, is dat er eentje van jullie of van ons?’, informeert KVP-leider Romme over een ARP’er die dan al een half jaar Kamerlid is.

Publiek mag niks...
...en de Kamer moet op de tijd letten

Binnensfeer

Het Reglement van Orde is er voor het formele houvast. Daarnaast zijn er de mores, tradities, rituelen – het gebied wat Hoetink de ‘tussensfeer’ noemt, halverwege ‘de binnensfeer’ van de Grondwet en de ‘buitenwereld van machtsverhoudingen en partijpolitiek’. Kamervoorzitter Anne Vondeling beschreef al in 1956 wat je daar kunt aantreffen: ‘Al heb je nog zo’n rijke fantasie, de werkelijkheid is beslist anders dan je gedroomd, gehoopt of vermoed hebt.’ Wie dat stelsel beheerst heeft, zoals Femke Halsema het formuleerde, ‘macht in het debat’.

Pratend met Hoetink komen de eigenschappen naar boven die het parlement zo enorm Nederlands maken. Het verlangen tegelijk vertrouwelijkheid en transparantie na te streven, het diepgewortelde wantrouwen jegens welsprekendheid, en vooral: de spagaat die maakt dat de Kamer een ‘theater van onenigheid’ is, maar tegelijk een besluitvormingsorgaan. Met, zoals Hoetink het aan haar keukentafel formuleert, ‘de wil er samen uit te komen als alles overwinnende kracht’.

Als politiek theater en compromisbereidheid onlosmakelijk verbonden zijn, hoe verkrijgen parlementariërs dan geloofwaardigheid? Hoetink vertelt hoe ze in de Handelingen uit de jaren vijftig ontdekte dat debatten toen heftiger waren dan het ‘doe normaal man’ van Rutte en Wilders. Kamerleden conformeren zich, maar laten in taalgebruik en zelfs in motoriek tegelijk hun persoonlijkheid doorschemeren. Om succesvol te zijn, moet je je tot op zekere hoogte aanpassen.

Kijk naar Wilders, die precies weet hoe het werkt, zegt ze. Of naar Baudet die de regels slecht kent en daarom gemakkelijk genegeerd wordt. Wanneer je effectief bent, moet je – zoals Omtzigt of Dijksma of Bosma – de procedures kennen, maar ook de onzichtbare kant beheersen die maakt dat je wordt opgenomen in de Kamercultuur. Als dat bewustzijn er is, zegt Hoetink, kun je de gewoonten naar je hand zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.