Column Peter Giesen

Hoe Amerikanen vuurwapendoden als de prijs voor de vrijheid beschouwen

Toen J.T. Lewis afgelopen collegejaar aan de universiteit van Connecticut ging studeren, kreeg hij een cadeau van zijn moeder: een kogelvrije rugzak. Lewis had reden om bang te zijn, schrijft The New York Times. In 2012 kwam zijn broertje Jesse om het leven bij de schietpartij op de Sandy Hook-basisschool, waarbij twintig kinderen en zes volwassenen werden vermoord.

Massamoord is een fact of life in de Verenigde Staten, zo bleek de afgelopen dagen eens te meer. Amerikanen maken 4,4 procent van de wereldbevolking uit, maar bezitten 42 procent van de mondiale hoeveelheid vuurwapens. Waarschijnlijk zijn Duitsers even vaak crimineel, boos, doorgedraaid of ideologisch verdwaasd als Amerikanen, alleen hebben ze geen semiautomatisch geweer bij de hand. Daarom sterven in de Verenigde Staten jaarlijks 3 per 100 duizend inwoners door vuurwapengeweld en in Duitsland 0,2 – ‘slechts’ 1,2 procent van de Amerikaanse vuurwapendoden valt overigens bij massale schietpartijen als in El Paso.

Toch is elk pleidooi voor een verbod, of zelfs maar een strenge regulering van vuurwapens, zinloos, schreef Nicholas Kristof in The New York Times, omdat het recht om wapens te dragen zo diepgeworteld is in de Amerikaanse cultuur. Het maximaal haalbare is gun safety, denkt hij. Een bizarre term, ‘veilig vuurwapengebruik’.

Voorstanders van wapens zeggen vaak: ‘In het verkeer vallen ook slachtoffers, daarom ga je de auto toch niet verbieden?’ Het verkeer laat echter uitstekend zien hoe je gevaar kunt terugdringen, aldus Kristof. In 1946 vielen in Amerika 9,46 verkeersdoden per 100 miljoen gereden mijl. In 2016 was dat nog maar 1,16, dankzij veiligheidsgordels, airbags, snelheidslimieten, kinderzitjes en betere auto’s. Zoiets zou je ook met wapens kunnen doen. Betere controles bij aankoop, want ‘op veel plaatsen worden mensen die een hond willen adopteren rigoureuzer gescreend dan mensen die een wapen willen kopen’. Wapens die slechts ontgrendeld kunnen worden door een pincode of, nog beter, een vingerafdruk.

Na Sandy Hook, Las Vegas, Parkland en al die andere schietpartijen lijkt dat een bescheiden doelstelling. Niettemin zal het moeilijk genoeg zijn haar te realiseren. President Trump, het moet gezegd, heeft de stuiterkolf verboden, het hulpstuk waarmee een geweer sneller vuurt. Maar doorgaans verzetten Republikeinen zich tegen strengere wapenwetgeving, ten teken dat het Amerikaans conservatisme zijn gematigdheid verloren heeft, ideologisch verblind is en gegijzeld wordt door de wapenlobby.

Wie zich tegen wapens keert, krijgt te maken met de bizarre kant van de Amerikaanse politiek, met puriteinen die vuurwapendoden als de prijs voor de vrijheid beschouwen. Gouverneur Greg Abbott van Texas was tegen het homohuwelijk en voor het overigens niet te handhaven Texaans verbod op vibrators en andere seksspeeltjes. De staat moet alle seks ontmoedigen die niet ten dienste van de voortplanting staat, vond hij.

Afgelopen weekend zagen we hem met een ernstig gezicht rouwen om de doden van El Paso. Maar in oktober 2015 verzond hij de volgende tweet, met een kopie aan de National Rifle Association, nadat gebleken was dat Texanen minder wapens kochten dan Californiërs: ‘Ik ben in verlegenheid gebracht: Texas #2 in de natie voor nieuwe wapenaankopen, achter Californië. Laten we het tempo verhogen, Texanen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden