Column Ariejan Korteweg in Amsterdam

Hoe Google politieke verslaggevers journalistiek bijbrengt

De vraag was of ik wilde deelnemen aan een ­‘speciale Nieuws en ­Verkiezingen workshop’. Het zou gaan over verificatie van bronnen, over betrouwbaarheid, over trends. Als ik zelf niet kon of wilde, dan mocht ik de uitnodiging doorgeven aan een collega.

De uitnodiging was afkomstig van Google. De firma die onze kijk op de wereld stuurt en bijstuurt – denk aan het verhaal over YouTube, eigendom van Google, ­onlangs in de Volkskrant – bleek me graag te willen helpen de komende verkiezingen te verslaan.

Terwijl het er vaak op lijkt dat Google ons juist een nogal eenzijdige belangstelling wil aanpraten, ook als het om politiek gaat. Tik maar eens ‘Mark Rutte’ in het zoekvenster: je krijgt Mark Rutte vrouw; Mark Rutte vriendin; Mark Rutte contact; ex Mark Rutte. ‘Geert Wilders’? Geert Wilders vrouw; Geert Wilders afkomst; Geert Wilders PVV; Geert Wilders dochter.

Dat zijn jullie, zal Google zeggen. Jullie zijn nu eenmaal een raar ­volkje, met je hang naar sensatie, je obsessie met trammelant, je belangstelling voor privézaken die je niks aangaan. Bovendien: jullie zijn seksmaniakken. Bij Google krijg je terug wat je er in stopt. Wie daarover klaagt, klaagt over zichzelf.

Door ons een spiegel voor te houden die onze perverse voorkeuren zichtbaar maakt, is de firma schat­hemeltjerijk geworden. Moeder­bedrijf Alphabet zou volgens de laatste schattingen 739 miljard ­dollar waard zijn. Tijd om wat terug te doen, moeten ze gedacht hebben: via Google News Lab worden journalisten bijgeschoold. Een hele middag gratis training op de 21ste verdieping van het Google hoofdkwartier aan de Zuidas. Diep onder ons groeien de files op de A10. In de verte zijn de duinen van Zandvoort te zien, echt weer voor Google Earth vandaag.

Ver boven de A10.

De helft van het personeel van Google Nederland werkt hier, de andere 250 man werkt op het datacenter in Groningen. Google heeft nu zes verdiepingen van dit kantoorgebouw, had een man van de Meelunie – 18de verdieping – me in de lift verteld. Het zal niet lang duren of we moeten plaats maken.

We zijn met z’n achten voor de workshop, ik krik de gemiddelde leeftijd een flink eind op. Ook de ­anderen komen van klassieke ­media als NRC Handelsblad, VPRO, KRONCRV en Elsevier.

Vier uur lang houdt Google de vaart er in. We leren over Earth ­Studio, waarmee een gemiddeld handige journalist kan laten zien hoe de reddingspoging van het Spaanse jongetje Julen verliep. We behandelen Flourish Talkies en de Story Speaker, die een geschreven dialoog tot klinken brengt. Opmerkelijk: cursisten hebben geen laptop nodig en amper iemand kijkt op z’n mobiele telefoon; alsof we hier het schermtijdperk ontstegen zijn.

Cursusleider Laurens – hij moet naast de Benelux ook Scandinavië bedienen – vertelt ons de missie van Google: ‘Het delen en universeel ­beschikbaar maken van informatie.’ Mijn kwade geest vraagt zich af wat daarin de rol van ­Absher is, een gratis Google-app die Saoedische mannen helpt hun zusjes, vrouwen of dochters in de gaten te houden. Vorig jaar nog kreeg het bedrijf 4,3 miljard boete van de Europese Commissie wegens ‘ernstig ongeoorloofd gedrag’. Informatie delen kan ook te ver gaan.

Google is er voor iedereen.

We krijgen uitleg over handige vondsten, zoals een app die opge­nomen gesprekken transcribeert – de droom van elke journalist. Er zijn programma’s die elegant cijfers naar beeld vertalen of kunnen achterhalen dat de vraag naar pumpkin spice latte steeds vroeger in het jaar begint. Via Google Trends wordt zichtbaar welke zoekopdracht – wereldwijd honderd miljard per maand! – bij welke persoon het meest wordt gebruikt (Heeft Rutte een vriendin? Is hij homo? Hoe lang is Mark Rutte?). En inderdaad, soms vindt Google dat iets of iemand over de schreef gaat. Dan verschijnt een schermpje: ‘Misleidende site ­gedetecteerd.’

Bij Google thuis.

‘Google cares deeply about jour­nalism’, is een slogan die tijdens de workshop passeert. Maar zichzelf kent Google geen voortrekkersrol toe in het bestrijden van mis­leidende informatie. Je zou het de eerste Google-paradox kunnen noemen: het bedrijf beseft dat het – weer zo’n slogan – ‘uitdagende ­tijden zijn voor kwaliteitsjournalistiek’, maar draagt er tegelijk toe bij dat het lastig wordt die kwaliteitsjournalistiek overeind te houden. Tweede paradox: wij journalisten zijn verslingerd aan dezelfde zoekmachine die iedereen laat denken dat nieuws gratis is.

We laten een spraakrobot prangende vragen en antwoorden over klimaatverandering voorlezen. ‘Ook heel handig voor ouderen’, zegt de workshopleider. Dan sta ik weer buiten. Met vragen over Google als verspreider van nepnieuws, ook rond verkiezingen, kon je hier niet terecht. Dat is een andere afdeling.

Bij thuiskomst ‘Google nepnieuws’ als zoekterm ingevoerd. Geen zorg: ‘Google gaat nepnieuws aanpakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.