Hoe een klein cypers katje Aaf Brandt Corstius het schaamrood op de kaken brengt

Het is ongelofelijk hoe snel je in Marokko van karakter verandert. Ik ben er eerder geweest, ik wist dat het ging gebeuren, die karakterverandering. De eerste dag ben je nog de aardige, licht beschaamde koloniaal, die de koopwaar die op elke straathoek aangeboden wordt welwillend bekijkt en vaak ook koopt. En als je het niet koopt, zeg je nadrukkelijk ‘mes excuses’ en dat je thuis al een asbak/met parelmoer ingelegd doosje/door iemands tenen vervaardigde houten ketting hebt.

Maar als je dan eenmaal honderd van dit soort verkoopgesprekken verder bent, hebt moeten lullen als Brugman om een verkoper duidelijk te maken dat je zoon het Hakim Ziyechshirt echt niet past en met een andere verkoper in een vreemde onderhandeling bent terechtgekomen omdat jij kwam vragen om een lader met usb-ingang voor de huurauto en hij je, bij gebrek aan lader met usb-ingang, nu een kamelentocht probeert aan te smeren, dan slaat het om.

De volgende verkoper moet het ontgelden. Die wuif je weg alsof hij een vervelende vlieg is. Op het strand, inmiddels omsingeld door verkopers, word je de naarste versie van jezelf. Nee, je hebt geen nep-Dolce & Gabbanazonnebril nodig en ook geen gebatikte gele kaftan, en nee, ook geen doosje frambozen en je hoeft ook geen gesuikerde donut, je hebt net ontbeten, ja! Non, non merci, au revoir, bonne journée en nu wil ik graag even verder met mijn leven.

Dus we wuifden ook ietwat geërgerd de parkeerwacht van ons hotel weg toen we net de parkeerplaats af reden en hij ineens riep dat hij iets hoorde bij de motor van onze auto. Non, non, merci, hij wilde natuurlijk een of andere nepreparatie uitvoeren waarvoor we miljoenen dirhams zouden moeten afrekenen. Non. Merci!

Maar hij begon van alles in het Frans te vertellen, wees weer op onze motorkap en toen ving ik ineens de woorden petit chat op. En vanuit de motorkap het ‘mieuw’-geluid dat alleen heel kleine paniekerige katjes kunnen maken die in de motor van je auto zijn gekropen, de auto waarmee je al een paar meter hebt gereden.

De parkeerwacht dook onder de motorkap met een takje, de andere parkeerwacht kwam erbij, en de portier, en de receptionist, en een voorbijganger, en de man die elke dag op een blauw plastic krukje bij de palmbomen zat, en met veel gepook en gepssst en ge-‘j’écoute le miau là!’ van mijn kant kwam uiteindelijk, ergens tussen de V-snaar en de bougies, het kopje van een piepklein cypers katje naar boven, dat we bij zijn nekvel konden pakken en aan de parkeerwacht overhandigden.

Die bracht het katje weg, niet naar de rand van de parkeerplaats maar naar een park een stuk verderop.

En wij schaamden ons omdat we hem niet hadden vertrouwd en gaven hem geld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.