Verslaggeverscolumn in Budel

Hoe de meisjes van SV Budel de jongenscompetitie wonnen

Het meisjesvoetbalteam onder dertien van SV Budel werd dit seizoen de ongeslagen kampioen van de jongenscompetitie in de regio Eindhoven. Jawel, ze wonnen alles. Als praktisch feminist laat ik me dan graag even bijscholen. Waar lag het aan?

De meisjes van SV Budel hebben drie mannelijke trainers. En ze moeten er niet aan denken dat het vrouwen waren. ‘Mijn moeder is veel te fanatiek’, zegt Lotte. Al heeft ze ook een ‘bemoei-opa’ met te veel aanwijzingen, tot hilariteit van het team. (Lotte: ‘Daar is hij op aangesproken.’) Misschien willen ze vooral geen vrouwelijke trainer, denkt Fenne, omdat ze er nog nooit eentje hebben gehád.

De kampioenen.

Zo hadden ze trouwens wel meer niet: geen vaste keeper, geen echte meisjeskleedkamers bij SV Budel, waar van de ongeveer 1.000 leden er 120 vrouwelijk zijn – zij kleden zich om in een noodgebouwtje, helemaal aan de overkant van de velden. En geen scheidsrechter bij een tekort op drukke competitiedagen, dan gaan de jongens nog steeds voor.

Maar hier hoor je de meisjes zelf niet over. Het zijn de vaders die het noemen. De drie trainers voor twee trainingen per week plus de wedstrijd, naast drukke banen: stukadoor William Vlassak, vader van speelster Sam. Metaalbewerker Johan van Leeuwen, vader van Fleur. En Roy van Hunsel, vader van Demi en leraar op een basisschool.

Het meisjesvoetbal begon bij SV Budel een jaar of zes geleden. Om de meisjes te lokken noemen ze meisjesteams hier ‘vriendinnenteams’. Als ze maar plezier hadden, was het motto. Roy: ‘Ze hoefden van ons geen kampioen te worden, zolang ze het maar leuk vonden en wat leerden.’ Johan ‘moest nog zien’ hoe lang ze het gingen volhouden. ‘Na een jaar zijn ze allemaal weer weg, dacht ik.’ Maar dat was niet zo. De meisjes hadden het veel te leuk met elkaar.

Fem schiet.

De KNVB wil nu juist meer gemengde teams met jongens en meisjes, zodat ze ‘van elkaar kunnen leren’. Maar zonder meidenteams zou het vrouwenvoetbal de laatste jaren nooit zo hard zijn gegroeid, denken deze trainers. ‘Lekker met de mei-den!’, zingt het team nu. Zolang je genoeg meisjes hebt moet je ze júíst bij elkaar zetten, vindt Roy. ‘Een paar meisjes in een jongensteam, die worden overgeslagen. Want jongens willen niet dat die meid beter is.’

Johan: ‘Jongens zijn vaak sneller, fysiek sterker, technischer, groter en ze hebben een beter schot.’

William: ‘Maar ze zijn geen team.’

Roy: ‘Dus wij zijn meteen gaan uitleggen wat een positie in het veld betekent.’

De meisjes roepen: ‘Het ganzenverhaal! Het gan-zen-ver-haal!’

‘O ja’, zegt Roy. ‘Dat was in Tilburg.’

Vorig najaar. De meisjes van SV Budel onder dertien hadden de meisjescompetitie in de regio Eindhoven zo goed als gewonnen, met monsterscores en nog maar één wedstrijd te gaan. Roy: ‘Dus ik dacht: ik geef effe een speech.’ Maar waarover? Ganzen, dacht Roy. ‘Hoe die een team vormen als ze vliegen. En ze elkaar uit de wind houden, waardoor de hele groep beter vliegt.’ De meisjes zitten nu fanatiek te knikken.

SV Budel won de meisjescompetitie onder dertien met 85 goals voor en 4 tegen. Het leek iedereen beter als ze voortaan tegen de jongens gingen spelen.

De eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen was tegen Geldrop. De jongens riepen dingen. Lotte: ‘Háha, meisjes, dan hebben we al gewonnen.’ De meisjes wonnen met 6-1.

Volgende wedstrijd: thuis tegen de jongens van SV Budel: 8-0.

Ze moesten er ook voor knokken. Tegen Maarheeze: 0-1. DBS Eindhoven: 2-0. Rood-Wit: 1-0.

De trainers, v.l.n.r.: William, Johan, Roy.

Johan: ‘In het begin durfden ze niet te schieten.’

William: ‘Wilden ze hem in de goal dribbelen.’

Roy: ‘Van mij hoefden we niet alles te winnen, als ze maar léérden.’

William: ‘De meiden dachten daar al snel anders over.’

Fenne, de kleinste van het team: ‘Ik wou ze áfmaken.’

Sam: ‘Als we gelijk stonden dan gingen we altijd dóór. Dat vond ik het leukst.’

Soms gingen de jongens hard spelen. En duwen. Zeiden de trainers: ‘Terugduwen.’ Of : ‘Denk maar dat het je broer is.’

Nu begint het hele team door elkaar te roepen. Hoe jongens ‘meteen op de grond gaan liggen’ als ze even pijn hebben. Zij niet.

Het uitlachen was na een paar wedstrijden wel over. De vaders van de jongensteams gingen het eerst om. Die wilden na de wedstrijd een selfie met het meisjesteam en zeiden dan tegen hun zonen: ‘Dát zijn nog eens voorbeelden.’

Dus de KNVB, zegt Roy nog eens, die kan beter de competitie mengen dan de teams zelf: ‘Een sterke tegenstander, daar leert iedereen van.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden