Hij kon ongelooflijk keten

Reacties op het overlijden van Michaël Zeeman (1958-2009)

Zeeman toonde zijn gasten Rome alsof hij de stad zelf had gebouwd. Een echte Europeaan, die grote man met die haperende motoriek, die aanzat bij de intellectuele fine fleur van elke stad.

Frits Spits in zijn radioprogramma Tijd voor Twee dinsdag:


‘Michaël ken ik sinds mijn televisieprogramma Nieuwsspits uit 1989. Toen al was ik onder de indruk van zijn enorme kennis van de literatuur en zijn vermogen daar boeiend over te vertellen.
Dat hij ook goed kon schrijven heeft hij in de afgelopen twintig jaar bewezen in zijn persoonlijke werk en zijn stukken voor de Volkskrant. Ik las ze altijd.

In mijn programma gaf hij ieder jaar commentaar bij de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. En hoe onbekend de schrijver of schrijfster ook was, hij kende het werk altijd. Nooit vergeet ik zijn enthousiaste beschrijving van de winnaar van 1998, de Portugese schrijver José Saramago.

En het boek dat hij toen aanprees: De Stad der Blinden. Het staat in mijn Top Tien aller tijden. Toevallig deze zomer las ik het nieuwste boek van Saramago en toen moest ik weer even aan Michaël Zeeman denken. Dat zal voortaan ook gebeuren als een nieuwe winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur bekendgemaakt zal worden. Nooit meer zoals het was.’

Frans Timmermans is staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken:


‘Het was eind juni 2007. Wij zaten in een busje dat vanuit het centrum van Rome onderweg was naar mijn oude middelbare school, Saint George’s, op 16 kilometer aan de Via Cassia. Naast mij zat de correspondent van de Volkskrant, die ik tot dat moment alleen nog maar van naam kende. Een grote man, lang en breed, met de haperende motoriek van een anti-sporter, wiens zenuwen en spieren eenvoudigweg niet opgewassen zijn tegen de lichamelijke dimensies die de natuur hem geschonken had.

Niet alleen daarom de Nederlandse versie van Stephen Fry, want ook als een mitrailleur aan het sproeien met prachtige citaten, met kennis van Rome en de Romeinse geschiedenis. Om binnen een seconde naadloos over te gaan op een tirade tegen de verloedering van het Nederlandse onderwijs, de verheerlijking van de middelmaat en het anti-intellectuele klimaat in Europa.


Op het moment dat we op de Via Cassia het graf van Nero passeerden en ik de geschiedenis van die plek toelichtte, eenvoudigweg omdat ik er als kind vlakbij woonde en het verhaal dus al vaak gehoord had, kon hij het niet laten in nog veel groter detail erop in te gaan. Daarmee zette hij de toon voor onze vriendschap die vanaf dat moment zou ontstaan. Want ik houd ook van dit soort wedstrijdjes, die op anderen ongetwijfeld een ijdele en pedante indruk maken, maar die de spelers veel plezier opleveren, zowel in het overtroeven als het overtroefd worden.


Indruk

Iedere keer als wij elkaar daarna weer ontmoetten, ik denk zo’n vijftien keer in de twee jaar die zouden volgen, begon ons gesprek met: ‘Wat heb jij gelezen, waarvan ben je onder de indruk, wat valt tegen, wat zijn de mooiste citaten, wat mag je echt niet missen.’


Wij moesten bij die duels ook vreselijk om onszelf lachen, twee dikke ijdeltuiten die de uomo universale zaten te spelen, maar in feite beiden strictly alpha waren, dus wel degelijke boekenwurmen, maar met een totaal gebrek aan inzicht in alles wat maar in de buurt van bèta kwam.


Als we de rituele dans eenmaal achter ons hadden, volgden de urenlange gesprekken over literatuur, politiek, onderwijs, Europa, de Volkskrant (waar hij net als ik een haat-liefdeverhouding mee had). Hij was de Gargantua van de letteren, de Bardamu van het onderwijs, het Oskarchen van de politiek en de Gattopardo van Europa.
Beter dan de meeste anderen las hij de tekenen des tijds. Hij zag en voelde de morele, maatschappelijke, intellectuele, economische en institutionele crisis van Nederland en de westerse wereld op een manier die niet alledaags is, want het was vooral een empathische beleving: hij voelde het meer dan hij het met nuchtere analyses of feiten kon staven.

Het maakte van hem een overtuigd Europeaan, met een groot gevoel voor urgentie. Dat dreef hem en daarin schuilt ook zijn blijvende erfenis. Deze fakkel ook namens hem blijven dragen, zie ik als een opdracht, als het antwoord op dat vreselijke gezwel dat veel, veel te vroeg een einde maakte aan Michaëls leven.’

Sandra Rottenberg organiseerde het afgelopen jaar lezingen met Michaël Zeeman als gespreksleider in Felix Meritis.


‘Toen ik hem leerde kennen, dacht ik dat het een man was met wie ik het nooit zou kunnen vinden, maar dat viel reuze mee. Ik ging meteen in de aanval over iets dat hij had geschreven. Dat vond hij leuk. Ik heb ervan genoten de globaliseringslezingen met hem voor te bereiden en na te bespreken. Hij kon ook onzeker zijn en de clown uithangen, maar ik heb hem leren kennen als een betrokken en ook heel lieve man. Dat had ik niet gedacht.’


Bertien Minco maakte als VPRO-redacteur Zeemans eerste tv-programma Nachtsalon (1994-1996). Later het literaire praatprogramma Zeeman met boeken(1996 tot 2002).


‘Hij wist altijd meteen precies wat hij wilde. Hij kwam de eerste keer naar de studio in De Plantage en gaf ons meteen een hoorcollege. We hadden niks te doen. Hij had de regie geheel in handen maar was ook onzeker. Televisie is een genadeloos medium. Hij kreeg veel kritiek en dat trok hij zich ook aan. Ik vond hem een heel interessante, gezellige en lastige man met een briljante, snelle geest. Vooral zijn langere interviews vond ik geweldig, zoals met de schrijver Philip Roth. Hij had een sterke eigen mening, maar kon in zo’n gesprek heel goed contact maken. Dat is een zeldzame combinatie.’

Linda Bouws is directeur van Felix Meritis in Amsterdam. Zij schakelde Zeeman in 1987 in voor het programma Gulliver, dat culturele contacten tussen Oost- en West-Europa wil bevorderen.


‘We namen Michaël mee naar Leningrad en sindsdien heeft hij in het debat in dat internationale netwerk een grote rol gepeeld. Die aanraking met de Oost-Europese cultuur heeft hem sterk beïnvloed. Maar door zijn langdurige contacten met denkers als de Hongaarse schrijver György Konrád kon hij hen ook ontboezemingen ontlokken. Konrád vertelde hem in Felix Meritis dingen die zelfs zijn vrouw verbaasden. De hele zaal was ontroerd.’


Xandra Schutte is hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer:


‘Hij moet 35 zijn geweest toen ik hem voor het eerst ontmoette, ik eind twintig en toen al had hij de neiging te vousvoyeren. ‘Hoe maakt u het, mevrouw.’ In Zeeman met Boeken was hij niet alleen de primus inter pares, maar ook de gangmaker en vriend van iedereen, dus ook van de cameramensen of mensen van de grime. Hij kon ongelooflijk keten, het was een woord dat hij zelf gebruikte. Vlak voor de uitzending trok hij zich terug om zich te concentreren. ‘Ik ga me even verhangen jongens’, zei hij dan. In al zijn grootheid kon hij ook steun bij je zoeken. Ik heb meegemaakt dat Germaine Greer hem voor een zaal vol vrouwen alle hoeken van het podium liet zien. Heel ontwapend kon hij dan achteraf zeggen: ‘Was ik niet goed dan? Ik stelde toch de goede vragen?’


Hij leefde een voorbeeldig intellectueel leven, haast het leven van de generatie voor hem. Hij reisde tentoonstellingen af, voelde zich thuis in alle wereldsteden en dineerde niet alleen in Nederland met de fine fleur maar ook in Parijs, Berlijn of Rome. Hij kan met recht een Europese intellectueel worden genoemd. Ik heb wel eens bij hem in Rome gelogeerd. Hij leidde je rond alsof hij Rome zelf had gebouwd. Hij was een man die literatuur en kunst volkomen serieus nam.

Het meest heeft hij me ontroerd toen hij als leider van een debat bij de presentatie van m’n essaybundel Maskerade in travestie kwam opdraven. Hij had een pruik als mijn haar, kleren als de mijne en hij had zich als mij laten opmaken. Later vertelde hij dat hij voor deze gelegenheid een bh was gaan kopen, ik geloof bij Hunkemöller. De juffrouw die hem hielp had gevraagd voor wie het was. ‘Voor mezelf’, had hij geantwoord.Je ziet het voor je: die twee meter lange man in een pashokje in een dameszaak staan.

Natuurlijk, het leverde ook een mooi verhaal in zijn mooie taal. Ook zijn sms’jes leken met zijn beste vulpen op geschept papier te zijn geschreven. Zijn laatste sms aan mij: ‘Hopelijk vergaat het jou beter. Wees gegroet.’

Bas Heijne in NRC Handelsblad:


‘Hij was een intellectueel in de klassieke betekenis van het woord: hij las niet om aan het leven te ontkomen, maar om er dieper in door te dringen. Nieuwe boeken, oude boeken, debuten en klassieken, biografieën en memoires, fragiele dichtbundels, massieve volledige werken, overzichten en deelstudies, ze vormden zijn natuurlijke habitat.


In zijn dankwoord bij de ontvangst van de Gouden Ganzenveer hield hij een filippica tegen een culturele elite die het geloof in zichzelf kwijt was. Zeeman had te veel gevoel voor humor om een cultuurpessimist te zijn, hij was te scherpzinnig om overal enkel teloorgang en verval te zien, maar in deze kwestie was hij bloedserieus.
Naast dit alles was Michaël Zeeman een sprankelende interviewer en gespreksleider, de beste van Nederland; wie deelnam aan een podiumgesprek met hem voelde zich al snel opgenomen in een wijds en verreikend gesproken essay.’


John van der Stokker is filosoof/schrijver en lezer van de Volkskrant:


‘Het was de laatste tijd al zo onheilspellend stil rond Michaël Zeeman. Als argeloze Volkskrantlezer denk je dan: hij zal toch niet ziek zijn. Ach nee, is dan je volgende gedachte: een vent in de kracht van zijn leven; die zit vast ergens stiekem en stilletjes aan een roman te werken of is ergens in Europa of een ander werelddeel zijn licht aan het opsteken, om dat straks in sprankelende analyses over ons uit te gieten.

Niet dus! Het lot heeft hem op ongenadige wijze getroffen. Met hem verliest niet alleen de Volkskrant maar heel denkend en cultureel Nederland een voorspreker van een voor onze contreien zeldzaam hoog niveau. Want de benaming ‘journalist’ is een te strak pak voor deze universele geest.

Zeeman deed in zijn recensies en analyses niet slechts verslag, maar liet je zien en denken op een wijze die de eenvoudige bespreking en beschouwing verre oversteeg. Hij gaf ze diepte, zin en perspectief. En dat is niet in de laatste plaats te danken aan de inspirerende geesten aan wie hij zelf zijn denkkracht ontleende en die hij hier te lande heeft aangeprezen: Philip Roth, Andreï Makine, José Saramago, Imre Kertész, Ismail Kadare, David Grossman, en, niet te vergeten, Sándor Márai. Met deze auteurs heeft Zeeman ons even zo vele vensters op de wereld geopend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden