Media in Curaçao

Hoe de vervuilende raffinaderij op Curaçao het hart van het eiland vormt

Waarover maken de media in Curaçao zich druk? Over de teloorgegane raffinaderij, de Isla, waarvan de bonden geen afscheid willen nemen, constateert onze correspondent Kees Broere.

Alsof Shell zijn raffinaderij niet bij Pernis, maar op de Coolsingel, in het hart van Rotterdam heeft neergezet. Zo oogt de Isla, de raffinaderij op Curaçao: een oud complex van buizen en schoorstenen, midden op het Caribische eiland. Slecht voor het milieu en slecht dus ook voor de mens.

Weg ermee, zou je denken.

Fout. De Isla mag dan een vuil en lelijk ding zijn, de raffinaderij is tegelijkertijd niet minder dan het hart van een heel volk. Wie dat hart meent weg te moeten halen uit de samenleving, omdat het geen gezond kloppend organisme meer is, kan niet zomaar rekenen op steun. Want de Isla is vooral ook sentiment.

Mark Rutte in Curaçao.

Het blijkt dezer dagen opnieuw uit de berichten in de pers. Ooit runde Shell op Curaçao een bedrijf dat tot ver in de twintigste eeuw olie uit het buurland Venezuela raffineerde en daarmee dit eiland binnen het Nederlands koninkrijk ongekende welvaart schonk. Nu het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA de raffinaderij huurt, is daarvan totaal geen sprake meer.

Maar behalve met welvaart is de Isla ook verbonden met de emancipatie, zeg maar het welzijn, van de Afro-Curaçaose bevolking – en daarmee direct ook met het verzet tegen de witte Europese Nederlanders, de makamba’s, die op het eiland lange tijd de dienst uitmaakten en dat volgens sommigen nog steeds doen.

Die combinatie maakt de Isla tot een materieel roestig, maar ook maatschappelijk explosief geheel. Dat laatste besef is in elke Curaçaoënaar verankerd. En zo zal eind mei dit jaar herdacht worden dat precies vijftig jaar geleden een loonprotest bij de Isla uitdraaide op een kortstondig, maar gewelddadig volksprotest. Een halve eeuw later lijkt het soms alsof de geschiedenis zich dreigt te herhalen.

Eind januari dit jaar was een van de momenteel bekendste makamba’s, premier Mark Rutte, op het eiland. Samen met zijn Curaçaose collega, Eugene Rhuggenaath, en een delegatie van bedrijven probeerde Rutte zowel de werkgevers als werknemers in de kwetsbare Caribische economie nieuwe moed in te spreken. Nederland wil ook concreet te hulp schieten, zo werd duidelijk in een convenant dat beide regeringsleiders tekenden.

Mediavoorbeeld uit Curaçao.

De inkt daaronder was nauwelijks droog, of een deel van de Curaçaose vakbonden bracht een stakingsgolf op gang. De hardnekkigste protesten vonden plaats rond de Isla. Het huurcontract met het failliete Venezuela loopt eind dit jaar af en nog steeds weet niemand wat de toekomst zal brengen: een doorstart, een nieuwe raffineerder, of misschien toch sluiting van het complex en daarmee een radicale keuze voor relatief groot banenverlies op de korte termijn en kansen voor een moderne economie op de lange termijn.

Bij een deel van de bonden is de ideologie fel anti-makamba en hopeloos ouderwets. Maar onder het goedkeurend oog van de politieke Curaçaose oppositie slaagt dit bolwerk van ‘oude vormen en gedachten’ er nog altijd prima in om met een paar tamelijk laffe trucs zowat het hele eiland lam te leggen. Schop een paar kliko’s om, blokkeer wat wegen, steek een enkele autoband in brand en gansch het Caribische raderwerk staat weer een paar uur stil.

Dit alles mag belachelijk lijken, hierachter gaat een ernstige strijd om de toekomst van de samenleving verborgen. En ook na vijftig jaar zijn de spanningen er niet minder om. Behalve over een paar weken, voor even. Dan immers is het tijd voor carnaval: niet het hart, maar de ziel van Curaçao.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden