Verslaggeverscolumn in Utrecht

Hoe de kloof voor laaggeletterden groeit en wordt genegeerd

Er stond er een man in de straat van Ben van Dijk. Of hij wist waar de Rhonedreef was. Nee, Ben had geen idee.

Toen ontdekte die man een straatnaambordje. Daarop stond ‘Rhonedreef’. Ben bleek de naam van zijn eigen straat niet te kennen.

Laaggeletterdheid is bijna onvoorstelbaar als je goed kunt lezen. Laaggeletterden zijn geen analfabeten, ze kunnen woorden schrijven en ontcijferen. Maar moeizamer dan de meeste Nederlanders, die steeds hoger opgeleid zijn. Er zijn hier nog steeds 2,5 miljoen mensen die moeizaam lezen, schrijven of rekenen. En in dat aantal zit niet veel beweging.

Hoe komt dat? De suggestie wordt gemakshalve vaak gewekt dat zij ‘nu eenmaal’ moeilijk te bereiken zijn omdat ze zich zo vreselijk schamen. Maar Ben wist vooral niet waar te beginnen, zonder hulp.

Ben van Dijk. Foto Margriet Oostveen

Vijf jaar geleden liep hij dus maar een bibliotheek binnen, waar een groepje samen las. ‘Goedenavond, ik heet Ben’, zei hij. ‘En ik zie dat u zit te lezen.’ Vijf jaar en veel lessen later kan hij de ondertiteling op tv volgen: de bovenste regel, twee regels gaat nog te snel.

Ben groeide op bij zijn grootouders. Zijn vader was al weg, zijn moeder woonde in een treinwagon op Lunetten. Ben wou nooit naar school, hij verstopte zich in de linnenkast. Zijn grootvader was voddenman en nam Ben mee. ‘Jochie, je moet wel wat leren’, zei zijn opa. ‘Maar ik had zoiets van: dat loopt wel los.’

Bens geluk: hij is al 35 jaar in dienst is bij Lisman Vorkheftrucks, als heftruckmonteur. Dat begon met vijf man in een garage, nu werken er 75 en is er een vestiging in Maleisië. Ook bij Lisman wordt het alleen maar ingewikkelder. Maar Ben heeft nog een baas die zijn gouden handen waardeert.

Soms zegt Ben tegenwoordig op zijn werk: ‘Zal ik eens een stukje lezen?’ Dan laat hij horen hoe ver hij nu is. En dan is iedereen trots.

Hoe anders dan de stijl van de afgelopen kabinetten: de Algemene Rekenkamer concludeerde twee jaar geleden in het rapport Aanpak van laaggeletterdheid al dat kabinet Rutte-II veel te weinig deed. Ook pijnlijk om te lezen is de ‘opvolging aanbevelingen’ die de Rekenkamer een jaar geleden nog even op een rijtje zette: wat had het kabinet sinds het rapport gedaan? Antwoord: ‘De minister reageert niet op onze algemene conclusie dat er in het laaggeletterdenbeleid sprake is van een kloof tussen (de omvang van) het probleem en de gekozen aanpak.’

Het kabinet reageerde niet eens.

Foto Margriet Oostveen

Ik woon in Utrecht, bekend als de stad van hoogopgeleiden. Zolang we de laagopgeleiden even vergeten, tenminste. Als ik met een laaggeletterde persoon in het centrum wil afspreken, maak ik meteen ook een fout. Ik bel de stichting Prago, die op twintig locaties in de driehoek Arnhem, Almere en Dordrecht onderwijs geeft aan alle mogelijke laaggeletterden. Prago werkt nog met professionele leerkrachten, zoals Gerrie Overweel, die in de Utrechtse achterstandswijk Overvecht staat. En Gerrie zegt dat we maar beter daar kunnen afspreken: ‘Veel mensen in Overvecht komen niet meer in het centrum. Het lijkt vaak wel alsof er een muur tussen staat.’

We treffen elkaar dus op school. Ik praat daar ook met de verlegen Melvin (20), liever zonder achternaam. Een groot tekentalent, maar leerde nooit lezen en schrijven in het speciaal onderwijs. En met Mohammed Smakiah (27), gevlucht uit Syrië. Hij leerde juist in twee jaar zo goed Nederlands, dat hij nu autochtone laaggeletterden vrijwillig lesgeeft achter de computer.

Er waren in Nederland goede professionele cursussen voor laaggeletterden op roc’s, maar die zijn drie jaar geleden wegbezuinigd. ‘Kasten vol prachtig materiaal stonden daar’, zegt Gerrie gepijnigd: ‘Allemaal weggegooid.’

Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk en moet alles weer worden opgebouwd. Kleinere plaatsen moeten het doen met louter vrijwilligers. Dan gaat het, hoe goed bedoeld ook, vaak fout. ‘Ze beginnen bijvoorbeeld met een testje om te zien ‘hoe ver’ iemand is’, zegt Gerrie. ‘Maar daar haakt een laaggeletterde dus af, want die faalt al zijn hele leven op toetsen.’ Eerst gewoon een tijdje lekker leren, dat werkt veel beter.

Ben zelf is intussen ‘taalambassadeur’, wat betekent dat hij hoogopgeleiden leert ervaren hoe het is om laaggeletterd te zijn. Hij laat een berichtje op zijn telefoon zien. Iemand vraagt of Ben de gemeente Utrecht wil helpen bij een onderzoekje naar ‘de manier waarop de gemeente Utrecht communiceert’.

Ben zucht. En ik zie nu de lange woorden. 

Het berichtje op de telefoon van Ben. Foto Margriet Oostveen

Letter voor letter

Hoe kan het dat in een land als Nederland steeds meer mensen laaggeletterd zijn? Lees hier de analyse van een hardnekkige beperking, persoonlijke verhalen over alledaagse obstakels én wat eraan te doen is.

Meer over