Column Erdal Balci

Hij werd de mooiste foto van de mislukte integratie in dit land

Ik keek naar de oude man met het gezicht als de verf van zijn Volkswagenbusje bij het schroot. De zachte regen drupte op zijn groengele muts. In zijn ogen nog steeds de treurnis om de zaken die niet helemaal naar wens waren gelopen. Na een kort gesprek zei hij dat ik de groeten moest doen aan mijn vader en liep door. Het licht van de straatlamp bescheen zijn iele lijf en hij werd de mooiste foto van de mislukte integratie van de minderheden in dit land. De avond had de waarheid over de echte oorzaak van de armoede bij deze mensen moeten verhullen, maar geen leugen die langer standhoudt dan vijf decennia.

In Nederland wordt over alles net zolang gedebatteerd totdat de praters en de luisteraars er uit vermoeidheid bij neervallen. Maar wat het mislukte integratiebeleid met mensen met een niet-westerse achtergrond in economisch opzicht heeft gedaan, daar rust de mantel der politieke correctheid op. Zwijgen is weliswaar aangenaam, maar het is geen pleister, geen gaasje voor op de wonden. Nu niemand het erover heeft, zit er niets anders op dan dat ik het maar roep: ‘De grootste armoede in Nederland is het gevolg van het feit dat de integratie van de moslimmigranten faliekant mislukt is.’

In de straat waar ik de oude man tegenkwam, bestelde ik een kopje koffie. Ik dacht aan dat Volkswagenbusje van hem, waarmee hij vroeger ieder jaar met het hele gezin naar het uiterste oosten van Turkije reed. Sjofel was hun kleding, de motor van de Volkswagen beter verzorgd dan de timide kinderen, de bagageruimte volgepakt met spullen voor de familie, het gaspedaal niet ingedrukt maar bemind; om niet halverwege Duitsland, maar pas in de buurt van Oostenrijk te hoeven tanken.

In september waren ze terug. Ze kwamen bij ons op de koffie en hij begon dan op zachte toon te vertellen: ‘Na twee jaar durfde ik aan mijn broertje te vragen wanneer hij eens de huur ging betalen. Jullie zullen het nooit geloven, maar hij pakte mijn hoofd, zette hem klem onder zijn arm en mepte met zijn andere hand mijn gezicht. Ik had hem ook wel geslagen als ik de kans had gekregen, maar weet je, alle andere broers van mij stonden aan zijn kant. Hij woont nog steeds in mijn huis. Tsja, wat kan ik er aan doen... Ik kan mijn eigen broer toch niet op straat zetten... Wat zouden de mensen dan denken over mij?’

Een harde werker en een begenadigde spaarder was hij. Zijn huis zo sober ingericht als de kamers van monniken, zijn bedeesde vrouw altijd in vergeelde kleren, geen cent voor het onderwijs van de kinderen. Bij schoolreisjes bleef het kroost gewoon thuis; de zonen omdat het geld kostte, de meisjes sowieso vanwege het strenge geloof.

Voor de bouw van moskeeën overal in Europa kwamen ze bij hem en bij alle anderen aankloppen. Dan werd wel diep in de buidel getast, want wat zouden de mensen anders over hen zeggen? Om de vijf jaar kwamen zakenmannen uit Turkije met de blijde boodschap dat ze weer eens een bedrijf hadden opgericht dat enkel de islamitische wijze van zakendoen hanteerde. Dus geen rente-uitkering, maar gezamenlijk delen in de winst. Alle Turken gaven al hun spaargeld. Hij dus ook. Die bedrijven gingen altijd failliet, het wachten was op bedrijven met nieuwe namen, maar wel hetzelfde verhaal.

Altijd stond de Turkse televisie aan: volop propaganda voor de Turkse staat en veel reclame voor nieuwe zakelijke investeringen, speciaal voor de landgenoten in den vreemde. Net als alle anderen was ook de man die ik in een straatje ben tegengekomen snel overtuigd. Iedereen kocht toch huizen in de streken waar ze vandaan kwamen...? Al het geld, werkelijk al het geld werd gestopt in de aanschaf van woningen in de van oudsher economisch wankele landen. Met een miljoen mensen waren ze gefocust op die landen van herkomst en het povere leven hier was de zure appel waar ze doorheen beten.

De bejaarde man die ik in Utrecht tegenkwam, draaide zich even om en liep dan weer verder. In het donker kon ik zijn treurige ogen niet meer zien. Maar de vijftig jaar oude leugen was ontmanteld in deze zachte regen. Zijn dunne, zwakke benen droegen hem voort naar zijn armoedige leven in Nederland. Zijn hoofd altijd in dat geboorteland, al wat hij verdiend heeft ook, in lucht opgegaan tussen die mooie bergen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden