Column

Hier alvast een bijdrage voor het 'Cruijff-aforisme naar keuze'

Ik heb al wat voor jullie thema bedacht.

Beeld Pixabay / CC-BY-SA

Wat is erger dan een themanummer? Inderdaad, schríjven voor een themanummer. Grappig dat u dat ook vindt.

Ik hou helemaal niet van mails als: 'Beste Peter, de redactie van Het geknakte ruggetje heeft voor haar tiende nummer een thema bedacht, te weten: wie mag er van jou omkomen bij een aanslag? Hopelijk vind je het leuk om de persoon van jouw keuze uit te luiden met een gedicht, een kort verhaal of een cartoon.'

Er zijn schrijvers die floreren onder dit soort dwang, maar ik krijg er haaruitval van. Wel popel ik gek genoeg al enige weken om, voor Hard Gras of zo, een 'Cruijff-aforisme naar keuze' te illustreren met 'een persoonlijke anekdote'. Raar.

Als ze me benaderen, eis ik snel 'elk nadeel heb z'n voordeel' op. Voor je het weet springt Herman Koch erop, al heeft die waarschijnlijk wel wat anders aan zijn hoofd. Maar hij lijkt me ook een uitsteller, iemand die eind januari in tranen naar de CPNB belt, of hij een maand extra mag, één maandje maar, wat is nou één maand, godverdomme - maar misschien is dat projectie.

1. Het nadeel

Toen ik vanuit Limbabwe met een bot door mijn neus naar Utrecht verhuisde, heb ik me laten ontgroenen. We moesten twee weken lang kakken in een kuil, uren op appel staan, en de kruipruimtes van een gekkenhuis uitmesten. Ik durf niet eens naar Son of Saul, omdat dan 'alles weer terugkomt'.

Dat ontlasten diende trouwens te gebeuren in het zicht van honderdvijftig andere domoren. Dus vroeg je iemand die ook aandrang vertoonde om er even voor te komen staan, met als ongeschreven kampregel dat jij diegene achteraf dezelfde dienst bewees. Zo stond ik een keer voor ene Bas. En toen Bas klaar was, en ik eindelijk eens kon gaan snuiten, wandelde hij gewoon weg. Bas studeerde tandheelkunde. Waarom verbaast ons dat niet?

We sliepen drie uur, en tijdens die drie uur kwam op een keer de Senaat langs. Wij op appel. Ik stak een vinger op en meldde dat meneer de rector een kop had alsof die lang geleden op sterk water was gezet.

Weinig lol aan beleefd. Diezelfde week moest ik tussen 03.00 en 05.00 op strafbezoek in de Senaatskamer. Een andere blasfemist, ene Max, werd meteen tot 'Fikkie' gebombardeerd. Hij moest plaatsnemen in een mand, slobberde jenever uit een hondenbak en kefte als hem wat gevraagd werd. Wanneer een van de kutstudenten een kersenbonbon ophield, moest hij als de bliksem naar haar toe kruipen en gooide ze de lekkernij in zijn bek. (Drieënzestig stuks).

Ik gaf twee uur lang antwoorden waarvan de Senaat nog voor ik uitgesproken was gehakt maakte. Ik kreeg niet één bonbon. Tegen het einde werd er uit de gaarkeuken een enorme pan met lauwe andijviestamppot gehaald. Ik moest mijn hoofd erin steken, tot voorbij mijn kin.

2. Het voordeel

Toen ik met dat hoofd vol geronnen aardappelpuree, andijvieslierten en spekjes, het Lucas Bolwerk op strompelde, zoekend naar mijn fiets, stonden twee kerels op mijn kettingslot te beuken met soort machete.

'Stoor ik', vroeg ik.

Toen ze opkeken en mijn raar geboetseerde kop zagen, slaakten ze ontzette kreten, en sloegen in krabbengang op de vlucht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden