Hoe een feest in Benin mijn cynisme over hulpclubs sloopte

Na alle terechte kritiek op hulpclubs is het tijd om te zien dat er vooral veel goeds gebeurt.

Inwoners van Kissamey dansen met ‘investeerders’ van The Hunger Project. Foto Elske van den Hoogen Foto Pieter Willemsen/Hunger project

Ontwikkelingssamenwerking staat weer in een kwaad daglicht. Door de terechte publiciteit over de seksschandalen krijgt de overbekende strijkstok een totaal andere connotatie. Ik wil daar graag iets tegenover stellen en haak aan bij Mirjam Vossen, die in haar veelbesproken proefschrift constateert dat ngo’s hun successen niet of nauwelijks uitventen. Het is een praktijk die niet bevorderlijk is voor het draagvlak van ontwikkelingssamenwerking in ons land.

Ik ben het volledig met haar eens, maar ik ben dan ook volger en supporter van zo’n ontwikkelingsorganisatie: The Hunger Project, actief in 22 landen. Net als honderden andere organisaties doet The Hunger Project fantastisch werk en heeft ze veel steun in de samenleving. Maar je leest er nooit iets over omdat goed nieuws immers geen nieuws is. Nu ben ik als journalist ook volger en supporter van World’s Best News en meen met hen dat succesvolle verhalen óók verteld moeten worden.

Dit verhaal schrijf ik op het ‘Feest van de Zelfredzaamheid’. Het Nederlands Blazers Ensemble speelt er de sterren van de hemel. Dat doet het nu eens niet in Tivoli of in het akoestisch onovertroffen Concertgebouw, maar in Kissamey op het platteland van het West-Afrikaanse Benin. Het is een concert dat ’s middags om 14.00 uur staat aangekondigd en geheel volgens de plaatselijk mores uren later begint. Al die tijd staan de blazers op een van de weinige schaduwrijke plekken, terwijl onder de Beninese artiestenkleding liters zweet langs hun lichamen gutsen.

Voor het epicentrum staat een groot podium. ‘Epicentrum’ is de naam die The Hunger Project geeft aan het gemeenschapshuis dat jaren geleden onder zijn leiding, maar door de bewoners zélf is gebouwd. In dat epicentrum zit een medische post, een kredietbank, een ruimte om voedsel op te slaan en een school, kortom alles wat noodzakelijk is om ontwikkeling mogelijk te maken.

Het epicentrum van Kissamey is het bruisende middelpunt voor de pakweg 10 duizend inwoners van de omliggende dorpen. Voor mensen die tien jaar geleden nog zwaar leden onder chronische honger; ondervoed, apathisch en zonder voldoende energie om hun leven zin te geven. Lokale ontwikkelingswerkers van The Hunger Project hielpen hen het heft weer in eigen handen te nemen. Leiderschap werd ontwikkeld en vrouwen kregen essentiële taken, zoals het beheren van de microkredietbank en de voedselbank. Maar de nadruk lag op mentaliteitsverandering. Eerst zorgen dat het goed zit tussen de oren, anders kan er van transformatie geen sprake zijn.

In 2010 was ik eveneens als journalist bij de opening van dit epicentrum. Dat het gebouw werd neergezet, was al een prestatie van formaat. Maar wat ik vandaag zie, is een wereld van verschil. Boeren en boerinnen die onder meer kippen, konijnen, graan, cashewnoten en voedzaam moringa-meel te koop aanbieden. Mensen die weldoorvoed zijn en vrouwen met sieraden om hals, armen en enkels.

Ook deze keer ben in het gezelschap van een club Nederlandse ‘investeerders’. Dit zijn mannen en vrouwen uit het bedrijfsleven die zich hebben gecommitteerd om financieel bij te dragen aan de ontwikkeling van dit epicentrum en de zestien andere in Benin. Ze ‘investeren’ in het einde van de honger. Met hun geld kunnen de bewoners kopen wat ze zelf niet kunnen maken, maar wat wel onmisbaar is: van ruiten en sanitair tot zonnepanelen. De ‘investeerders’ hebben dit keer extra gedokt. Uiteraard voor hun eigen reis, maar ook voor alle kosten van het Nederlands Blazers Ensemble.

Dat oefende dagen in de bloedhitte met plaatselijke beroemdheden: zangers en zangeressen van Kissamey en andere epicentra. Sommigen zijn woest populair maar bepaald niet toonvast, anderen zijn muzikale talenten met als hoogtepunt de symbiose met de − ook in de westerse wereld bekende − Gangbé Brassband.

De Blazers excelleren in de arrangementen, in de begeleiding en uiteraard in de eigen stukken. De bewoners gaan uit hun dak als ze vanaf het podium hun eigen yell terug horen, verpakt in prachtige harmonieën. Ik ben getuige van een opzwepend muzikaal spektakel, waarin zelfs het sacrale Locus Iste van Bruckner wonderbaarlijk mooi past.

Na al die jaren van inspanning is dit epicentrum zelfredzaam. Vrijwel tegelijk met drie andere epicentra in Benin. The Hunger Project is hier klaar, het project is afgerond. Ze kunnen alleen verder. Zelf hield ik het niet voor mogelijk, maar de inwoners van Kissamey sloopten de afgelopen tijd vakkundig mijn cynisme.

Felix Meurders is journalist, lid van de Raad van Advies van The Hunger Project en ambassadeur van World’s Best News

Meer over