Hoe de film Black Panther de fantasy-literatuur een zwiep geeft, ook in Afrika

Debat over: Afrika in sciencefiction op het Aké Arts and Book Festival in Lagos (Nigeria)

Het panel over The Black Panther Phenomeon. Links naar rechts: Oris Aigbokhaevbolo, Nnedi Okorafor, Roye Okupe en Kolawole Olanrewaju. Beeld vk

Het succes van de film Black Panther was een sensatie en deed ook de ster van de Nigeriaans-Amerikaanse sciencefictionauteur Nnedi Okorafor rijzen. Ze schrijft teksten voor stripboeken van Marvel die voortborduren op de film, met het keurkorps vrouwelijke strijders van het fictieve koninkrijk Wakanda in de hoofdrol. Okorafor, onlangs op het Aké Arts and Book Festival in de Nigeriaanse metropool Lagos: ‘Het is wel echt een Hollywoodfilm, maar ik zie het als begin van acceptatie van zwarte helden. En een heel goed begin. Er is nu grote wereldwijde interesse. Laten we die kans grijpen als Afrikaanse kunstenaars.’

De volle zaal, met veel jongeren, omarmt haar als een superster. Met haar succesvolle fantasy-romans Who Fears Death (2010) en Binti (2015) gaf zij een flinke zwiep aan de populariteit van het genre, zowel in de VS waar zij woont en bij Afrikaanse lezers en filmbezoekers. Met Black Panther is de rage in een stroomversnelling gekomen.

‘Zwarte helden zien is goed’

‘Wakanda is geweldig’, zegt de Nigeriaanse tekenfilmmaker Roye Okupe naast haar op het podium. ‘Maar ik zou het nog liever in Lagos of Nairobi of Kaapstad gesitueerd zien. Zwarte helden zien, is goed voor Afrikaanse kinderen die opgroeien. Nu zien ze veel te veel Amerikaanse superheldenfilms, om te ontsnappen aan de werkelijkheid en voor een happy end.’

De cineast Kolawole Olanrewaju kwam enkele jaren geleden terug uit de VS, juist om in Nigeria zelf goede sciencefictionfilms te maken: de trailer van de computer-geanimeerde tekenfilm over de Nigeriaanse god en legendarisch superheld Sango ziet er prachtig uit. ‘Black Panther doorbrak de rol voor zwarte personages, die altijd alleen slachtoffers waren. Een aardverschuiving, maar toch misten we iets. Het blijft in essentie een westerse film. We hebben de westerse cultuur omarmd en veel van onze eigen traditie is verloren gegaan. Met onze eigen film willen we een Afrikaans verhaal aan de hele wereld vertellen.’

Nnedi Okorafor verheft haar stem: ‘Waarom of-of? We kunnen het allebei krijgen. Marvel heeft het aanvaardbaar gemaakt voor witte ouders om hun kinderen naar zwarte filmhelden te laten kijken. Dat is de macht van Hollywood. Niet dat ik mijn werk aangenaam wil maken voor een wit publiek, dat weiger ik. Maar ik ken het systeem, ik weet hoe ik erin mijn eigen weg kan vinden.

‘Is het een voordeel dat ik in de VS woon? Nee! Ik moet vechten voor elk idee dat ik wil uitvoeren, zoals alle zwarte schrijvers. Uitgevers willen je niet. Bij mijn eerste roman kreeg ik te horen dat sciencefiction-literatuur met zwarte personages echt niet zou verkopen. Ik had geluk, ik liep toevallig tegen een goede uitgever aan.’

Roye Okupe: ‘Ik heb eens geprobeerd een idee met een zwarte superheld in Hollywood te slijten. Het eerste wat de producent zei: je moet de huidskleur van je held veranderen.’

Na de kaskraker

Dat is nu na Black Panther, de kaskraker, allemaal anders: er is opeens vraag naar scripts met zwarte personages, het liefst door zwarte auteurs geschreven, dat vertellen alledrie de panelleden. En ook de sciencefiction schrijver en ict-specialist Tochi Onyebuchi kan ervan meepraten: hij schreef zeven sf-romans vanuit een zwart perspectief waarvoor hij geen enkele uitgever kon interesseren (‘ik hou gewoon heel erg van schrijven’) maar bij de achtste was het raak. De Nigeriaanse auteur woont in de VS. Op het Aké-festival bij een boekinterview met Okorafor: ‘Ik ben wel nerveus dat ik hier zomaar naast Nnedi zit, die zoveel voor mij en andere Afrikaanse sciencefictionschrijvers betekent.’

In het panel over Black Panther stelt journalist en gespreksleider Oris Aigbokhaevbolo de stekelige vragen: is de film eigenlijk geen hobby van de Afrikanen die in het Westen leven? Is al dat gepraat over afrofuturisme niet een vorm van escapisme? Wat heeft de ‘gewone Afrikaan die op het continent leeft’ daar aan?

Roye Okupe: ‘Ik zie de film vooral als een oefening in ‘wat als’: wat zou er gebeurd kunnen zijn als Afrika niet was gekoloniseerd, als er geen slavenhandel was geweest. Dat is een inspirerende gedachte, daar hoef je niet rijk voor te zijn. Ik keek naar Wakanda, zo technologisch geavanceerd, en dacht: wow, dat kunnen we bereiken.’

‘Uitspatting van de hogere klasse’

Nnedi Okorafor: ‘Ik ben het eens met alles wat Oris net zei. Het is ook een uitspatting van de hogere klasse in de diaspora. De personages in de film zijn rijk, van koninklijk bloed en het gezichtspunt van de onderdrukten en armen komt helemaal niet aan bod.’

Roye Okupe: ‘Veel Afrikaans-Amerikanen identificeren zich met de schurk Killmonger en niet met de goeierik T’Challa.’

Okorafor: ‘Maar niet al het afrofuturisme is elitair. In mijn roman Binti speelt een meisje van de Himba, een volk in Namibië, de hoofdrol: hoe ze zich aan haar milieu ontworstelt en naar de beste universiteit in het heelal gaat.’

De beroemde dochter van Nigeria is blij weer een paar dagen ‘thuis’ te zijn. Het discussiëren gaat in Lagos zoveel makkelijker, zegt ze. Want ze mag dan jaloersmakend veel succes hebben in de VS, het is een dagelijkse worsteling. ‘Ik werkte mee aan het script van een tv-film: ik moest echt alles uitleggen. Met de illustratoren van Marvel voor de Black-Pantherstrips net zo: zelfs van de haarstijlen weten ze niets.’

 Wim Bossema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden