Verslaggeverscolumnin Doetinchem

Hoe de politie het verdriet om een dode baby opnieuw tot leven wekt

null Beeld

Het verzoek was op z’n minst ongewoon, maar na beraad besloot Hans Martijn Ostendorp dat meewerken met de politie past bij de verwevenheid van zijn voetbalclub met de stad. Niet voor niets is de dode baby destijds vernoemd naar het stadion, al is onduidelijk waarom, want het lijkje lag in een vijver aan de andere kant van de rivier.

‘We hebben een grote achterban en een groot bereik, dus vrij snel vond ik het wel logisch’, en dus staat de komende wedstrijd tegen FC Dordrecht in het teken van de dode baby. Op Goede Vrijdag. ‘Je bent wel een beetje bang dat je wordt geassocieerd met een kindermoord’, zegt Hans Martijn, ‘dat kan ook de verkeerde afslag nemen, maar dat is gelukkig niet gebeurd.’

Voorafgaand aan de wedstrijd, waarvan de uitzending is ingekocht door ESPN, dragen de spelers van beide teams T-shirts met de naam van de dode baby. Het stadion zal die dag Sem Vijverberg heten, in plaats van gewoon De Vijverberg. Een doek dat mensen oproept te getuigen wordt ontvouwd over de lege tribunes. Iemand van de club is aangesteld zich ‘dagdagelijks’ met de zaak te verhouden, ‘een baby zwaar mishandeld en waarschijnlijk levend achtergelaten... Pfff... Het is vergaand. Ik snap dat de politie daar vijftien jaar later werk van maakt.’

Als in een televisiethriller is het jongetje gevonden, door twee kinderen, tussen het winterijs van een vijver in een kalme buurt. Signalement: 53 centimeter, 6 pond, blanke huid; ze zijn hem Sem Vijverberg gaan noemen en zo staat het op zijn graf, maar niemand weet nog wat en hoe en wie. Er is negen maanden aan de zaak gewerkt door twintig rechercheurs, het is twee keer in Opsporing verzocht geweest, er is vrijwillig dna afgenomen, er is een beloning uitgeloofd en nu is het een cold case.

Alles op alles zet de politie, om het verdriet over de dode baby weer tot leven te wekken.

Het graf voor de onbekende baby. Beeld Politie
Het graf voor de onbekende baby.Beeld Politie

De plaats delict is zonovergoten, de lente duwt zichzelf omhoog, de knotwilgen keurig op tijd geknot. De wijk heet De Hoop, ook dat is filmisch. Het is een wederopbouwbuurt, sociale huur, de vijver ligt naast een speeltuin. De bewoners die ik spreek waren zich niet meer zo bewust van de dode baby, vertellen ze, maar aandacht ervoor is ‘nooit verkeerd’, hoewel ze ook wijzen naar een drugshuis, het zou goed zijn als de politie ook daar eens werk van maakte.

Hans Martijn is zelf naar de plaats delict geweest, met spelers van het elftal onder 16, de dode baby ‘had nu hun teamgenootje kunnen zijn’. Daar zijn beelden gemaakt voor de socials: twee voetballers leggen een knuffelbeer onder een boom. ‘Ik hoop dat we zo onder de huid van de mensen komen.’

Zelf ging hij aan de hand van zijn vader naar De Graafschap, nu is hij er directeur, ‘de club is meer dan voetbal alleen’. Niet voor niets hebben ze er een manager maatschappelijk verantwoord ondernemen, ‘we zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de Achterhoek, prettig dat de politie ons zo zag’. Maar: ‘We zijn niet op zoek naar waardering.’

Ook elders in de stad is de dode baby zichtbaar: voor het gemeentehuis staat een full-size coldcasetruck met de beeltenis van het graf, er is geflyerd op de markt, abri’s tonen een oproep (Het is nooit te laat om te praten). De dode baby haalde opnieuw het journaal, talkshow Beau en Opsporing verzocht, en bijna alle kranten.

Voor de politie zijn media een opsporingsmiddel, ‘communicatie’ is een tactiek. Het is vaak lastig daar concrete antwoorden te krijgen op journalistieke vragen, maar nu niet: senior communicatieadviseur Marèl van Steenbergen vertelt hoe aandacht vragen voor de dode baby via een voetbalclub uit een ‘brainstorm’ is ontstaan, en dat het een nieuwe methode van werken is. Er zijn 1.774 cold cases, waarom deze is uitgekozen, blijft wat mistig, ‘maar het is niet zo dat we voor de kast staan en er zomaar een dossier uit halen’.

Wat Marèl me niet vertelt, ik neem aan op tactische gronden, is dat het klapstuk nog moet komen: een lied voor de dode baby, geschreven en gebracht door Xander de Buisonjé, geënt op het emotionele saamhorigheidsgevoel dat de Nederlanders bij tijd en wijle kan overvallen.

‘Je hebt ook incest en vaders die hun kind verkrachten’, vertelde Xander bij Beau, waar het in première ging, ‘dus er gebeuren zo veel onvoorstelbare en heftige dingen op dat gebied’.

Zijn eigen zoon heet Sem, vertelde Xander. En zijn lied heet Er is nog hoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden