Column Stephan Sanders

Hoe hebben we die zwarte schmink ooit met droge ogen kunnen aanzien?

. Beeld .

Het zijn meestal mannen. Je kunt ze het beste rozevingerig noemen, als in die beroemde dageraad van Homerus. Die mannen vinden het fijn om één keer in het jaar van huidskleur te veranderen. Wat roze was, moet resoluut zwart worden. Donker zwart, pikzwart.

Op het eerste gezicht denk je nog; dit ritueel moet iets te maken hebben met een diep gevoeld verlangen om van lichaam te veranderen. Van kleur te verschieten. Een transraciale geaardheid, zoals er mannenlichamen rondlopen die ten diepste ervaren dat het vrouwenlichamen hadden moeten zijn.

De kwestie blijft: waarom steekt die overtuiging bij de transracialen maar eens per jaar de kop op?

Als onnozele buitenstaander mag je ervan uitgaan dat die roze mannen de zwarte huidskleur liefhebben, zeker als je ziet hoeveel moeite erin gaat zitten om ook de tenen, en de huidplooi tussen de tenen egaal zwart te maken. Het is een heidens karwei en het meest buitensporig van dit al: wanneer de transformatie is voltooid en er op straat is geparadeerd, zoals vroeger travestieten met baard en hoge hakken zich mengden tussen het winkelende publiek, staat al weer het volgende heidense karwei op het programma. Al het zwart moet eraf geschrobd. Er mag geen spoortje schmink achterblijven. Het lichaam, dat net nog zo begeerlijk was, moet weer terug in de oude, roze staat. De transracialen zijn eendagsvliegen, ze mogen of durven hun verlangens niet langer uit te leven. Trans for a day.

Maar een paar van hen zijn zo stoutmoedig ook in hun roze vel van hun voorkeur blijk te geven. Ze dragen dan borden bij zich of zeulen posters mee met daarop de afbeelding van een zwarte man, gevolgd door een hartje. Je kunt niet spreken van een volledige coming out, maar toch wel van erkenning van hun gedroomde staat. Zo’n proces van zelfacceptatie kost nu eenmaal tijd.

Maar net wanneer je de contouren in beeld hebt van wat deze stam der transracialen beweegt, speelt er zich iets ongelooflijks voor je ogen af.

We zoomen nu in op een voetbalveld, waarop een zwarte man speelt en dribbelt, en dat doet hij niet onsuccesvol.

Je verwacht: gejuich, aanhankelijkheidsverklaringen, plaatsvervangende trots.

Maar plotseling keert de stam zich tegen de voetballende zwarte man, de stamleden maken minachtende geluiden en geven blijk van hun diepe afkeer. Wel houden sommigen nog steeds het bordkartonnen beeld hoog van hun eigen zwarte man, van wie ze kennelijk zielsveel houden. Perverse liefde.

Dit is het moment dat onze antropoloog zijn kladblok wegsmijt en stapels aantekeningen en schetsen vernietigt. Werk van jaren. Hij laat weten dat zijn aanstaande promotie niet doorgaat.

Maar wij Nederlanders zijn geen ‘onnozele buitenstaanders’. We zijn bekend met het transraciale ritueel, vaak al vanaf onze vroegste jeugd. Pas als buitenlandse gasten hun verbazing uitspreken, of zelfs ronduit verbijsterd zijn, kijken we opnieuw naar wat ons zo vertrouwd voorkwam. En op het vierde of vijfde gezicht ontstaan er barsten in die egaal zwart geschminkte huid.

Ook hier weer moeten we spreken van een proces van jaren. Maar onderhuids wordt iets voorbereid, dat later overduidelijk zichtbaar wordt. Eerst is er de fase van de ontkenning: ‘Laat die transracialen toch die ene dag van het jaar, ze doen er toch niemand kwaad mee?’ Dat is niet langer vol te houden: er zijn meerdere incidenten geweest, waaronder knokploegachtige situaties. De zwarte voetballer die belaagd wordt, is er één uit een lange reeks.

Dan: de fase van de bagatellisering. ‘Persoonlijk hoeft het voor mij niet, maar iedereen heeft toch het recht z’n transraciale verlangen uit te leven? Ze doen er toch niemand kwaad… O ja, toch wel.’

Vervolgens breekt een vreemde radicalisering door. Op een gegeven moment, altijd onverwacht, zijn we niet langer vertrouwd met de geschminkte zwarte huid. Zelfs onverschilligheid kunnen we niet meer voorwenden.

Iets dat er jarenlang ‘gewoon bij hoorde’ is onverdraaglijk geworden. We kijken naar de roze mannen die zich omtoveren tot pikzwart en we huiveren. Hoe hebben we dit ooit met droge ogen kunnen aanzien?

Voortschrijdend inzicht? Nee, daarvoor komt de definitieve breuk te plotseling. Het zijn ook niet de argumenten die je van gedachten doen veranderen.

Je bent van blik, van geloof veranderd. Zwarte schmink doet pijn aan je ogen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden