Essay Corruptie bij Heineken

Hoe het wangedrag van een multinational als Heineken bijdraagt aan het beroerde ondernemingsklimaat in Nigeria

Beeld Neil Webb

Hun inmiddels bekroonde onthulling over corruptie bij Heineken in Nigeria kreeg amper aandacht. Terwijl dat wangedrag toch stabiliteit en groei bedreigt, schrijft Femke van Zeijl, een van de betrokken journalisten. 

‘Ons corruptiebeleid is zero tolerance’, verklaarde de Nederlandse CEO van Nigerian Breweries in september 2014. Ik interviewde de baas van deze Heinekendochter in Nigeria, ’s lands grootste bierproducent, op het hoofdkantoor in Lagos. De directeur betoogde dat zijn bedrijf zo groot was dat het zich kon veroorloven de spelregels te bepalen: ‘Vandaar ons respectabele imago’. Tweeënhalf jaar later werd diezelfde topman in de hoofdstad Abuja verhoord in verband met een corruptiezaak waarvan politiebronnen stelden dat het hem zeven jaar in een Nigeriaanse gevangenis had kunnen opleveren als Heineken geen miljoenenschikking had getroffen, en werd hij geruisloos weggepromoveerd naar een voorheen niet bestaande positie op een ander continent.

De zaak zou in de doofpot zijn verdwenen als onderzoeksjournalist Olivier van Beemen en ik er niet waren ingedoken. Het kostte ons bijna een jaar om de corruptie in de hoogste regionen van Nigerian Breweries bloot te leggen. In Nederland en Nigeria speurden we naar bewijs en getuigenissen. Daarbij werden we van meerdere kanten gewaarschuwd voor de risico’s van het opnemen tegen zo’n economische reus, en ook veel bronnen wilden alleen anoniem meewerken uit angst voor de macht van de multinational. De corruptie, zo zeiden werknemers, beperkte zich niet tot deze casus: meerdere topmanagers, zowel Nederlanders als Nigerianen, hielden er bij Nigerian Breweries omstreden handeltjes op na. Uit ons verhaal rijst het beeld op van een door en door corrupt bedrijf: ‘Een bewaker rekent 100 naira (25 eurocent) aan de poort om je binnen te laten, op een iets hoger niveau betaal je 1.000 naira en je bent al gauw een paar miljoen naira kwijt om de financieel controleur zo ver te krijgen dat je wordt uitbetaald. Zo werkt dat hier.’

De reactie in Nederland op onze onthullingen in maart vorig jaar was vooral desinteresse. ‘What’s new?’, luidde het eerste commentaar van een abonnee op ons stuk op de onderzoeksjournalistieke website Follow the Money. Een ander veronderstelde dat omkopen in Afrika een moeilijk verhaal blijft, want een lokaal gebruik. Geen enkel medium nam het nieuws over. Corruptie in Afrika, leek de consensus, ís geen nieuws. Dat is immers eerder regel dan uitzondering.

Een andere onthulling door Olivier van Beemen over Heineken in Afrika kreeg in diezelfde periode juist wel veel aandacht. Hij beschreef hoe de multinational promotiemeisjes inzette om de verkoop te stimuleren. Vaak worden zij lastiggevallen onder werktijd, moeten ze naar bed met leidinggevenden en prostitueren ze zich aan klanten. Nederland sprak schande van de uitbuiting van promotiemeisjes, onder andere het Algemeen Dagblad, Het Financieele Dagblad, Trouw en De Telegraaf berichtten erover en het Radio 1 Journaal opende er zijn bulletin mee. De Tweede Kamer nam naar aanleiding van deze zaak vrijwel unaniem een motie aan die dit soort praktijken veroordeelt en pleitte voor terugvordering van subsidiegeld van bedrijven die zich er structureel aan bezondigen. De ASN Bank gooide Heineken uit zijn duurzame aandelenfonds.

De verontwaardiging was volkomen terecht, maar ik kan u verzekeren dat menige Nigeriaanse vrouw de schouders heeft opgehaald bij dit verhaal en heeft gedacht ‘What’s new?’. Voor mijn seksegenotes hier is seksuele uitbuiting eerder regel dan uitzondering. Een vriendin bij een bank kan naar promotie fluiten omdat ze niet met de baas in bed duikt, studentes zien hun academische carrière gefnuikt als ze de avances van een docent ontwijken en belangrijke politieke posten bereik je als vrouw zelden als je niet de maîtresse bent van een hoge baas. De Nigeriaanse samenleving is door en door seksistisch, maar dat is geen reden om het wangedrag op dit gebied van een Nederlands bedrijf in Nigeria te vergoelijken. Waarom lijkt dat dan wel zo te zijn als het draait om corruptie?

Ten eerste denk ik dat weinig Nederlanders beseffen hoe zwaar een bedrijf als Heineken weegt in de Nigeriaanse economische orde. De Nigerian Breweries topman had gelijk toen hij stelde dat zijn onderneming zo groot was dat het de regels kon bepalen. Juist daarom is het zo verontrustend dat het bedrijf niet koos voor de weg van integriteit.

De Heinekendochter is het op twee na grootste producerende bedrijf in het West-Afrikaanse land, de directe werkgever van zo’n drieduizend mensen en indirect naar eigen zeggen van zo’n 200 duizend. De multinational kan een enorm verschil maken in het land, ten goede en ten kwade. Dat geldt voor Heineken net zo goed als voor andere multinationals zoals Shell, Unilever, Akzo Nobel of FrieslandCampina. In die zin kun je ons onderzoek niet alleen lezen als de beschrijving van een specifiek gevalletje bedrijfsfraude, maar evenzeer als een parabel over de rol van multinationals in het buitenland.

Corruptie in zo’n bedrijf gaat niet om een druppel in een oceaan, maar ís de halve oceaan en daarvan is de gemiddelde Nigeriaan zich zeer bewust. Het geeft voer voor de discussie die ik hier in Lagos vaker voer, over onze individuele verantwoordelijkheid voor de alomtegenwoordige corruptie. In Nigeria’s economische hoofdstad is corruptie gespreksonderwerp nummer een, vergelijkbaar met het weer in Nederland. Laatst zat ik bij een vriend in de auto die het ene moment vloekte en tierde op de miljoenen stelende politici, om een minuut later routineus een politieagent af te kopen bij een verkeerscontrole. Dat die steekpenning van omgerekend vijftig eurocent onderdeel was van hetzelfde probleem als de kleptocraten in de politiek kon ik hem lastig uitleggen. De chauffeur die net de miezerige 200 naira aan de diender had gegeven, vond dat in geen vergelijking staan met de astronomische bedragen gemoeid met de machtsverstrengeling en omkoperij op het allerhoogste niveau. Met dat argument pleitte hij zichzelf dan ook vrij.

In dit verband zorgen multinationals helemaal voor een kwalijk trickledowneffect: als een rijke buitenlandse onderneming het al niet nauw neemt met de regels – diezelfde buitenlanders die altijd komen zeuren over good governance – hoe kan dan van eenvoudige onderdanen worden verwacht dat zij het beter doen?

Zo draagt het wangedrag van onze multinational bij aan het beroerde ondernemingsklimaat in Nigeria, precies het klimaat dat Nederland met zijn ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van geen hulp, maar handel wil stimuleren. Dat is de tweede reden dat corruptie bij een Nederlands bedrijf in Afrika er wél toe doet. We hebben inmiddels immers een minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zegt zich in te zetten ‘voor onze handel in het buitenland én voor meer stabiliteit en groei in ontwikkelingslanden’. Als er echter één ding die stabiliteit en groei bedreigt, dan is dat wel een systeem doordrenkt van fraude.

Op de landenranglijst van de Wereldbank van 2018 over het gemak van zakendoen staat Nigeria op nummer 146 van de 190. Die belabberde positie heeft de grootste economie van Afrika te danken aan de grootschalige corruptie. Wie hier een bedrijf opent, wordt daar op de meest onverwachte momenten mee geconfronteerd: als je aan het bouwen slaat, komen ambtenaren van de gemeente je chanteren met zelfbedachte gemeenteheffingen; hou je een openingsfeestje, dan komt de politie haar hand ophouden; lopen de zaken goed, dan komen agbero boys, de officieuze heersers van de straat, hun deel opeisen. Corruptie ligt ook ten grondslag aan veel van de overige factoren die het ondernemen lastig maken, zoals de ontoereikende stroomvoorziening.

Een Nederlands bedrijf dat zich in den vreemde misdraagt, rijdt dus ook de Nederlandse politieke agenda in de wielen. In het geval van Heineken is dat een agenda waarvan de multinational nota bene financieel profiteert in de vorm van subsidies voor landbouwprojecten in Afrika, onder andere in Nigeria. Om het aandeel van lokaal geproduceerde grondstoffen in het eindproduct te verhogen tot 60 procent in 2020 – een doel waarvan Heineken in het laatste jaarrapport moest toegeven dat het bij lange na niet gehaald zal worden – ontving het bedrijf miljoenen euro’s van onder andere Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Verantwoording afleggen over de bedrijfsethiek in de regio is wel de minste tegenprestatie die je van de onderneming mag verwachten in ruil voor dat belastinggeld.

Maar het belangrijkste argument waarom het er wel degelijk toe doet als een Nederlands bedrijf als Heineken zich in Afrika misdraagt, komt van Heineken zelf. De multinational is namelijk degene die met name in dat continent de nadruk legt op, en goede sier maakt met maatschappelijk verantwoord ondernemen: van HIV-remmers voor Afrikaanse werknemers tot de Heineken Africa Foundation voor gezondheidsprojecten. Onder het motto ‘Brewing a Better World’ beschrijft het brouwbedrijf hoe het wil groeien met de samenlevingen waarin het opereert. Daarbij streeft het bedrijf ernaar ‘bij te dragen tot het sociale en economische welzijn van gemeenschappen’.

Het zijn klinkende voornemens waarover de pr-machine van de multinational zich immer welwillend laat interviewen, en met nieuwe duurzaamheidsprojecten wentelt de brouwer zich volop in de media-aandacht. Maatschappelijk verantwoord ondernemen kan echter niet blijven bij wat public-relationsprojecten: als je dezelfde principes niet betrekt op het functioneren van het gehele bedrijf, is het niets meer dan window dressing.

Kortom, wie zulke mooie woorden spreekt over zijn maatschappelijke functie, dient daarover als bedrijf op de lange termijn verantwoording af te leggen. Alleen zo kan een onderneming volhouden dat zij daadwerkelijk belang hecht aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in de landen waarin zij opereert.

In 2018 deden onze onthullingen over corruptie bij de brouwer in Nigeria weinig stof opwaaien. Deze week ontving ons onderzoek de publieksprijs bij de belangrijke journalistieke vakprijs De Tegel met een overmacht aan stemmen. Het geeft het verhaal een tweede kans een groot publiek te bereiken. Misschien dat de bevindingen nu de aandacht krijgen die ze verdienen. Niet als een potje ‘multinationaltje pesten’, zoals een collega-journalist ons onderzoek afschreef, maar omdat we juist onze machtige multinationals moeten stimuleren ook in het buitenland volgens de regels te spelen.

Femke van Zeijl is freelancejournalist met als standplaats Lagos, Nigeria. Ze werkt voor Nederlandse en internationale media, van geschreven pers tot radio en televisie. Momenteel schrijft ze haar vierde boek, De doe-het-zelfmaatschappij, een non-fictierelaas over leven in Lagos, een samenleving waarin de burger zelf voor alles opdraait.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden