Verslaggeverscolumn Op Texel

Hoe de makers zelf het pulpnieuws aan zouden pakken

‘Mensen in groepsverband’, zegt Bob, ‘kunnen heel dom zijn’.

‘Daar helpen geen wetten tegen of algoritmes’, zegt Dennis. ‘Het begint ermee dat ze zelf leren denken.’

Een tijdlang al probeer ik de verspreiders van pulpnieuws te spreken, van clickbait, virale berichten, desinformatie, hoaxes of welke begripsvariant er ook voor is bedacht, maar de industrie houdt zich schuil omdat ze ook wel weten dat het ‘vage business’ is. Behalve dus Dennis en Bob.

‘Ons vak is bereik maken’, zegt Dennis, op kantoor, ‘en het enige wat je daarvoor nodig hebt is een platform en een beetje marketingbudget.’ Zijn kennis komt niet uit boeken, het is ‘doen, doen, doen’, en het leverde de afgelopen jaren genoeg geld op om een nieuw bedrijf te beginnen, Texelvrienden.nl, een sociaal platform voor hun eigen eiland, leuker dan clickbait verzinnen voor de massa.

Bob en Dennis op kantoor.

Het imperium van een miljoen likes op Facebook wordt nu beheerd door ‘een paar jongens’ met wie ze ‘een deal’ sloten; het groepje pulpnieuwsfabrikanten is klein, ze kennen elkaar goed en Dennis gaat niets over ze vertellen, ‘dat is de code’ want ‘je wordt gelijk als schorem gezien’.

Pulpnieuws is zo groot geworden, constateerden de Leidse onderzoekers Alexander Pleijter en Peter Burger, dat het serieuze journalistiek wegdrukt uit de sociale media en berooft van advertentiegeld. Maar wij maken geen pulpnieuws, zegt Dennis meteen, ‘het is entertainment’.

Zo verbrand je 966 calorieën in een half uur! – goeie kop. Klik erop en er verschijnt een geblakerde pizza, ‘dat is gewoon satire’.

Dennis van der Kooi was 17 toen hij zijn BV begon, nu is hij 21. Bob Sleeman is 23 en kwam er later bij. Ze zijn vrolijke Texelaars. ‘Socialnetworkmarketing is ons ding’, zegt Dennis, ‘door die viral-sector leer je zo’n channel in één keer op te blazen.’

Hoe dat werkt: de berichten schrijf je zelf of komen van ingehuurde freelancers – Dennis had zelfs personeel in dienst. Het gaat erom hoe je ze verspreidt. ‘Je bent de hele tijd op zoek naar jongens die op een pleintje staan en mensen een restaurant in douwen – proppers, zo moet je het zien. Facebook is een propper. En zo zijn er meer. Zo ben je constant bezig met: welke proppers werken voor mij het beste.’

‘Gewoon satire’

Vervolgens gaan ‘de advertentienetwerken’ bellen want die zoeken bereik, en de andere adverteerders komen automatisch via diensten als Google AdSense. Het verdient niet krankzinnig goed, maar wel veel meer dan twee jonge gasten elders zouden verdienen.

Dieet van pissebedden tegen hooikoorts, die deed het goed totdat het bericht werd geweerd van Facebook wegens onbetrouwbaarheid. ‘Terwijl ik het gewoon uit de Telegraaf had.’ De Telegraaf had het van het AD, die het weer van LindaNieuws had, en hij zoekt de pagina op: staat er nog steeds. ‘Dus de traditionele media zitten enorm over ons te zeiken, maar jullie doen het zelf ook! Is niet erg, maar ga ons dan niet vanalles in de schoenen schuiven.’

Natuurlijk zijn er ‘cowboys met shady netwerken’, zegt Dennis, ‘maar wij in de entertainmentsector hebben besloten daar niet mee samen te werken’. Geen politiek nieuws, geen wonderbaarlijke genezingen van kanker. Deze 3 asielzoekers stalen deze pup, stopten hem vol drugs, en braken zijn benen – dat nooit. ‘Asielzoekers moet je niet doen’, zegt Dennis, ‘daar schiet niemand wat mee op.’

Bob: ‘Onze grens is common sense.’

Alles wat pulpnieuwsmakers doen is het maximaliseren van clicks, zegt Peter Burger als ik hem bel, en hoe dat precies gaat blijft duister. ‘Wij zien een onderscheid tussen de echt nare types, en types als Dennis, die vrij open is. Maar hij heeft zich wel verrijkt door werk van anderen te gebruiken, en met trucjes likes gekaapt bij zijn publiek.’

Pulpnieuws/entertainment is een maatschappelijk probleem geworden. Maar als ik de naam van de minister van desinformatie laat vallen, Ollongren, kijken Dennis en Bob me twijfelend aan – nooit van gehoord. Dat de Tweede Kamer een rondetafelgesprek hield over desinformatie – ‘is dat zo?’

Dennis: ‘Al die mensen die het erover hebben, weten niet hoe het werkt. Ze voetballen met een blinddoek om. Hoe wij denken, hoe wij doen… alle netwerken die wij gebruiken om de content te verspreiden… ik zou het die minister graag uitleggen.’

En wat hij dan zou vertellen: clickbait, pulpnieuws, entertainment, geef het een naam – het is niet uit te roeien.

‘Jullie doen het zelf ook’

Bob: ‘Er blijft altijd vraag.’

Dennis: ‘Je kunt een wet bedenken, maar als die door de eerste, tweede, derde, vierde en vijfde kamer is, hebben wij allang iets anders bedacht.’Wat zouden ze de minister adviseren?

Dennis: ‘Begin op de basisschool. Wat leren kinderen daar nou over internet? Leer ze onderscheid maken, bronnen herkennen.’

Bob: ‘Dan kunnen de mensen zelf besluiten: geloof ik dit, of niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.