VERSLAGGEVERSCOLUMNToine Heijmans in Rotterdam

Hoe de zoektocht naar een antikoloniale naam voor museum Witte de With almaar ingewikkelder wordt

-Beeld -

Drie jaar nu is het museum Formerly Known As Witte de With (FKAWdW) bezig van naam te veranderen, omdat het af wil van de koloniale geschiedenis die het ongewild meedraagt, en lopend door de straat op weg naar een publieke verantwoording van dat transformatieproces doemen vanzelf wat alternatieven op. Museum Zonder Naam (MZN, de Hollandse oplossing), Zwarte de Zwarth (statement), Museum With Attitude (MWA, connected en street) of gewoon Rotterdam Art Museum (RAM, als een heipaal) – allemaal te gemakkelijk uiteraard.

Namen verzinnen is leuk maar dit is een ‘filosofisch onderzoek’, zei directeur Sofia Hernández Chong Cuy eerder. Dat duurt. Het probleem met namen is dat ze almaar ingewikkelder worden naarmate je er langer over nadenkt. Het probleem van deze tijd is dat alles politiek moet zijn, ook de namen, vooral de namen – voor je het weet kies je iets waarvan je de gevolgen niet overziet. 

De straatste straat.Beeld Toine Heijmans

De Volkskrant bijvoorbeeld – wat is daar na honderd jaar nog volks aan?

Het is in de Witte de Withstraat in het Witte de Withkwartier, niet ver van Theater Witte de With en coffeeshop Witte de With. Witte Corneliszoon de With was een vlootvoogd uit de 17e eeuw met een verwoestende carrière in de west en de oost, en de noord, vandaar.

Aan de hoge ramen van het museum trekt een mondain leven voorbij: bijna Parijs is die straat, de warmte ervan, het intieme van de opgewonden nazomerterrassen, de boetieks en galeries. Elite en volk, alles eenvoudig door elkaar, en kleur bestaat niet want dat is overal.

Ze zitten onder de volle bomen bij café de Witte Aap, waar Ronald Giphart ooit het gedicht De straatste straat schreef: O, wijfste wijf, mijn witste with. Dat is nog eens een transformatie: ‘wipperdewip’ heette de Witte de With nog tot in de jaren negentig: een lint van prostitutie en gokproblemen. ‘In de praktijk’, schreef Lotfi el Hamidi in NRC, ‘is de straat al gedekoloniseerd. De geplande naamswijziging is wellicht onvermijdelijk, maar nodig is het allang niet meer.’

Beeld Toine Heijmans

Denken ze in het kunstcentrum zelf anders over. In een gedragen setting, bijna religieus, onthult Sofia drie kandidaat-namen, het resultaat van lang nadenken met hulp van meer dan tweehonderd Rotterdammers, forums, feedbacksessies, workshops en buitenlandse specialisten. Bij haar aantreden trof ze een ‘eenzaam’ museum aan, vertelt ze: dat moet meer ‘sociable’ worden (de voertaal is Engels). Inmiddels is het instituut ‘sterk noch zwak’, zegt ze ook: het is ‘antifragiel’. De nieuwe naam moet toegankelijk zijn en internationaal en ‘ontzwijgend’ werken omdat ‘met een koloniale naamgeving mensen het zwijgen wordt opgelegd.’

Dit zijn de namen:

‘KAT’

‘kin’

‘Haven’

Het waarom ervan is lastig uit te leggen in 730 woorden, maar KAT staat voor ‘Kunst. Activiteiten. Theorie’, of in de internationale versie: ‘Contemporary Art and Theory’ (CAT), en het is net als ‘kin’ een acroniem. De exacte spelling van de namen staat niet vast (Cat, KCAT, CKAT), net als het gebruik van kapitalen (kin, Kin, KIN), ook daar moet over nagedacht. De adviescommissie heeft bij monde van Clara Balaguer een voorkeur voor ‘KAT’, zegt ze, hoewel, na een extra discussieronde kwam de naam Melly naar boven drijven en die ‘resoneerde het meest’. Melly is een persoonsnaam, verwijzend naar een kunstwerk dat aan de gevel hangt, en sommigen in het publiek vinden dat je een instituut nooit naar een persoon moet noemen. Anderen vinden van wel.

Onder de loep van het filosofisch onderzoek toont elke naam z’n praktische problemen. Kin ‘connect niet zo met het brede publiek’, KAT (CAT) refereert aan verkeerd kapitalisme (‘fat cats’), en moet een museum wel een veilige ‘Haven’ zijn, is dat niet wat braaf? Een kat is ook een dier, trouwens, een kin een lichaamsdeel, en Haven is voor een havenstad wat veel ‘city branding’.

Ingewikkeld.

Sofia Hernández Chong Cuy.Beeld Toine Heijmans

Elke naam heeft een toenemend aantal ‘pro’s en cons’, zegt Sofia, daar heb je mee te dealen, al die longlists en shortlists, zoveel namen kwamen al voorbij maar vrijdag moet de knoop echt doorgehakt.

Kijk naar buiten: door de ramen zie ik het leven almaar doormarcheren. Daar gaat het om de straat, niet om de naam. En ik vraag Sofia wat ze denkt van de namen die haar instituut omringen: Witte de Withstraat, Witte de Withkwartier, Witte de Withof, het theater en de coffeeshop.

‘Veranderingen gebeuren langzaam’, zegt ze, ‘maar ze gebeuren’.

Het gaat niet om de naam, zegt iemand in het publiek, maar om het ‘narratief’.

Het gaat niet om de naam, zegt iemand anders, ‘het gaat erom hoe je die kunt energizen’.

Museum Zonder Naam.Beeld Toine Heijmans

Zo loop ik ten slotte met een vol hoofd door de straatste straat en als ik bij de coffeeshop vraag naar een naamsverandering is het antwoord: ‘hoezo dan?’

Ja, da’s een goeie naam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden