COLUMNDaniela Hooghiemstra

Hoe beeldcultuur de verbeelding om zeep helpt

Niets is wat het lijkt en ook dat is mogelijk niet waar. De werkelijkheid wordt gefabriceerd en als iets echt gebeurt, wordt beweerd dat het een fabricage is. Dagelijkse vrachtladingen aan informatie ten spijt, weet niemand nog wat er op welk moment wél of niet gebeurt.

Dit weekend zag ik de adviseur van Trump, Rudy Giuliani, languit op zijn rug op een hotelbed liggen, terwijl hij met een hand in zijn broek grabbelde. Het beeld kwam uit een film over ‘Borat’ uit Kazachstan, een personage van acteur Sacha Baron Cohen dat, hoewel fictief, echte dingen meemaakt. Wat er in die hotelkamer gebeurde, zal ik wel nooit te weten komen, maar in een beeldcultuur doet dat er ook niet toe.

De cultuur ontstond in de vorige eeuw, toen dankzij film en fotografie de werkelijkheid kon worden verbeeld, en via massamedia verspreid. In de jaren zeventig kwam de ‘communicatiewetenschap’ op, een discipline waarin men zich bezighoudt met wat iets líjkt in plaats van met wat het ís. Dankzij reclamemensen en spindoctors ontstond het nieuwe universum der ‘beeldvorming’, een werkelijkheid die tegen betaling optuigbaar werd.

De beeldvorming sloot aan bij de maakbaarheidsgedachte die rond dezelfde tijd opkwam. Als je iets niet bent, kun je het worden en wat er niet is, kun je máken. Sinds de komst van het internet is beeldvorming overal. Iedereen kan zijn eigen voorstelling maken en verspreiden. Zo werd Kluun een groot schrijver, vrouwenvoetbal belangrijk en ic-arts Diederik Gommers een idool.

De koning mocht naar Griekenland, maar toen rond zijn reis een ‘negatief beeld’ ontstond, kwam hij weer terug. De excuusvideo van de koning was geen boetedoening, maar een amechtige schreeuw om adhesie, of ‘likes’ zoals waardering in het beeldenrijk heet.

De katholieke kerk regeerde in Europa eeuwenlang op basis van beelden, tot hervormers en verlichte denkers daar menselijke praktijk, verstand en empirie tegenover stelden. De huidige beeldindustrie is niet het werk van één instituut, maar van miljoenen individuen, wat de verwarring nog groter maakt.

Feiten kun je weerleggen, voorstellingen niet. Het coronavirus is een complot, de wereld wordt geregeerd door pedo’s en de Holocaust is verzonnen. Bewijs maar eens dat het níét zo is. Beeld kent geen ‘maar’, ‘niettemin’ of ‘anderzijds’. Het is het ene universum tegen het andere. De duistere morele consequentie daarvan is dat de menselijke en redelijke toets verdwijnt en waarheid dikke mist wordt.

Het morele vacuüm dat door beeldcultuur ontstaat, heeft in Amerika inmiddels geleid tot een diepe bestuurlijke crisis. Als het beeldenrijk van Trump de verkiezingen verliest, kan het dat natuurlijk niet op zich laten zitten. De president heeft dan ook al verklaard dat hij de uitslag niet zomaar zal accepteren.

In Frankrijk werd om een beeld leraar Samuel Paty vermoord. Eerder gebeurde dat in Nederland met Theo van Gogh. De ontmoeting van archaïsch orthodox geloof met de moderne kracht en snelheid van beeld, bedreigt de rechtsstaten in Europa al een tijdje. Maar de Franse president Macron was vorige week pas de eerste regeringsleider die het probleem adresseerde. Vanwege de angst voor een verkeerd beeld van de islam, wordt de ethiek van het geloof buiten populistische kringen liever niet besproken. Nederland moedigt orthodoxe religie zelfs aan door het bijzonder onderwijs te financieren.

Terwijl het beeld de werkelijkheid gijzelt, groeit intussen de behoefte om de kunst te temmen. Boeken worden gecensureerd, acteurs geschrapt, schrijvers verketterd en kunstwerken verwijderd of voorzien van ‘uitleg’. Niet een overheid of een kerk is daarvoor verantwoordelijk, maar een diffuus samenspel van commercie en bestuurders met publiek, dat zich roert via ontelbare kanalen.

De nieuwe directeur van het Stedelijk Museum, Rein Wolfs, vertelde vorige week in Het Parool dat hij zijn rijkssubsidie het afgelopen jaar heeft gebruikt om werk van ‘vrouwen en mensen van kleur’ te kopen. Een tentoonstelling over de Duitse schilders Emil Nolde en Ernst Ludwig Kirchner wil hij vergezellen van een ‘kritische reflectie’ op de manier waarop de expressionisten ‘zijn omgegaan met het kolonialisme’.

Zo annexeert het beeldenrijk niet alleen de ethiek, maar slokt het ook de verbeelding op, de enige ruimte waar mensen vrij kunnen zijn.

Daniela Hooghiemstra is historicus en journalist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden