Verslaggeverscolumn op de Noordzee

Hoe een zee van eenzaamheid veranderde in een industrieterrein in amper twintig jaar

De zee is van asfalt, die kleur. Geen tijd goed naar het water te kijken, of naar de sterren, of naar de zeevonk in het sissende zog, want van bakboord nadert motorvessel Central en van stuurboord motorvessel Bow Fagus en hun koers is een ramkoers. Snel voortschuivende schaduwen, kolossen op snelheid en dit bootje is traag.

Het is midden op de Noordzee, tussen Lowestoft en IJmuiden, een plek die ik me herinner als verlaten. Dat boezemde angst in, toen, tijdens die eerste oversteek. Het alleen zijn. Het urenlang turen naar de golven en de maan, het onder de wolken zoeken naar een eerste streep ochtendlicht. Niemand in de buurt en geen geluiden anders dan die van het zeilen en de zee.

Nu vaar ik daar opnieuw en de nacht is vol stemmen. Niemand is meer alleen op de Noordzee: stuurlui vragen op kanaal 16 om ruimte, overleggen continu in korte marifoongesprekken. Ze spreken een eigen taal en wijken uit naar kanaal 6, zero-six, waar ze hun vergaderingen voortzetten. Op mijn scherm zie ik de boten komen in de vorm van pijlen: bulkcarriers, containerbakken, olietankers. Mijn bootje is gevangen in het web van de wereldeconomie.

Ramkoers op het AIS-scherm. Foto Toine Heijmans

Zo klein is de Noordzee geworden, in amper twintig jaar. Waar moet ik beginnen. Alles vraagt aandacht nu op zee, als in een winkelstraat. Olieplatform P11-B, met z’n hoog uitslaande oranje vlammen, dominant van kust tot kust. Driedubbele rijen schepen voor anker, allemaal steden in zichzelf, met die geelbruine stookolielucht erboven. Windmolenparken in stadia van afbouw. Pijpleidingen, telefoonkabels, ferry’s, cruiseschepen. Allemaal groter, sneller en talrijker. De Noordzee is een verkaveld industriegebied geworden waar de milieuwinst van de windturbines wordt weggestreept tegen de stampende stookoliemonsters.

Vissers klagen: alle vrijheid weg. Milieumensen klagen: het leven verdwijnt. De kustwacht vreest voor ongelukken, de politiek wil een luchthaven in zee alsof daar plek voor is, en ik moet de Queen Elizabeth oproepen om een aanvaring te voorkomen.

Queen Elizabeth, Queen Elizabeth. This is sailing yacht Orion on your starboard bow.

Zero-six, sir.

De stuurlui die ik oproep reageren direct en kortaf, ze turen net zo ingespannen naar hun scherm als ik. Hun stemmen komen uit een andere wereld, hun boten dragen rare namen. Motorvessel Front Prince, this is motorvessel IVS Kinglet. Zero-six sir. Zero-six.

De Queen stuurt bij en gaat voorlangs, verlicht als een pretpark.

De Noordzee eist nu continu concentratie. De zeekaart heeft langgerekte paarse vlekken: te mijden gebied. Velden vol ankerliggers. Met kardinale tonnen afgebakende werkgebieden, wrakken, pijpleidingen, kabels, bewaakt door guard vessels die zenuwachtig hun baantjes trekken.

Zit ik me ’s nachts halverwege de oversteek druk te maken over klimaatdoelen en de verwording van mijn zee, terwijl ik me druk moet maken over de bolling van het grootzeil. Schepen die het Panamakanaal passeren betalen tonnen passagegeld. Hier is het gratis varen. Waarom betalen die schepen niets op de Noordzee, de drukst bevaren zeestraat ter wereld?

Met motorvessel Central moet gepraat want z’n koerslijn staat nu gevaarlijk haaks op de mijne. 183 meter staal met 18 knopen gang, tegen elf meter plastic met de zeiltjes op. Motorvessel Central, sailing yacht Orion on your bow. Zero-six, sir.

183 meter staal aan stuurboord. Foto Toine Heijmans

Zie hem gaan op m’n scherm: elk schip, ook het mijne, heeft een AIS-transponder, een wonderlijk apparaat dat varen op zee tot een computerspel maakt. Ontwijk de rode knipperende driehoeken. Central aan de lijn, maar eerst belt viskotter Maria: ze wil haar netten binnenhalen en vraagt ruimte. Zero-six: ik vraag of tien graden stuurboord genoeg is en wens haar een goede visserij. Central inmiddels stoemp-stoemp-stoemp achter de spiegel langs, ‘no worries sir’, komt van de brug, ‘I altered my course’. De tijd van de verhalen over slaperige supertankerstuurlui zonder oog voor jachtjes is voorbij.

Het gaat goed. Alles gaat goed. Moet de sterren kijken. Maar ze kijken naar mij.

De zee is van olie nu, die kleur. De golven dik. Krijg op m’n kop van guarding vessel Drifa, dat een nieuw te bouwen windfarm bewaakt. Uit zee steekt alvast een drijvende kraan omhoog van onmogelijke proporties. Tweehonderd vierkante kilometer windmolens komen hier, tot driehonderd meter hoog: Eiffeltorens.

Verleg mijn koers naar tachtig graden.

De wind talmt, de zee begint te klotsen, het grote voorzeil moet erop. Ik worstel me naar de mast en hijs de halfwinder. De boot maakt sissend snelheid, het sissen van de zee, het enige geluid dat ik wil horen. Laag in de hemel hangt de planeet Mars, maar het rode bakboordlicht van de MSC Independent is feller.

Ga plat op mijn rug op het dek liggen, onder de dansende mast, kijk naar de Melkweg pfieuw vallende ster.

Zonsopgang op de Noordzee. Foto Toine Heijmans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.