VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Rijsoord

Hoe een traditie gewoon kan doorleven na jaren van dooi: leve de ijsclubs!

Bestuursleden Henk en Wout van IJsclub Rijsoord & Omstreken, sinds 1901, lopen na weken regen in felle zon. Met hangende schouders in gele bestuursjassen, als nieuw nog, het logo pront op de rug. Modder zuigt aan onze voeten. Drie schaterende meerkoeten rennen zonder enige empathie voorbij, richting het water, dat dus een ijsbaan had moeten zijn: joehoe lente, plons-plons-plons.

IJsmeester Wout Bestebreurtje draait de sluis van de mislukte ijsbaan nog wat verder open, zodat het water definitief kan weglopen: ‘Het zij zo.’ Twintig jaar zijn ze bestuurslid van de ijsclub en de laatste elf jaar is er nauwelijks geschaatst.

IJsclub Rijsoord & Omstreken was er meer dan honderd jaar om te schaatsen op de Waal, die hier even onder Rotterdam door het dorp stroomt. De laatste keer dat dit lukte was in 2009, daarna is de rivier uitgediept voor de scheepvaart en vroor het ook niet meer hard genoeg. Sinds drie jaar pacht de ijsclub daarom een weiland om onder te laten lopen.

IJsmeester Henk van Mastrigt had het einde van dit nieuwe mislukte schaatsseizoen deze week dus ingeluid met een tragisch filmpje op hun Facebookpagina (‘U ziet het: water, water en alleen maar water’). Henk ‘doet de pr’ en dat doet hij goed: RTV Rijnmond kwam meteen met een camera en ik hing ook al aan de lijn, want ik was me dankzij alle rotregen net in zielige ijsclubs aan het verdiepen.

Het bestuur van IJsclub Rijsoord & Omstreken in 1902.

Nederland telt vijfhonderd natuurijsclubs, van Daventria in Deventer (de oudste, sinds 1849) tot De Koninklijke Vereniging de Friesche Elf Steden. En iedere laffe winter gaat het vooral weer over Friesland, terwijl er zoveel klein verdriet en grote koppigheid is op te tekenen bij de ijsclubs in de rest van Nederland. En hoop! Dat is het mooie.

Waar de kleine ijsclubs niet eenvoudig naar hun dorp zijn genoemd, zoals IJsclub Rijsoord, daar klinken hun namen naar een saamhoriger tijd. ‘Eendracht’ (Reduzum); ‘De Ondersteuning’ (Middelie) ; ‘de Volharding’(Kockengen); ‘Nut en Vermaak’(Stompwijk) ‘Onderling Genoegen’(Kortenhoef); ‘Vooruitgang’(Steggerda); ‘Eensgezindheid’(IJsselmuiden); ‘De Vriendschap’(Oudehaske).

Misschien veranderde Nederland ook wel door gebrek aan ijs. Wout, hunkerend: ‘IJs maakt spontaan. Als er ijs ligt, dan is iedereen lief voor elkaar.’

De oprichters timmerden in 1901 gewoon een bord en sleepten dat de bevroren Waal op. Later had iemand nog een bouwkeet, die sleurden ze er ook decennia heen, voor koek en zopie. Jongens en meisjes kregen daar ‘winterverkering’.

Bestuursleden Henk van Mastrigt (links) en Wout Bestebreurtje.Beeld Margriet Oostveen

De bestuursleden kennen elkaar ook lang. Henk en Wout werkten tot hun pensioen samen in de Rotterdamse haven, ze zijn al vrienden sinds hun 14de: de tijd dat je met een slee de Waal op ging, daarop een doos marsen, polkabrokken en koek om te verkopen, want Wouts vader was kruidenier in het dorp. Deken erover, anders waren de marsen in een uur bevroren. In een uur!

Bij het organiseren van de nieuwe landijsbaan bleek meteen hoe Nederland intussen was veranderd. Het bleek een enorm gedoe met een landinrichtingscommissie en een klankbordgroep, een verplichte risicoanalyse en een veiligheidsplan. ‘En we moeten nu een dixie huren’, lacht Henk, ‘zodat de mensen kunnen plássen’.

Drie jaar geleden hadden ze het eindelijk voor elkaar: een vergunning voor een jaarlijkse landijsbaan van 200 meter lang en 75 meter breed.

Sindsdien hebben ze anderhalve dag kunnen schaatsen.

De ijsmeesters zien het weer niet lukken.Beeld Margriet Oostveen

Anderhalve dag! Soms vroor het net genoeg, maar waaide het te hard: windwakken. En die halve dag, toen ging het sneeuwen.

Maar als het nou nog gaat vriezen, vraag ik bezorgd hoopvol. Maart roert zijn staart, april doet wat ’ie wil en klimaatverandering speelt rare spelletjes met het weer. Zij schudden beteuterd het hoofd. De ijsclub heeft een eigen weerman, Gert de Bruin. En als Gert er niet meer in gelooft, dan is het op.

Rijsoord, gemeente Ridderkerk tegenwoordig, telt slechts 1.500 inwoners, maar heeft nog steeds een Oranjevereniging, een muziekvereniging, een voetbalclub en de ijsclub dus. ‘Lid van alle vier, dat hoorde zo’, zegt Henk bij hem thuis, waar oude foto’s klaar liggen.

Elf jaar dooi en toch nog 300 leden hebben ze. Iedere nieuwe inwoner krijgt ook nog steeds een bezoekje: één van hun fanatiekste schaatsers komt uit Ecuador. Ook oude dorpsgenoten die niet meer op de ijzers kunnen, betalen graag nog hun 5 euro contributie per gezin per jaar. Omdat het hóórt. En hoop doet leven.

Ik dacht hier te zullen schrijven dat de ijsclubs uit Nederland verdwijnen. Maar dat is dus niet zo. En dat is schitterend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden