column eva hoeke

Hij doet niks hoor, zegt de vrouw over haar pitbull-puppy, in de treincoupé tegen Eva Hoeke

Ik zat verkeerd: de trein die me thuis zou brengen reed er met een rotvaart langs en ging daarna in één keer door naar Hoorn. Ik kende Hoorn van vroeger, mijn eerste vriendje kwam ervandaan. In de zomer, wanneer de mensen door de hitte uit huis gedreven op plastic stoelen op straat zaten, Hazes door de ramen schalde en zijn stiefvader, een gozer die amper ouder was dan wij en met een matje onder een Ajax-pet en een joint in zijn hand zijn moeder achternajoeg, zwierven wij door de stad of het pas aangelegde bosplan, zonder geld, zonder zorgen, zonder enige kans van slagen ook. Een mooi stadje, voor wie van oud houdt, oud met een rafelrand, en ik had er best eens willen terugkeren om te zien of zijn stiefvader nog altijd waarheid vond in reggae, of zijn moeder nog altijd huilde bij November Rain en of het bosplan inmiddels was uitgegroeid tot een heus bos. Maar nu was het laat en baalde ik. ‘Niets aan te doen’, sprak de Man monter vanaf zijn positie op de bank, volgens mij hoorde ik voetbal op de achtergrond.

In Hoorn stapte ik uit.

Ik herkende niets.

Een kwartier later reed ik weer terug naar waar ik vandaan kwam. Ik was al bijna ingedommeld toen er ter hoogte van Purmerend een vrouw instapte wier pitbull meteen op me af denderde.

‘Ho!’, riep ik, terwijl hij zijn bakkes tegen mijn knie duwde.

De vrouw: ‘Hij doet niets, hoor.’

Ze was gekleed in een grijs joggingpak, ging tegenover me zitten en zei: ‘Het is nog maar een puppy. Dit is de tweede keer dat hij in een trein zit. ­Eigenlijk doet-ie het heel goed.’ Ze maakte een geluidje met haar tong. ‘Kom hier.’

De hond draafde naar haar toe, zijn nagels tikten op het linoleum.

‘Waarom heeft hij dat ding dan om?’ vroeg ik, toch een beetje beledigd. Ik wees op zijn dikke nek, waar een soort halster omheen zat geknoopt. De vrouw keek zei: ‘O, dat. Ik heb drie weken geleden een klapper gemaakt met de fiets. Toen is hij met zijn keeltje tegen de trapper gekomen. En omdat bij hem alles altijd in het kwadraat gaat, was het gelijk helemaal dik.’ Ze lachte een snel, ratelend lachje. Het had iets nerveus. ‘Eigenlijk moet-ie rust houden, maar met zo’n hond kan je niet thuis gaan zitten, dan sloopt-ie de tent. Als je ’m geen beweging geeft gaat hij misschien ook lelijk doen tegen andere hondjes, of kindertjes. Dus nu heb-ie zijn eigen net uitgeleefd in het IJsselmeer, en als we zo thuiskomen gaat-ie dat allemaal verwerken en heb ik voorlopig geen kind aan hem. Dan hoef ik er pas weer om twee uur uit.’

Ik keek haar verbaasd aan. ‘Vannácht?’

Ze knikte. ‘Ze mogen niet langer dan zes uur binnen wezen. En dan heeft-ie nog niet genoeg aan een uur ook. Not enough.’ Weer dat zenuwachtige lachje. Er passeerde een man, de hond kwam al omhoog, maar dit keer hield de vrouw hem vast.

‘Heb je geen partner met wie je af kunt wisselen?’, vroeg ik.

‘Gelukkig niet’, zei ze. ‘Híj is mijn partner. En ach, ik ben het gewend, ik heb ervoor getekend. En ik wil geen problemen met de politie, dus beter dat hij elke dag zijn ei kwijt kan. Niet veel honden zijn zo rustig hoor’, zei ze weer.

Bij Purmerend Overwhere gingen ze eruit.

‘Doei-doei’, zei de vrouw. ‘Fijne reis.’

Ik moest nog even.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden