Opinie Ombudsman

Hoe groot moet de rol van media nog zijn in #MeToo

Terugkijkend op een jaar #MeToo is de conclusie dat de krant worstelt met het begrip. Willekeur regeert, tijd voor een gedragsregel. 

Het was een klein ­berichtje in de maandagkrant, een éénkolommertje: ­‘Bekend oncoloog vertrekt om MeToo’. Daarboven, en in het stukje, stond de man met naam en toenaam genoemd. De man is weleens op televisie geweest (in DWDD), maar eerlijk gezegd zei de naam mij niets. Zo bekend was hij ook weer niet.

Waarom die naam dan genoemd, was de vraag die een lezer (via Twitter) stelde. De man heeft (vermoedelijk) ook een gezin. Dat raakt aan een gevoelig punt. Zeker met betrekking tot #MeToo hebben ‘verdachten’ in de media minder rechten dan de gemiddelde moordenaar, die bij verdenking en veroordeling met initialen wordt aangeduid.

De bron van het artikel was een eerdere publicatie in NRC Handelsblad, dat een groot verhaal had gemaakt over de reden van het vertrek van de oncoloog. Daar stond een verantwoording bij voor het noemen van de naam. Samengevat: de man was ­‘beroemd’, zijn vertrek leidde al maanden tot geruchten op zijn werkplekken en uit de context zou zijn identiteit toch wel te herleiden zijn, aldus NRC.

Met die argumentatie kun je vrijwel iedere ‘verdachte’ vogelvrij verklaren, maar dat is aan NRC. Het ontslaat de Volkskrant niet van een eigen verantwoordelijkheid. Het berichtje in deze krant was overigens een ANP-artikel. Maar ook dat ontslaat de krant niet van de verplichting na te denken over de eigen rol. In zijn algemeenheid: compassie met evidente daders is niet gepast, maar aan een heksenjacht op (vermeende) verdachten moeten media niet willen meedoen.

De adjunct-hoofdredacteur die vorige week weekenddienst had, had achteraf gezien hier liever geen volledige naam bij geplaatst. Hij is voor grotere ­terughoudendheid bij het noemen van namen rond #MeToo. ‘De vraag is hoe groot de rol van media nog moet zijn in #MeToo.’

Als een dader al gestraft is door ontslag of een ­andere sanctie, moeten wij er dan nog veel aandacht aan besteden? Voor het noemen van namen moet ­sowieso hetzelfde gelden als bij verdachten, om trial by media te voorkomen.’

Een relevante vraag, waarop deze krant binnenkort zal ingaan met een terugblik op ‘een jaar ­#MeToo’. Daarin zal ook de eigen rol in een aantal kwesties belicht worden. Terecht, want lang niet alle gevallen die de publiciteit haalden waren even sterk en duidelijk.

Dat het ook anders kan, bewees de krant afgelopen donderdag. ‘Hoogleraar UvA weg vanwege ‘onveiligheid’, luidde de kop boven een (eigen) bericht. De man was vertrokken na klachten over ‘grensoverschrijdend gedrag’. De universiteit had een pers­bericht uitgebracht, waarin details en de naam niet werden genoemd. De man had het geluk dat geen medium erop is gedoken om die details boven water te halen. Dat is ook nergens voor nodig, deze feiten spreken al voor zichzelf. Maar het illustreert de willekeur waarmee ‘veroordelingen’ door media gepaard gaan.

Over #MeToo gesproken: het fenomeen heeft binnen deze krant tot ander ongemak geleid. Voor het Stijlboek – leidraad van de redactie – is een lemma in de maak over #MeToo. Het initiatief daartoe komt van een eindredacteur, die zich (terecht) stoorde aan koppen in de krant. Te vaak wordt #MeToo daarin gebruikt als synoniem voor misbruik, verkrachting of grensoverschrijdend gedrag. #MeToo bekt lekkerder en is veel korter dan ‘grensoverschrijdend gedrag’, maar het zijn geheel verschillende begrippen.

De kop ‘#MeToo raakt Elburgse Bachdirigent’, die op de website heeft gestaan, wekte onbedoeld de suggestie dat de dirigent getroffen werd door een soort virus. Alsof het hem ongelukkigerwijs overkwam, in plaats van dat hij zelf de oorzaak was. Die kop is online later dan ook aangepast met het juiste: ‘Elburgse dirigent beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag’.

Zulke voorbeelden zijn er meer. ‘#MeToo kost ­maestro Gatti de kop’ is er een van, al kun je ook betogen dat de dirigent sneuvelde door de beweging die overschrijdend gedrag bespreekbaar maakte.

Het nieuwe lemma is nog in bespreking, maar zal zeer binnenkort van kracht worden. Kern is dat het begrip #MeToo staat voor een (protest)beweging, niet voor een daad. Een beschuldiging wordt gedaan in het kader van #MeToo, niet ‘door #MeToo’. Een #MeToo-dader, #MeToo-pleger, #MeToo-praktijken of het ergerlijke ‘#MeTootje’ bestaan dus niet.

‘Krant breekt zich het hoofd over #MeToo’ is dan weer een juiste conclusie. 

Post van een lezer: de juiste formule voor koolstofdioxide

De laatste tijd wordt veel geschreven over koolstofdioxide. Als scheikundedocent erger ik mij aan het foute gebruik van de molecuulformule van deze stof. De C en O moeten in hoofdletter, de twee die na de O geschreven wordt, dient met subscript geschreven, dus net iets lager dan op de regel. Wanneer een uitzendbureau een ‘CO2-lasser’ vraagt, denk ik: die mensen weten niet beter’. Maar van een kwaliteitskrant verwacht ik beter dan dit.

Astrid Hoppen

Feitelijk heeft de scheikundedocent hier gelijk. De kop ‘Rij vooral door met dat oude CO2-barrel’ is dan ook onjuist, al snapt elke lezer wat bedoeld wordt. Oorzaak is onder meer het redactiesysteem. Veel redacteuren kennen vermoedelijk niet de toetsencombinatie die het 2’tje correct plaatst, de commando’s voor de papieren krant en digitaal verschillen ook nog eens. In Google verdwijnen alle inspanningen overigens weer – zo gaat energie verloren met koolstofdioxide. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.