ColumnDaniela Hooghiemstra

Hoe Amalia had leren spookrijden, dat vergat Claudia de Breij te vragen

null Beeld
Daniela Hooghiemstra

Al een tijdje hoor ik op de radio geen waarschuwing meer over spookrijders. Dat kan toeval zijn, maar ik sluit niet uit dat het komt doordat tegen het verkeer in rijden intussen onbewust geaccepteerd wordt. Aangezien alleen gekke Henkie nog meegaat met de stroom, weet je onderhand niet beter, of iemand staat in zijn eentje tegenover de rest.

Het begon rond de eeuwwisseling, toen messias Pim Fortuyn als enige in de gaten had wat er mis was met Nederland. Hij werd geliquideerd door dierenactivist Volkert van der G., die dat nog beter wist. Met het gelijk aan zijn kant werd Theo van Gogh vermoord door Mohammed B., die hierover instructies van Mohammed ontvangen had en dit jaar werd Peter R. de Vries, die ooit 55 ‘stellingen’ aan de deur van de Tweede Kamer spijkerde, vermoord door een drugshandelaar, die dacht dat hij God was.

Terwijl iedereen bedreigd wordt door alle anderen, krijgen de profeten Geert Wilders, Thierry Baudet, Gert-Jan Segers, Pieter Omtzigt, Sylvana Simons, Kees van der Staaij, Farid Azarkan, Caroline van der Plas en Sigrid Kaag allemaal een beetje gelijk van Mark Rutte, die als enige al bijna elf jaar regeert.

Het allesomvattende, gekwelde individu dat zijn uitzondering als de regel beschouwt, is een complexe figuur. Maar dankzij het interview met Sylvana Simons dat vorige week in NRC Handelsblad verscheen, begrijp ik het iets beter. Daarin legt zij uit hoe het is als het universum begint en eindigt met jouzelf, terwijl je intussen door iedereen wordt tegengewerkt, als je alleen in de wereld staat, maar toch de maatschappelijke taak op je schouders torst om voor anderen ‘de spiegel’ te zijn.

Je hebt het dan natuurlijk niet makkelijk, maar dat je hiermee toch nergens zo op je plek bent als in Nederland, zie je aan het feit dat de familie Van Oranje, chronisch lijder aan het syndroom, hier al meer dan twee eeuwen stevig in het zadel zit.

Omdat prinses Amalia 18 jaar werd, verscheen pas een geautoriseerd portret van haar. De exclusieve opdracht werd verstrekt aan Claudia de Breij, een gekke meid die heel erg zichzelf is. Ze kan meteen de weg naar de paleisingang al niet vinden, salueert clownachtig een marechaussee, laat in haar autootje bananenschillen rondslingeren en krijgt vaak ‘inwendig de slappe lach’.

Toch krijgt ze na een eerste gesprek in de ‘blauwe salon’ en een lunch in het paleis van de koningin te horen: ‘Er is vertrouwen.’ En dat leek me terecht, want alles haalde ze uit de kast om haar plaats in de vaderlandse rij van trouwe Huisschrijvers te verdienen.

Alleen in de vorige eeuw werd die traditie van Oranjeverering kort onderbroken. In 1955 greep schrijfster Hella Haasse de opdracht aan om de 18-jarige Beatrix te portretteren als ambitieuze tegenstreefster van haar zweverige moeder, terwijl Renate Rubinstein in 1985 de rebelse, anti-institutionele fase documenteerde waar Willem-Alexander doorheen ging.

Maar met de schets van De Breij worden we historiografisch veilig terug gekatapulteerd in de tijd dat de koning gewoon nog God was. Ik was nog niet halverwege, of ik kon mij een beter staatshoofd, opgegroeid in een idealere familie, al niet meer voorstellen.

Intelligent, empathisch, kan mooi zingen, maakt goeie cocktails, heeft goeie vrienden, is gek op tiara’s, zich bewust van haar privilege, ‘niet ordinair’, zelfs filosofisch, praat problemen van zich af bij een psycholoog, winkelt met haar moeder, houdt van sporten, gelooft in ‘iets overkoepelends’, zou twee vrouwen op de troon ook leuk vinden, maar valt schijnbaar op mannen en beschouwt het ‘zichzelf niet bevrijden’ als ‘een keuze’.

Ik schrok op uit de roes door het nieuws. De Telegraaf meldde dat Amalia, tegen dringend overheidsadvies in, met honderd man haar verjaardag gevierd had in een partytent in de paleistuin. Nederland hield rechts aan en waarschuwde met lichtsignalen, en tegen de tijd dat ik de laatste zin van het boek (‘Niemand in Nederland zal er beter op voorbereid zijn dan zij’) las, hoorde ik premier Rutte zeggen dat koningen ‘ook maar mensen’ zijn.

Hoe leerde u spookrijden? Dat vergat De Breij aan Amalia te vragen.

Daniela Hooghiemstra is historicus. Zij schrijft elke week een wisselcolumn met Erdal Balci.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden