VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in en rond Amsterdam

Hoe het burgerteam van de NS doorgaat alsof er niets is gebeurd

Het burgerteam Veiligheid en Service van de NS holt door het station van Haarlem. Frank, hiervoor twaalf jaar uitsmijter op het Leidseplein. Joyce, opgeleid in maatschappelijk werk. Axel, uit de beveiligingsbranche. En Iwan, komt van de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid van Justitie.

We reizen kriskras rond Amsterdam, ze hebben me in hun appgroepje ‘Burgeractie 10-2’ gezet voor als we elkaar kwijtraken. ‘Hoppa’, appte Frank toen het begon.

Noot voor Thierry Baudet: Frank met de zwarte baard is een Venezolaan van afkomst en Iwan heeft een donkere huid. Ook bij Veiligheid en Service werken Nederlanders met wortels van Turkije tot Marokko en van Gambia tot Duitsland, die kunnen reizigers tenminste netjes in hun eigen taal aanspreken.

In Haarlem zijn zwartrijders aan het tail gaten, dat is NS-speak voor het zonder kaartje langs toegangspoortjes glippen, door dicht achter iemand anders aan te lopen. Iwan zag het als eerste, boven, door het groene glas-in-lood op perron 1.

Iwan waarschuwt de conducteur zodat die kan omroepen dat ze er zijn.

De groep is nu in tweeën gesplitst, ik ren mee met Iwan en Joyce. ‘Het overgrote deel van de mensen in de trein’, roept Iwan intussen, ‘is echt heel aardig!’ Joyce, opgewekt: ‘Ja hoor! Wij hebben vooral last van een kleine minderheid van Nederland!’ Mensen kijken naar ons om.

Het burgerteam, zeggen ze zelf, beschermt al die aardige reizigers tegen zwartrijders en herriemakers: de minderheid die op zichzelf ook weer een dwarsdoorsnede is. Je hebt er hondsbrutale jongeren bij, doorgesnoven feestgangers, moeders met kinderen en mannen in pak.

En je hebt de politieke zwartrijders. Baudet stuurde per tweet doelbewust zijn ‘feitelijke blunder’ de wereld in over Marokkanen die vriendinnen in de trein zouden lastigvallen. Toen dat uitkwam kletste hij zichzelf eruit via Facebook. Daar kregen de burgercontroleurs van Veiligheid en Service de schuld, die agressief zouden zijn geweest en ‘wapengerei’ zouden hebben getoond.

Joyce zat die dag in dat burgerteam, maar stond aan de andere kant van de trein. Ze waren net opgesplitst, zoals ze altijd doen, om van twee kanten naar elkaar toe te werken. ‘Als je elkaar als groep uiteindelijk weer treft, vraag je altijd even of er nog iets is gebeurd’, zegt Joyce. Ook die dag, maar nee: ‘Dat die vriendinnen van Baudet moeilijk deden, dat was te normaal om te noemen, want dat maken wij de hele tijd mee.’

Van links naar rechts: Axel, Frank, Iwan, Joyce.

Dit nog los van de camerabeelden, waarin de NS aanleiding zag om ‘pal achter de handelswijze’ van het team te staan.

In de trein heeft de kwestie het burgerteam ook goodwill opgeleverd. Ik hoor de ene na de andere passagier naar Baudet verwijzen, van gniffelend tot gegeneerd. Sommige mensen zeggen dat ze het ‘allemaal vreselijk’ vinden.

Ach, zegt het burgerteam, zij worden nog nauwelijks warm of koud van dit soort gedraai, ze zien het dagelijks. ‘Iedereen heeft tegenwoordig ook rechten gestudeerd als je de mensen moet geloven’, had teamleider Jeroen Houthuijzen tevoren al gezegd. En Joyce zei: ‘Dat iets grofs me niets meer doet omdat ik het dagelijks meemaak, dát is misschien wel erg.’

Frank, Axel, Iwan en Joyce controleren de kaartjes in de trein en vissen met arendsogen zwartrijders eruit bij de toegangspoortjes op station. Een moeder met een benauwd kijkend dochtertje van een jaar of tien (‘Er zijn vaak kinderen bij’). Een jongen die probeert te betalen uit een rugzakje vol vals geld – daar halen ze politie bij. Een vriendelijke, vermoeide Pool die hier in de bouw te weinig betaald krijgt om zijn treintickets naar zijn werk te kunnen kopen. Joyce is daar een minuut of tien stil van en schrijft ‘coulance’ op zijn bon, dan weet de NS dat ze deze boete beter niet kunnen innen.

Op uitkijk bij de toegangspoortjes.

Onder hun jas dragen burgercontroleurs handboeien. Verder geen ‘wapengerei’, wel een steekwerend vest, nu jongeren rondlopen met messen. Zes keer per jaar worden ze getraind in zelfverdediging (‘Als ik jouw arm zo op je rug draai dat je niks meer kan, dat noemen we een bokkenpootje’). Ze zijn Buitengewoon Opsporingsambtenaar, door de NS extra opgeleid in deëscaleren.

Een zwartrijdende jongen is ijzingwekkend onbeschoft tegen Iwan, die moet opsodemieteren, met zijn kankerbekeuring. De jongen eist Iwans achternaam, dan zal hij ‘hem wel eens even googelen’. Dit gebeurt vaker, daarom wil het team ook alleen met voornamen in de krant. De spanning neemt toe. Verderop staat al iemand met zijn telefoon te filmen. Iwan schrijft onaangedaan zijn bon.

Bij etters schrijven ze soms ‘geen coulance’.

Lodewijk Asscher liet nog een slagroomtaart bezorgen: ‘Complimenten voor jullie goede werk!’ Politieke taart na politiek zwartrijden, het burgerteam ging ‘helemaal stuk’ van het lachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden