VerslaggeverscolumnMarjon Bolwijn

Hoe het verzwegen kind zich redt nadat zijn ouders plotseling Nederland zijn uitgezet

Miguel lijkt een doodgewone jongere van 25 jaar. Hij speelt basgitaar in een bandje, voetbalt en woont op kamers. Zijn brood verdient hij als video editor en webmaster. Als er niet genoeg euro’s binnenstromen doet hij er nog wat schoonmaakwerk bij. Ik zoek contact met hem, nadat een sociaal advocaat in een interview terloops op zijn bestaan wijst. En ik besef dat een verhaal dat ik eerder schreef, nog een aangrijpend geheim kende.

Wat Miguel anders maakt dan zijn vrienden, is dat hij niet bestaat. Althans, volgens de bureaucratische werkelijkheid. Sinds zijn twaalfde leeft hij ‘onder de radar’. Zijn ouders reizen in 2008 met hun zoon naar Nederland om er, zonder verblijfspapieren en met de hoop op een betere toekomst dan in Bolivia, met schoonmaakwerk een inkomen te vergaren. Zoals tienduizenden ongedocumenteerde arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie al tientallen jaren doen. Miguel en zijn ouders verhuizen om de haverklap, van de Dappermarkt in Amsterdam-Oost, naar Zuidoost en Noord. Hij bewaart gelukkige herinneringen aan die tijd, vertelt hij als we elkaar ontmoeten in een koffietent vlakbij hun eerste onderkomen. Terwijl hij naar school gaat, huiswerk maakt en voetbalt, poetsen zijn ouders de badkamers en keukens van particulieren in en om de hoofdstad. Zondags gaan ze naar de kerk. Dat gaat drie jaar goed.

Tot een donderdag in april 2011. De dan 15-jarige scholier, die inmiddels vloeiend Nederlands spreekt en veel vrienden heeft, volgt een les Engels op een vmbo-school. Hij voelt zijn mobiele telefoon trillen. Wel 20 keer wordt hij gebeld, maar hij neemt niet op want de schoolregels verbieden dat. Miguel probeert te luisteren naar de leerkracht, maar wordt weer afgeleid door rumoer op de gang. Hij wordt de klas uitgehaald. ‘Je ouders zijn opgepakt, ze hebben hun paspoort nodig, die ligt in jullie huis,’ vertelt de directrice. Een man van de kerk wacht hem op, samen gaan ze naar huis. Miguel blijft achter terwijl de man met de documenten naar het vreemdelingendetentiecentrum bij Schiphol rijdt.

Zijn eerste gedachte is: ‘Mijn ouders worden het land uitgezet, en ik ga met ze mee.’ Gevolgd door een sterk besef: ‘Vanaf nu moet ik alleen verder.’ Dat voorgevoel wordt bekrachtigd als hij hoort dat zijn ouders de vreemdelingenpolitie niet hebben verteld over hun zoon. Ze wilden hem besparen ook te worden opgesloten in een cel, als een misdadiger.

In de maanden nadat Miguels ouders tegen de lamp zijn gelopen als ongedocumenteerde, zwart werkende arbeidsmigranten, reconstrueer ik voor de Volkskrant hoe de politie van Haarlem te werk is gegaan bij het achtervolgen en staande houden van mannen en vrouwen met een ‘negroïde uiterlijk’. Buschauffeurs tippen dat zij in de vroege ochtend van Amsterdam naar villawijken in Bloemendaal, Heemstede, Haarlem, Overveen en IJmuiden reizen. Van de dertig die de politie om hun verblijfspapieren vraagt, blijken 26 ‘illegaal’ in Nederland te verblijven. Uiteindelijk worden er twaalf het land uitgezet. Miguel vertelt dat zijn ouders daar ook bij waren. Anderen wisten met behulp van een advocaat uitzetting te voorkomen. De Raad van State oordeelde dat het achtervolgen, staande houden en detineren van personen op grond van hun uiterlijk onrechtmatig is.

Eenmaal terug in Bolivia smeken Miguels ouders hem hen achterna te komen. Maar hij wil eerst het schooljaar afmaken waar hij zo hard voor heeft geblokt. Een vrouw van de kerk biedt hem onderdak en zal een beschermende, oudere zus voor hem worden. Na afloop van het schooljaar wil hij verder, zijn diploma halen en zo volgen ontelbare momenten van wikken en wegen waarop telkens weer zijn keuze op Nederland valt. Miguel heeft zijn ouders inmiddels tien jaar niet gezien. Maar hier in Nederland voelt hij zich thuis, zijn al zijn vrienden, de kerk, zijn werk en de muziekband. En hij hoopt genoeg geld te gaan verdienen om zijn ouders te kunnen steunen, minder bedeeld als zij zijn dan hij.

‘Ik houd van dit klimaat, deze samenleving, de mentaliteit,’ vertelt hij als ik hem vraag of een legaal bestaan in Bolivia niet meer perspectief biedt dan een leven als ongedocumenteerde in Nederland. Zo heeft Miguel geen beroepsopleiding mogen volgen en zal hij bij huisvesting en werk altijd afhankelijk blijven van de goodwill van anderen. Maar Miguel laat zich sturen door een hogere macht en vertrouwt er op dat het goed komt.

Er loopt een tweede aanvraag voor een verblijfsvergunning. In het dossier van zijn advocaat zitten brieven van zijn vrienden, met teksten als ‘Miguel hoort bij ons’. Dit voorjaar zal duidelijk worden wie gaat winnen: de dappere dromer of de bureaucratische natiestaat.

Miguel is een gefingeerde naam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden