Hoe de middenstand terugkeert naar Lonneker

Het vierde Goede Idee: supermarkt Attent in Lonneker. Verstandelijk gehandicapten hebben er werk en de middenstand blijft behouden in een klein dorp.

Zie hier de hele Etalage voor Goede Ideeën van de Volkskrant

Lonneker was zo’n dorp waar de middenstand langzaam wegtrok. Vooral de jongere bewoners maakten liever gebruik van de grote supermarkten elders. Met de auto is de drie kilometer naar Enschede immers snel afgelegd. En zeven kilometer de andere kant op lonken de winkelcentra van Oldenzaal.

Nog lang konden de circa 1.800 bewoners van het Twentse dorp terecht bij de lokale supermarkt. Maar in 2001 kon ook deze het vanwege de gedaalde omzet niet meer bolwerken.

Vier jaar later geschiedde er echter een wonder in dit dorp. Op de plek van de oude winkel verrees een nieuwe buurtsuper, als franchise aangesloten bij Attent (onderdeel van Spar). Het is een initiatief van zorginstelling AveleijnSDT.

‘Het personeel in de winkel bestaat uit mensen met een verstandelijke beperking en hun drie begeleiders,’ vertelt Joyce van Rees van AveleijnSDT. Vorig jaar was ze bedrijfsleider van de buurtsuper. Tegenwoordig is ze als clusterhoofd verantwoordelijk voor verschillende projecten.

‘Meestal zijn we als instelling bezig ons af te vragen welke werkzaamheden de cliënten graag willen doen en wat hun mogelijkheden zijn. Het leuke van dit project is dat we iets bieden waar een grote behoefte aan bestaat,’ zegt Van Rees. ‘Het initiatief namen we toen we van dorpsbewoners hier hoorden dat ze hun winkel terug wilden.’

Naast Van Rees zit Frank, een van de cliënten van AveleijnSDT. We vragen hem of hij het in zijn baan naar de zin heeft. Hij knikt. Vooral de contacten met de klanten vindt hij leuk. ‘En dit is echt werk.’

Als we even later in de winkel lopen, zien we veel oudere klanten. ‘Lonneker is relatief vergrijsd,’ vertelt clustermanager Van Rees. ‘Zij komen hier graag voor de dagelijkse boodschappen. Voor hen is Enschede toch snel te ver. Het maken van een praatje is voor hen net zo belangrijk als de boodschappen. Sommigen van hen komen daarom wel drie keer per dag terug. We kregen zelfs het verzoek om een koffiemachine te plaatsen.’

Daar wilde de winkel niet aan beginnen. Het zou concurrentie betekenen voor de horecagelegenheden in het dorp.

Heeft de buurtsuper geen problemen met de bakker die het wel in het dorp heeft volgehouden? ‘O nee,’ zegt Van Rees. ‘We werken juist heel goed met hem samen.’ In de buurtsuper wordt zijn brood verkocht. Verder helpen de medewerkers van de buurtsuper elke dag bij de winkel aan de overkant. Ze snijden daar in de morgen brood en later doen ze andere klussen, zoals bijvoorbeeld vegen, schoonmaken en afwassen.

Het is in veel opzichten een bijzondere supermarkt. Van Rees: ‘Daarmee bedoel ik niet dat de klanten slechter af zijn. Hooguit zijn we iets duurder dan de heel grote supermarkten. Maar dat komt doordat we bij de groothandel als kleine afnemer meer moeten betalen. Daarin onderscheiden we ons niet van andere buurtsupers. Voor het overige valt het nieuwe klanten juist op dat het hier supernetjes is. Zelfs de lege dozen zijn hier opgestapeld.’

In totaal werken er 22 cliënten van AveleijnSDT in de winkel. De meeste van hen doen dat in deeltijd. In de winkel zelf zijn er tussen de 11 en 13 te vinden. Het valt vooral op dat ze allemaal enorm gemotiveerd lijken. Bij de schappen staat een in rode werkkleding gestoken medewerker de producten te spiegelen of de data te controleren.

De omzet van de winkel is minder hoog dan die van de gemiddelde supermarkt. ‘Daar schrok ik in het begin wel van,’ zegt Hilbrand Reinders, die tegenwoordig de bedrijfsleider is. ‘Ik kom uit de supermarktwereld en ben anders gewend.’

Van Rees vult aan: ‘We kunnen dit alleen doen omdat de cliënten die hier werken een AWBZ-uitkering krijgen waarmee begeleiding betaald kan worden.’ Vanuit de buurtwinkel worden de boodschappen ook per bus of bolderkar bezorgd. Vooral ouderen die moeite hebben hun huis uit te komen, hebben daar veel behoefte aan. Daarnaast kan de winkel bijzondere dingen doen. Als er bijvoorbeeld een oudere is die nog wel naar de winkel kan komen, maar moeite heeft de boodschappen mee naar huis te slepen, gaat er iemand mee om te helpen dragen. Van Rees: ‘We proberen verder zo veel mogelijk aan te sluiten bij wat er in de buurt gebeurt, zoals de Sinterklaasoptocht.’

Het vlees in de schappen is van de dichtstbijzijnde slager. Van Rees: ‘Zo heeft hij een omzetstijging en krijgen de dorpsbewoners vlees van de slager aan wie ze gewend zijn.’

Met de pastoor is afgesproken dat hij het geld voor de collecte bij de winkel wisselt. ‘Daarmee lossen wij ons gebrek aan kleingeld op, en hebben we geen van beiden kosten voor het wisselen van geld.’

Inmiddels komen mensen uit veel plattelandsgemeenten kijken hoe ze in Lonneker werken. Hebben zij zelf ook de kunst afgekeken? ‘We zijn een keer in het Friese Oldeberkoop gaan kijken,’ zegt Van Rees. ‘Daar is een soortgelijk initiatief van zorginstelling Talant die met ongeveer dezelfde doelgroep werkt. Het was interessant om te zien. Ook al besluit je sommige dingen anders te doen.’

Buiten wijst van Rees naar de nieuwbouw naast de winkel. ‘Dat wordt ons nieuwe gebouw,’ zegt ze trots. ‘En op de plek waar we nu zitten, bouwt de eigenaar enkele nieuwe panden waar zich winkeltjes kunnen vestigen.’ Zo keert de middenstand weer terug in Lonneker.

De volgende aflevering van de Etalage voor goede ideeën gaat over overlast en criminaliteit van jongeren. Ideeën genoeg. Het ene soms nog gekker dan het andere. Maar zijn er ook succesvolle projecten waarin jongeren helpen leeftijdgenoten op het rechte pad te houden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden