Verslaggeverscolumn Marjon Bolwijn

Hoe activisten bij de abortuskliniek Fatima op andere gedachten brengen

Fatima is tien weken en drie dagen zwanger en met haar zoontje in de kinderwagen op weg naar de abortuskliniek in Rotterdam-Zuid. De ingreep gaat haar niet in de koude kleren zitten, maar een andere uitweg ziet ze niet. Ze heeft vijf kinderen: twee met haar man en drie uit een vorige relatie. Haar echtgenoot draagt ook nog bij aan de zorg voor kinderen uit zijn eerste huwelijk. En dat van het karige salaris van de marktkoopman, die zes dagen in de week vis verkoopt en zondags boent voor een schoonmaakbedrijf. Aan het eind van elke maand kleurt het banksaldo steevast rood. Voor anticonceptie is geen geld en periodieke onthouding blijkt zo veilig niet.

Kliniek Utrecht waarschuwt bezoekers. Beeld Marjon Bolwijn

Op vijftien meter voor de ingang van de kliniek bewegen drie mannen en twee vrouwen rond een campingtafeltje met folders en een gesloten zwart koffertje. Ze geven elke passant een visitekaartje. Ook ik krijg er een aangeboden, vlak voordat Fatima zal naderen.

‘Er is altijd hulp’, zegt een 60-plusser van de pro-lifeorganisatie ‘Schreeuw om Leven’ minzaam. Elke laatste donderdag en eerste dinsdag van de maand staan ze hier. Ik vertel niet hulpbehoevend te zijn, maar als verslaggever hier mijn licht op te steken omdat abortusklinieken melding maken van agressievere en in aantal toenemende acties van anti-abortusbewegingen.

Vrouwen die voor de deur worden uitgemaakt voor ‘moordenaar’, foto’s van geaborteerde foetussen onder de neus krijgen geduwd, soms zelfs tot in de wachtkamer van de kliniek worden achtervolgd terwijl er intimiderend op hen wordt ingepraat.

Dat laatste gebeurde in deze kliniek in Rotterdam, vertelt directeur Gerrit Zomerdijk. Ook zijn de sloten dicht gekit en stickers ‘Abortus is moord’ in de lift geplakt. Hij spreekt van een ‘nieuwe, hardere vorm van pressie’, gericht op ‘kwetsbare, jonge vrouwen’ die volgens hem niet over één nacht ijs gaan bij het besluit hun zwangerschap te laten afbreken.

Ze praten eerst met de huisarts, daarna met de verpleegkundige en de arts in de kliniek, krijgen vervolgens vijf dagen bedenktijd en ook vlak voor de ingreep wordt opnieuw en indringend gevraagd of ze achter hun keuze staan. ‘Bij de geringste twijfel behandelen we niet.’ Het is het goed recht van activisten te demonstreren, benadrukt hij, ‘maar ze horen respect te hebben voor een andere mening’.

Activisten in Rotterdam. Beeld Marjon Bolwijn

‘Wij oordelen niet en zouden een vrouw die voor abortus kiest nooit van moord beschuldigen’, zegt de 60-plusser van Schreeuw om Leven. Hij distantieert zich van agressieve acties van andere pro-lifeorganisaties. ‘Wij martelen vrouwen niet met enge verhalen en foto’s, maar bieden hulp. We gaan voor verbinding, want wij zijn voor een god van liefde.’

De strategie van verbinding zou wel eens effectiever kunnen zijn dan die van schreeuwlelijkerds en intimiderende achtervolgers. Terwijl ik met de activist praat en hij op mijn verzoek het zwarte koffertje op de campingtafel opent, zie ik vanuit een ooghoek dat zijn twee vrouwelijke collega’s diep in gesprek zijn met Fatima, zittend op een koude betonnen rand. De peuter houdt zijn moeder nauwlettend in de gaten. Het koffertje blijkt gevuld met vijf kunststof modellen van embryo’s en foetussen, van kort na de bevruchting tot 20 weken jong.

De twee vrouwen omhelzen Fatima en gaan fluisterend met haar in gebed. Bij het afscheid klinkt: ‘Ga nu het leven vieren. Volgende week komen we bij je langs.’ Terwijl de vijf activisten zwijgend hun folders inpakken en het tafeltje inklappen, vertelt de zwangere moeder dat de ‘liefdevolle woorden’ van de activisten haar over de streep trokken. Bij het naderen van de kliniek was ze in gedachten bij de foetus in haar baarmoeder. Het hartje klopt en er zijn nu armpjes en beentjes. ‘Ik heb een geweten, maar we hebben geen geld voor nog een kindje erbij’, troostte ze zichzelf.

In de zwarte koffer. Beeld Marjon Bolwijn

En toen stonden ineens de twee vrouwen voor haar neus. Of ze haar konden helpen. ‘Ik vertelde over de abortus. ‘Het kindje hoeft niet weg’, zeiden ze. Ze gaven mij dertig euro en beloofden het eerste jaar de luiers te zullen betalen en andere spulletjes die ik nodig heb.’

De kliniek zal deze ochtend tevergeefs op Fatima wachten. De afspraak zegt ze niet af. Directeur Gerrit Zomerdijk noemt het ‘bedenkelijk’ dat vreemden een vrouw op zo’n kwetsbaar moment, zo kort voor de ingreep, ompraten en geld in de hand drukken. Het zal hem niet verbazen als Fatima binnenkort weer op de stoep staat. ‘Ze zal beseffen dat na het eerste babyjaar nog zeventien jaren volgen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.