Hoe ik van een corpsbal in een knor veranderde

De eerste keer dat je een interieur vernielt voelt goed, maar daarna wordt het minder

Filosoof en schrijver Viktor Frölke (1967) veranderde van mening over lidmaatschap van het corps.

Beeld Ivo van der Bent

Oude opvatting

'Lidmaatschap van een studentenvereniging is een verzekering tegen de eenzaamheid en de verveling. Dat ik lid werd van het corps in Amsterdam had ook met mijn dwarsigheid te maken: ik studeerde filosofie en wist dat het voor filosofen totaal ongebruikelijk was om je aan te sluiten bij dat soort clubs. Dat was voor mij reden om het juist wel te doen. En ik hoopte snel nieuwe mensen te leren kennen en nog eens wat mee te maken.

'Lid worden van het corps is een soort voortzetting van je pubertijd: je zit in een veilige omgeving, er is sociale controle maar je kunt toch buitengewone dingen doen. Ik zat in een literair dispuut. We hadden ontzettende lol. We maakten films, ik schreef toneelstukken die ook nog werden opgevoerd, we hielden toespraken over gewichtige zaken, we maakten reisjes naar Oost-Europa; daar kon je toen in de jaren tachtig als een koning leven met een paar stuivers op zak. Ik leefde in een bubbel en woonde in een dispuutshuis op de gracht. Het hele idee van het corps is dat je in een soort stoomketel zit, je moet het met elkaar redden waardoor je in korte tijd vertrouwdheid met elkaar opbouwt en hechte vriendschappen sluit.'

Het kantelpunt

'Tijdens mijn corpstijd had ik al bedenkingen, maar dat was meer gevoelsmatig. Dat ik dacht: mijn god, wat is dit? Hoe mensen te kakken werden gezet. Afzeiken als sport. Je moet ook altijd alles hetzelfde doen. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen: 'Ik wil geen biertje, ik drink vanavond karnemelk.' Je moet meegaan. De vernedering rondom de ontgroening stond me vanaf het allereerste begin vreselijk tegen. Achteraf snap ik eigenlijk niet waarom ik toen ben doorgegaan. Het is het eeuwige debat dat ik met mezelf voer: of je moet deelnemen of juist buitenstaander blijven.

'Het echte kantelpunt kwam pas veel later, toen ik besefte dat als ik een goede schrijver wilde zijn, ik compleet vrij en ongebonden moest zijn, en daarom bij geen enkele club moest horen. Dat was een paar jaar geleden. Toen heb ik nogal rigoureus mijn lidmaatschap opgezegd.'

Viktor Frölke. Beeld Ivo van der Bent

Nieuwe opvatting

'Als ik het over mocht doen, zou ik geen lid zijn geworden van het corps - al heb ik er een paar goede vrienden aan overgehouden. Ik weet nu van mezelf dat ik niet gelukkig word in grote groepen. Aan georganiseerde gezelligheid en groepen die dwangmatig vasthouden aan oude rituelen heb ik eigenlijk een grondige hekel.

'Als mijn zoon, die nu gaat studeren, lid zou worden van het corps, wil ik dat hij eerst mijn roman Het dispuut leest en ziet wat uniformiteit met je doet. Het cliché dat corpsballen geen eigen mening hebben, elkaar napraten en een stelletje apen zijn, is niet helemaal waar. Er zitten ook intelligente mensen bij; zo was mijn dispuut nauwelijks corporaal, waardoor ook ik er enigszins in kon gedijen. Maar meelopen vanwege de groepsdruk, dingen doen die je hevig tegen de borst stuiten, is wél een gevaar dat op de loer ligt. Het punt van het corps is dat je jezelf verliest. Je moet je verliezen, anders ga je niet zooien om een vaatje of jaarliederen uit volle borst zingen.

'Nu ik er weer over praat, merk ik dat het thema me na aan het hart ligt. Het zit diep. Dat een mens kennelijk in staat is om zichzelf zo weg te cijferen en zo makkelijk zijn eigen moraal opzij kan schuiven. Dat is griezelig aan groepen. Uit onderzoek blijkt dat onder druk van de groep menigeen zijn gezond verstand overboord gooit. Ik heb natuurlijk ook meegedaan aan het afzeiken van zogenoemde foeten of nullen. Dat is in feite een voortzetting van pesten op school. Dingen slopen: ook zoiets. De eerste keer dat je een bierglas tegen de muur kapot gooit, vind je jezelf nog heel wat; daarna wordt het minder. Wij flikkerden vroeger ook parkeermeters in de gracht en vernielden interieurs. Dat voelde goed, maar het was natuurlijk gewoon vandalisme.'

Het effect

'Dat ik afstand van het corps heb genomen, is bevrijdend voor me geweest. Ik voel me autonomer, minder een windvaan. Ik ben drie jaar postbode geweest, dat was een louterende ervaring omdat ik toen echt aan de onderkant van de arbeidsmarkt verkeerde. Wat andere mensen daarvan vonden, kon me niet zoveel schelen. Niemand is helemaal vrij. Iedereen zit in dezelfde gevangenis, zoals Seneca dat tweeduizend jaar geleden al schreef, maar daarbinnen zoek ik naar zo veel mogelijk vrijheid en speelruimte.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.