VERSLAGGEVERSCOLUMN Jarl van der Ploeg

Hoe eigenaar Antonio Ferrari de kinderen in zijn restaurant rustig kreeg

‘Daar gaan we weer’, dacht Antonio ­Ferrari, toen hij zes volwassenen en vijf kinderen zijn restaurant in de Noord-Italiaanse stad Padua zag binnenwandelen. ‘Dit wordt een ramp’, zei hij tegen zichzelf. ‘Zoals altijd’.

Even disclaimer tussendoor: de 42-jarige Ferrari vindt kinderen hartstikke leuk en hij beseft dat de horeca in zijn land ook bloeit, omdat Italianen hun eerste restaurant doorgaans bezoeken ver voordat ze enige notie hebben van het bestaan ervan.

Maar, zegt hij, voor horecaondernemers als hij kunnen kinderen wel degelijk voor ‘enorme problemen’ zorgen. De meeste Italiaanse ouders beschouwen een restaurantbezoek namelijk als een korte pauze in hun ouderschap. ‘Ze nemen hun kinderen mee uit eten, maar willen vervolgens wel dat die kinderen zichzelf vermaken. Ik heb weleens ouders gehad die bij het reserveren zeiden: nee, onze kinderen hoeven geen stoelen. Ze gaan toch vooral spelen.’

Het gevolg: kinderen die achter de bar en in de keuken rond renden. Een drijfnatte wc, omdat het kraantje schijnbaar leuk was om mee te spelen. Schade omdat kinderen tegen tafels aanrenden, of ­tegen personeel met een vol dienblad. Potentiële klanten die rechtsomkeert maakten, omdat ze bij binnenkomst een diabolisch gekrijs hoorden. ‘Ik stond echt op het punt om een bord op te hangen met de tekst ‘Basta bambini’ – geen kinderen meer.’

‘Maar precies op die dag kwam die groep van elf binnen’, zegt Ferrari. ‘Toen veranderde alles.’

Want wat gebeurde er met die groep van elf? Er gebeurde helemaal niets met die groep van elf. De kinderen – allemaal tussen de 5 en 7 jaar oud – gedroegen zich als engeltjes. Ze bleven gewoon aan tafel zitten en vermaakten zich zonder te schreeuwen en zonder rond te rennen. Het was een verademing, vond Ferrari, die besloot de groep een korting van 5 procent te geven. Op de bon schreef hij ‘sconto bimbi educati’ – korting voor goed opgevoede kinderen.

De rekening met korting voor ‘sconto bimbi educati’ – goed opgevoede kinderen. Beeld Jarl van der Ploeg

Die korting werd binnen mum van tijd wereldnieuws, want de ­manier waarop Italiaanse ouders met hun kinderen omgaan, is voor heel veel buitenlanders nu eenmaal een gigantische bron van ­verbazing. 8-jarigen gaan in Italië doorgaans later naar bed dan zijzelf en vooral: Italiaanse kinderen worden in het openbaar vrijwel nooit tot de orde geroepen.

Nu heb ik zelf geen kinderen, laat staan dat ik Italiaanse kinderen heb, maar volgens mij heeft de Italiaanse opvoedgewoonte twee verklaringen. Ten eerste houden Ita­liaanse ouders er überhaupt niet van hun gezamenlijke werkstukje – hun prinsje, hun poepje, hun scheetje – te berispen. Ten tweede beschouwen ze een restaurant­bezoek vooral als hun eigen avond uit; mamma en pappa hebben daarom wel wat beters te doen dan hun kroost continu in de gaten te houden.

Ik ben zelf vaak genoeg in Ita­liaanse restaurants geweest om te kunnen zeggen dat ouders en kinderen weliswaar samen een etablissement binnenkomen, maar dat het al vrij snel daarna ieder voor zich wordt. Binnen een paar tellen beginnen de kinderen krijsend rond te rennen en op hetzelfde moment verandert het ­ouderschap in een lege huls, alsof de moederliefde plotsklaps plaatsmaakt voor enkel de retoriek van de moederliefde.

Zinnen als ‘amore, pas op’ en ­‘tesoro, gedraag je’ worden nog wel uitgesproken, maar niemand kijkt of ze enig effect sorteren. De gemiddelde Italiaanse ouder roept zijn blèrende kroost pas echt tot de orde als zijn eigen gesprek eronder begint te lijden.

Vanuit de kinderen is het geklier volkomen begrijpelijk. Uit een onderzoek van de OECD uit 2015 bleek dat Italianen gemiddeld twee uur en vijf minuten per dag aan de dis zitten. Dat betekent dat Italiaanse kinderen op jaarbasis 347 uur langer aan tafel zitten dan hun Nederlandse leeftijdsgenootjes. Dat zijn 43 volledige schooldagen die je moet doorbrengen naast over het weer keuvelende volwassenen – probeer dan maar eens niet te ­etteren.

Eigenaar Antonio Ferrari. Beeld Jarl van der Ploeg

Ferrari legt de schuld dan ook vooral bij de ouders. Hij vindt het weliswaar heel goed dat ze zich niet terugtrekken uit het sociale ­leven nadat ze kinderen krijgen, zoals zoveel Nederlandse ouders doen. ‘Maar het moet wel gepaard gaan met regels’, zegt Ferrari, die zich met zijn korting, niet verrassend, de toorn van een gigantische groep moeders op de hals haalde. Zij zeiden: er is er maar een die ­beslist of mijn kind goed opgevoed is of niet, en dat ben ik.

Heeft hij in dat kader nooit problemen gehad, vraag ik Ferrari. Geef je immers geen korting, dan zeg je impliciet dat iemands kinderen slecht opgevoed zijn. Tijdens mijn studie in Groningen eindigde mijn kortstondige carrière als overblijfmeester op een basisschool abrupt toen ik een moeder zei dat haar kind slecht opgevoed was, omdat hij een klasgenoot met een tafeltennisbatje had geslagen. Ik weet dus hoe verkeerd dergelijke kwalificaties kunnen vallen.

‘Sinds ik de korting heb ingevoerd, heb ik die eerlijk gezegd aan ieder kind uitgedeeld’, antwoordt Ferrari. ‘Maar dat heb ik niet gedaan omdat ik bang was ­iemand te beledigen, maar omdat ieder kind die sindsdien oprecht heeft verdiend. Sinds die eerste korting letten ouders opeens op hun kinderen. Het is het alsof de spelregels voor het eerst duidelijk zijn.’

Nog diezelfde avond merk ik dat Ferrari de waarheid spreekt. Want hoewel zijn zaak vol zit met families, hoor ik nergens gekrijs, geen brekend glas en geen gehuil, er klinkt alleen een vredig geroezemoes, heel soms onderbroken door een in Italië extreem zeldzaam, maar des te zaliger geluid: ‘ssssst.’

Interieur van Ferrari's restaurant in Padua. Beeld Jarl van der Ploeg
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.