Column

Hij had de oude dame wel een beetje van me afgepakt

Column Sander Donkers

Het was vroeg en nog stil in de tram, dus welbeschouwd was het een tikje opdringerig dat de bejaarde vrouw naast me in het bankje schoof. In de stad is het toch een ongeschreven regel: zolang het kan, hou je een beetje afstand.

Beeld ANP

Ze was héél oud. De vorm van haar schedel schemerde al door de flinterdunne huid. Maar ze had zich moedig opgedoft. Met teveel rouge, een fleurig sjaaltje en van die klikoorbellen, die elk moment van haar losse oorlellen af konden glijden. Het haar dat ze zelf in de spiegel had kunnen zien was zorgvuldig tot kapsel gekamd, maar het achterhoofd kwam zo uit bed.

'Zó', begon ze vanuit het niets. 'Hele huis weer aan kant.' Om er nog voor ik 'goh' of 'nou nou' kon zeggen raadselachtig aan toe te voegen: 'Maar goed, op slófjes hoor.'

Ze gunde me geen tijd om alle vragen te stellen die ik opeens had over die slofjes, want er was een kwestie. Dat ze naar haar zoon moest, die het trouwens allemaal niet cadeau had gekregen, met die heup en zo, en dat ze de straat waar hij woonde heus wel wist te vinden - je nam gewoon lijn 3 en dan stak je bij de halte de weg over, ging je bij die groentezaak de hoek om en was je er al bijna. Maar het punt was dat ze niet meer wist wanneer ze de tram uit moest. Het was iets met Frederik, kom, ik kon haar vast wel helpen.

Dat kon ik. 'Als u één halte na mij uitstapt', zei ik, 'bent u op het Frederik Hendrikplantsoen.' Even kauwde ze op die informatie, toen trok ze haar conclusie. Als ze nou eens samen met mij uitstapte... 'Dan wacht ik gewoon op de volgende tram en die neem ik dan één halte.'

Zij opgelucht, ik met de gebakken peren. Want wat te doen? Uitleggen dat dit niet de handigste manier was, of haar vergezellen? In het eerste geval voelde ik nieuwe verwarring in de lucht hangen, in het tweede kwam ik te laat op mijn afspraak.

'Frederik Hendrik?', klonk het achter ons in een vet Surinaams accent. 'Ik ga dáárheen.' De vrouw en ik draaiden tegelijkertijd ons hoofd om en keken recht in een vriendelijk, kogelrond gezicht.

'O!', veerde ze op.

'Dus u...?', vroeg ik.

'Ja toch', zei de man.

Alles was opgelost. De vrouw draaide zich een kwartslag, plantte haar beentjes in het gangpad en begon over haar zoon. Zat altijd maar thuis op de bank. Niet dat-ie het kon helpen, maar het was niks voor een vent. De Surinamer knikte belangstellend. En ik voelde een steek. Want hij had haar wel een beetje van me afgepakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.