ColumnMartin Sommer

Hoe de eis van diversiteit en inclusie leidt tot culturele kaalslag

Het Museum Ons’ Lieve Heer op Solder ligt er prachtig bij in het oudste hoekje van Amsterdam. Op de beletage woonde tijdens de Gouden Eeuw de rijke katholieke koopman Hartman. In de steeg aan de zijkant bevindt zich een bescheiden deur met daarachter de trap naar de nok, waar de schuilkerk de indruk wekt dat de parochianen gisteren zijn vertrokken. De kerk is sinds jaar en dag het tastbare bewijs van het Nederlandse gedogen van wat eigenlijk niet mocht, en wat mij betreft een voorgeschreven uitje voor elke serieuze inburgeraar.

Maar het mag niet zo zijn. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst heeft beschikt dat het afgelopen is met de zes ton die het museum jaarlijks ontvangt. Dat is de doodsteek, want in tijden van corona zijn de eigen inkomsten ingestort. Het is ook je reinste kapitaalvernietiging: nog maar vijf jaar geleden werd het museum feestelijk heropend door koningin Máxima, na een restauratie en uitbreidingsoperatie die miljoenen had gekost. Kennelijk is het belang van Ons’ Lieve Heer op Solder in een handvol jaren verdampt.

Directeur Birgit Büchner ‘snapt er helemaal niets van’ dat ze, zoals zij het noemt, ‘onder de zaaglijn is beland’ van de beoordelingscommissie. Ze vertelt hoe haar museum met de tijd is meegegaan, zoals het hoort. Met actuele thema’s als tolerantie en verdraagzaamheid, een filmpje over Willem van Oranje en gewetensvrijheid, gesprekken met jongeren over verschillen, over religieuze identiteit en diversiteit. Er staat een plastiek met de silhouetten van drie figuren met hoeden die de drie wereldgodsdiensten verbeelden.

Directeur Birgit Büchner ‘snapt er helemaal niets van’ dat ze, zoals zij het noemt, ‘onder de zaaglijn is beland’ van de beoordelingscommissie. Beeld Rebekka Mell

Het heeft de beoordelingscommissie onvoldoende behaagd. Tolerantie en verdraagzaamheid en begrip als basisthema’s, heel goed. Maar het ontbrak aan ‘een randprogramma’ van bijvoorbeeld lezingen en debatten. Aandacht voor diversiteit en inclusie: voldoende. Maar hier ligt volgens de commissie wel een ‘grote uitdaging’ aangezien het hart van de collectie, de schuilkerk dus, ‘in de kern westers en christelijk is’. Dit probleem heeft het museum getracht op te lossen met aandacht voor andere geloofstradities, met dien verstande dat de belangstelling slechts op drie geloven betrekking heeft, terwijl de hoofdstad tientallen religieuze stromingen telt. Aldus nog steeds de commissie.

Dit is nu een schoolvoorbeeld van hoe de eis van verscheidenheid onverbiddelijk leidt tot culturele kaalslag. Het Amsterdamse kunstfonds verwijst naar het ‘actieplan inclusie’ van de gemeente, ‘een instapeis waar je aan moet voldoen vóór de aanvraag’. Musea, gezelschappen en muziekgroepen moeten een multiculturele buiging doen, alvorens het kunstfonds überhaupt bereid is een letter van hun subsidieverzoek te lezen. Ineens begrijp ik ook waarom angstige museumdirecteuren een voor een in de krant te biecht gaan over onze verantwoordelijkheid voor de verschrikkingen van de slavernij. Subsidiegever luistert mee.

Het bijzondere karakter van Ons’ Lieve Heer op Solder is onwenselijk geworden, bijna een moreel tekort, want ‘in de kern westers en christelijk’.Beeld Arjan Bronkhorst

Als cultuurpolitiek meer politiek wordt dan cultuur, berg je maar met je bijzondere collectie. Ons’ Lieve Heer op Solder is uniek, een schuilkerk uit de 17de eeuw die helemaal intact is, die je in aanraking brengt met een andere tijd en als die iets leert, is het de lichte ontvlambaarheid van religie. Dat bijzondere karakter is onwenselijk geworden, bijna een moreel tekort, want ‘in de kern westers en christelijk’. Stel je voor dat het museum eens aandacht zou besteden aan de katholieke verdrukking, waarover onlangs het mooie boek Katholiek in de Republiek is verschenen van Carolina Lenarduzzi. Katholieken mochten geen openbare ambten vervullen, processies waren verboden, de schuilkerken waren ook een bijverdienste voor lokale magistraten om de gelovigen af te persen. De fraaie gewetensvrijheid werd door katholieken beslist niet zo beleefd. Gelijkberechtiging was er voor hun kerk pas in 1853, en nog ruim honderd jaar later werd er in Den Haag gedemonstreerd omdat prinses Irene het in haar hoofd had gehaald om met een roomse prins te trouwen. Dat is de achterkant van de tolerantie, maar niet de tolerantie waar de beoordelingscommissie het over wil hebben. Die wil liever debat en lezingen over diversiteit en inclusie, aangezien het daaraan in Amsterdam smartelijk ontbreekt.

Dit is geen Amsterdamse uitzondering. Eerder maakte de Raad voor Cultuur de toekenningen van de landelijke subsidies bekend, óók met de voorwaarde dat de code diversiteit en inclusie leidend is. Er was veel geklaag over kortingen op de subsidie, maar ik ben slechts één iemand tegengekomen die durfde protesteren tegen de knevelarij van de inclusie. Dat was de fluitist Lucie Horsch, 21 jaar oud, die begin juni de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst nam van cultuurminister Van Engelshoven. Ze zei bij die gelegenheid: ‘Als er alleen nog maar diverse kunst mag bestaan, dan is het resultaat juist niet die diversiteit waar zo krampachtig naar gestreefd wordt.’

Nog maar vijf jaar geleden werd het museum feestelijk heropend door koningin Máxima, na een restauratie en uitbreidingsoperatie die miljoenen had gekost. Beeld Patrick van Katwijk / BSR Agency

Dapper gesproken. Ik weet niet wat erop volgde, ik hoop verlegenheid, maar vrees van niet omdat inclusiekundigen over het algemeen ronddrijven in hun eigen voortreffelijkheid. Bij wijze van klaroenstoot aan het slot velde het Amsterdamse kunstfonds nog een onbarmhartig oordeel over het personeelsbeleid van Ons’ Lieve Heer op Solder. Succesvol cultureel diversiteitsbeleid, aldus de commissie, begint bij het onderkennen van de blinde vlekken binnen de eigen organisatie. De personeelssamenstelling van het museum geeft hiervan te weinig blijk. ‘De voorzichtige terminologie (ook de term bicultureel valt) wekt de indruk dat het museum niet voluit inzet op het werven van mensen van kleur.’ Daarna viel het mes. Nul euro subsidie de komende vier jaar. En zo direct 22 mensen op straat. Met de groeten van de commissie die zo vriendelijk wees op de blinde vlek van de organisatie.

In een eerdere versie van deze column stond dat fluitist Lucie Horsch 17 jaar oud is, dat klopt niet, ze is 21. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden