essayoptimisme

Hoe blijf je optimistisch in een crisis die je gevoel van controle aantast?

Optimisme vereist geloof in controle over je toekomst. Hoe houd je die levenshouding overeind in een crisis die dat geloof van alle kanten aanvalt?

Beeld Zeloot

Optimisme is een morele plicht, schrijft Jan Rotmans in Omwenteling. Zijn boek uit 2017 is verrassend actueel, want het gaat over chaos. Over de structurele veranderingen die ons tijdperk ontwrichten, en die fundamenteel zijn volgens de hoogleraar duurzaamheid en transities. De wereldorde verandert door de machtsverschuiving van west naar oost en van noord naar zuid, de economie is turbulent sinds de crisis in 2008 uitbrak, de klimaatverandering dreigt onze planeet grotendeels onleefbaar te maken. ‘Spannender dan dit tijdsgewricht kan het nauwelijks worden’, schrijft hij.

Er was een tijd dat denkers als Rotmans op mijn enthousiasme konden rekenen. Eindelijk iemand die de vinger op de zere plek legt, iemand die verwoordt wat er mis is in onze systemen en de manier waarop we met onszelf, elkaar en de wereld omgaan. Hun boeken lazen als een handleiding voor een betere wereld, te beginnen bij mezelf. En toen brak de coronacrisis uit.

De coronacrisis heeft de machtsverhoudingen op scherp gezet, de economie in een diep dal gestort, de ongelijkheid in de wereld onmiskenbaar aangetoond, en samenlevingen verdeeld in kampen die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden over mondkapjes, regels, complottheorieën en meteen ook maar over Black Lives Matter, de vleesindustrie en vrouwenrechten. Over het klimaat hebben we het amper nog. Dat de ijskap van Groenland nu definitief gaat smelten, dat de temperaturen sneller stijgen dan de deskundigen verwachtten, het waren in deze krant kattebelletjes. Slechts een enkele twitteraar in mijn tijdlijn vraagt zich af hoelang we nog hebben. En ik, stilletjes.

Angst is een belangrijk onderdeel van ons leven geworden, schrijft de Turkse schrijver Elif Shafak in haar nieuwe essay getiteld Zo houd je moed in een tijd van verdeeldheid. Het essay komt precies op het goede moment, want ik dreig de moed te verliezen. In weerwil van Jan Rotmans, die ook nu een optimistische levenshouding bepleit. Met een groep ‘onconventionele en onafhankelijke denkers en doeners’ heeft hij een Break Out Team opgericht met als doel de ‘weeffouten’ in de samenleving te herstellen. Een crisis biedt daar een uitgelezen kans toe, schrijft hij in Omwenteling: ‘In deze kwetsbare, kritische periode kun je met een slimme groep veranderingsgezinde mensen met de juiste strategie en interventies een doorbraak creëren.’ Maar dan moeten we ons niet laten leiden door angst, waarschuwt hij: ‘Er is nog nooit een grote transitie gerealiseerd vanuit scepsis en cynisme.’

Shafak gaat nog een stap verder door te stellen dat te veel pessimisme gevaarlijk is. Het leidt volgens haar tot apathie, verlamming, onverschilligheid en daarmee tot barbaarsheid. Kijk maar naar de geschiedenis, schrijft ze, naar de Holocaust, die kon niet zozeer gebeuren omdat er kwade genieën aan de gang waren, maar omdat ze hun gang konden gaan.

Ik geloof het allemaal. En ik wil die nieuwe samenleving, hoop houden, niet vervallen in onverschilligheid. Maar steeds vaker schallen de twee woorden door mijn hoofd die mijn 9-jarige dochter ook bezigt als ze voor een raadsel wordt gesteld: hoe dan?

Selffulfilling prophecy

De meeste mensen zijn geneigd tot optimisme. Dat zegt althans Tali Sharot, hoogleraar cognitieve neurowetenschappen aan University College London en een populaire TEDx-spreker. Uit haar onderzoek blijkt dat 80 procent van alle mensen de neiging heeft om de kans op goede ervaringen in het leven te overschatten en de kans op slechte ervaringen te onderschatten. We laten ons hierbij niet hinderen door de realiteit. Uit de statistieken blijkt dat twee op de vijf huwelijken stranden, maar vraag het aan pasgetrouwden en zij schatten hun kans op een scheiding op 0 procent. Zoals de schrijver Samuel Johnson zei: ‘Hertrouwen is de triomf van de hoop op de ervaring.’ Hetzelfde doen we met de kans op nare gebeurtenissen. Vraag iemand wat zijn of haar kans op kanker is, en acht van de tien schatten die kans lager in dan het gemiddelde.

Pessimisten zouden optimisten hierom naïef kunnen noemen. En dom ook, want als je hoge verwachtingen hebt, kun je alleen maar teleurgesteld raken. Maar die theorie klopt volgens Sharot niet. Ten eerste: hoe we ons voelen over een gebeurtenis, hangt af van hoe we deze interpreteren. Optimisten schrijven succes of geluk toe aan zichzelf, pessimisten aan toeval of het lot. Bij tegenslag geldt hetzelfde. Zakt een pessimist voor een examen, dan komt dat doordat het er gewoon niet in zat. Zakt een optimist, dan had hij of zij niet genoeg geleerd. Volgende keer beter. Het gevolg is dat optimisten meer hun best doen, om de kans op toekomstig succes of geluk te vergroten. Pessimisten daarentegen geloven dat het niet uitmaakt of ze hun best doen, dus waarom zouden ze? Optimisme kan zo als een selffulfilling prophecy werken, stelt Sharot.

Ten tweede: de neiging is immuun voor kennis. Zelfs als optimisten weten dat de gemiddelde kans op kanker 20 procent hoger is dan ze dachten, denken ze nog steeds dat het voor hen wel zal meevallen. Dat verklaart het wonderlijke gegeven dat echte optimisten ook hoopvol blijven wanneer ze worden geconfronteerd met de feiten. Ze relateren deze simpelweg niet aan zichzelf. Over hun buren, landgenoten en de rest van de wereld kunnen ze zich zorgen maken, maar hun eigen toekomst bezien ze door een roze bril.

Het sleutelwoord hierbij blijkt controle. Als mensen denken dat ze een zekere controle hebben over hun toekomst, zijn ze geneigd te geloven dat ze de realiteit wel naar hun hand kunnen zetten. Maar op het lot van anderen en de wereld heb je als mens weinig vat.

Falende systemen

Dat is nu de crux. Want andersom hebben anderen en de wereld wel degelijk vat op ons onbeduidende bestaan, leert deze crisis. Je kunt nog zoveel vertrouwen hebben in je toekomst, maar als een dodelijk virus in Wuhan overspringt van dier op mens, is de hele wereld er ineens van in de ban. Als een paar landgenoten vervolgens terugkeren uit besmet skigebied, worden de scholen gesloten. Als de scholen sluiten, kan niemand nog de deur uit en ligt de economie plat. Als de economie platligt, gaan bedrijven failliet en stijgen de staatsschuld, de werkloosheid en de ongelijkheid tussen groepen in de samenleving. En dan blijkt de geschiedenis achteruit te kunnen gaan.

Die ongelijkheid, schrijft Shafak, is namelijk niet zomaar een van de uitdagingen waar de wereld voor staat. Ze vormt de kern van alle problemen die we nu zien, omdat ze de democratie bedreigt in landen waar die lange tijd als vanzelfsprekend gold. ‘Mensen worden zich er steeds pijnlijker van bewust dat ze onbeduidend en irrelevant zijn in een politiek systeem dat slogans ophoest als marketingteksten en een financiële markt die enkel wordt gedreven door hebzucht en winst.’ Het flagrante falen van deze systemen maakt mensen onzeker, angstig, boos. ‘Waar we het niet over hebben,’ schrijft Shafak, ‘is wat die toestand van continue spanning doet met ons, met onze geest en ons mentale welzijn. Existentiële angst is veel subtieler dan angst voor een concrete dreiging. Het gaat over ons leven in de wereld als zodanig. We krijgen bijna het gevoel dat we nergens meer controle over hebben.’

En dat, waarschuwt Shafak, is een gevaarlijk moment. ‘Dan verschijnt de populistische demagoog ten tonele, die belooft dat hij het allemaal eenvoudiger zal maken voor ons.’ Die populist treft een gespleten samenleving. Immers, wie zich irrelevant voelt en niet gehoord, zal niet snel geneigd zijn te luisteren naar anderen die er een andere mening of visie op nahouden. En wie niet meer luistert naar anderen, is minder in staat compassie en empathie op te brengen voor wie anders is.

Toekomst

Het essay van Shafak verwoordt knap wat er gebeurt als we de moed verliezen, maar geeft niettegenstaande de titel weinig concrete alternatieven. Als ik haar beeldbel om daarnaar te vragen, blijkt zij ook niet onverdeeld optimistisch. ‘Ik probeer de verleiding te weerstaan om me terug te trekken van alles, en er zijn dagen waarop ik daar niet in slaag. Ik ben pessimistisch als ik kijk naar de politiek, de ongelijkheid, het onrecht in de wereld. En dat pessimisme is oké, het maakt me bewust van wat er gebeurt.’

In haar essay roept ze op om niettemin in gesprek te blijven met elkaar. In praten schuilt volgens haar de oplossing. Praten over wat er gebeurt, maar ook luisteren naar de ander, ook naar iemand die er een andere mening op nahoudt. Alleen dan kun je leren, en de compassie en empathie opbrengen die nu zo ontbreekt in alle debatten. Dat klinkt mooi en nobel. Maar hoe, vraag ik Shafak, breng je empathie op voor iemand die in jouw ogen homofoob, misogyn of racistisch is? ‘Met die vraag worstel ik elke dag. Ik denk dat er waarden zijn die je altijd moet verdedigen. Een ideologie die stelt dat andere mensen inferieur zijn, is verkeerd. Maar mensen kunnen veranderen. Wijzelf ook. Door gesprekken, door ontmoetingen. Laten we ons niet afsluiten voor elkaar. Hoe meer mensen zich gehoord voelen en verbonden, hoe meer betrokkenheid er zal zijn en hoe meer kans dat we nieuwe systemen zullen ontwikkelen en een nieuwe samenleving neerzetten.’ Het is misschien ijdele hoop, maar het is hoop. Onze enige, als je het haar vraagt.

Een beetje ironisch is het wel, dat het besef van verbondenheid ons moet redden in een tijd waarin we zijn veroordeeld tot een anderhalvemetersamenleving. Maar misschien hoeven we het zo dramatisch niet te maken. ‘Jullie lijden aan een constante crisishonger’, zegt Timothy Snyder deze week in De Groene Amsterdammer. ‘Pessimisme is een soort luxe waar jullie Europeanen graag in verkeren.’ De Amerikaanse historicus vindt dat ‘zeer zorgwekkend voor een plek die het op tal van terreinen beter doet dan waar ook ter wereld’, en wees naar een stad als Wenen, waar hij zag dat ondanks het coronavirus de bakkers gewoon open waren, mensen over straat liepen en je naar de apotheek kon. Hij vindt het haast een gotspe dat wij durven te klagen dat het hier zo verschrikkelijk is.

Eenzelfde relativering kreeg ik toen ik drie weken geleden in Parijs was. De oplettende lezer weet dat het juist op dat moment code oranje werd in de Franse hoofdstad, en dat was te merken: de boulevards waren verlaten, de enkele Parijzenaar verstopt achter een mondkapje of plexiglazen wand, zelfs de literaire stamkroeg in Saint-Germain, die altijd open is, was gesloten. Ik werd er somber van. Maar in Jardin du Luxembourg scheen de zon en speelden kindjes met bootjes in het water. En net toen ik bedacht hoe simpel geluk kan zijn, haalde mijn geliefde een klein vierkant doosje uit zijn zak en zonk op een knie. En voor mijn geestesoog ontvouwde zich ineens weer een toekomst.

Een toekomst waarin ik moet nadenken over schijnbaar triviale zaken die ineens zeer belangrijk blijken, zoals een trouwdatum, locatie, getuigen en genodigden. In plaats van uren naar alle kommer en kwel op Twitter te turen, vind ik mezelf nu regelmatig terug op websites vol trouwjurken. Daar tref ik niet alleen hoopvolle creaties, maar ook een parallel universum waar het pessimisme ver te zoeken is.

Het klinkt misschien raar, maar dat geeft een prettig gevoel van controle. Wíj kiezen, wíj bepalen, ons leven neemt deze wending nu omdat wij daartoe hebben besloten. Daarvoor hoef je niet te trouwen, natuurlijk. Je kunt ook besluiten te verhuizen, een carrièreswitch te maken, te breken met een ondermijnende relatie of een hond te nemen. Een daad van autonomie die je eraan herinnert dat de wereld misschien gek is geworden, maar dat je niet meteen met je rug op de grond hoeft te gaan liggen.

Ik zal voor de tweede keer trouwen – hoop triomfeert over ervaring. Van de eerste keer weet ik nog dat het niet zozeer om je eigen liefde draait. Het draait om dé liefde. Trouwen is van de daken schreeuwen dat er een reden is om te houden van het leven. En die reden is voor iedereen dezelfde. Wie je ook bent, waar je ook vandaan komt, op welke partij je ook stemt, uiteindelijk worden we allemaal gedreven door de liefde. Dat is wat ons verbindt – zou Shafak zeggen. En als straks de klokken luiden, dan zullen mensen tot in de verre omtrek even stilstaan en zich dat weer herinneren. Dat hoop ik althans.

Tenzij natuurlijk een zekere minister van Justitie roet in het eten gooit met een feestverbod. Maar dat zal ons vast niet gebeuren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden