Sander Donkersin 150 woorden

Hoe de techniek het idee van een luisterend oor verandert

null Beeld

‘Zó zeg, dat is niet verkeerd’, zegt een rokende man in een portiek, precies op het moment dat ik hem passeer. Er is niemand anders in de buurt, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat hij een vijftiger met een coronakapsel zou catcallen. Ik draag niet eens een al te kort rokje.

Vroeger deelde je in-zichzelf-praters automatisch in bij de gekken, tegenwoordig zijn het meestal bellers wier draadloze oortjes schuilgaan onder mutsen of lang haar. Wen er maar aan, stralen zij uit als je vragend naar ze opkijkt, wat jij gek vindt wordt de norm. Wat ongetwijfeld waar is, al kan hieraan wennen alleen betekenen dat je straks niet meer reageert als iemand je aandacht lijkt te vragen.

Geen leuke ontwikkeling voor praatgrage types als ik, maar echt zorgelijk voor het in coronatijd snel groeiende leger verwarde personen die luid mompelend door mijn buurt struinen. Stiekem hopen die op een luisterend oor, waarvan wij denken dat ze het al hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden