Verslaggeverscolumn Ariejan Korteweg

Hevien Dahly bestond de eerste helft van haar leven niet, maar nu is ze ambassadeur voor asielkinderen

Hevien Dahly: ambassadeur asielkinderen.

Stuur haar naar een borrel waar ze niemand kent, en ze vindt haar weg. Easy peasy. Dat krijg je als je bent op­gegroeid in azc’s. Daar is het ook een komen en gaan van mensen. Je maakt vrienden en dan vertrekken ze weer, meestal zonder aankondiging of verhuisbericht. Zodoende is ze flexibel en overal inzetbaar, zegt ze lachend. Keerzijde: hechten doe je niet gemakkelijk, daar krijg je ­later maar last van.

Hevien Dahly zou wel drie handen willen hebben, of vier, om de kansen te pakken die ze ziet. De verslaggever heeft minstens evenveel handen nodig om haar enthousiasme te noteren.

Ze is nu twintig en de eerste helft van haar leven bestond ze niet. In Dokkum geboren als kind van Koerdische asielzoekers die in 1997 uit Afrin in Noord-Syrië vluchtten. Uiteindelijk kregen ze in december 2009 asiel. Hevien is vaak verhuisd en in een nieuwe klas beland, ze heeft weleens onder een boom op het Malieveld in Den Haag moeten slapen. Klasgenootjes mee naar huis nemen deed ze niet. Op school was ze stil.

Dat is nu wel anders. Bekijk je haar profiel op LinkedIn, dan denk je met een veertiger van doen te hebben. Duizend dingen en nog wat: jongerenambassadeur bij Defence for Children, vice-voorzitter Jonge Socialisten Rijnmond, burgerhulpverlener, vrijwilliger ver­halenhuis Belvédère… Ze kreeg de ­Levende Steen Onderscheiding en eentje van de Socrates International Honour Society. Beheerst acht talen, waaronder oud-Grieks.

Ze duikt geregeld op, in media en op congressen. Ik kwam haar op het spoor via Hans Spekman, voormalig voorzitter van de PvdA en de man die, met Ed Anker, aan de wieg stond van het kinderpardon. Dat was in 2009. Ze troffen elkaar bij een manifestatie op het Plein voor het Binnenhof. Hevien was zo’n beetje de eerste die voor dat kinderpardon in aanmerking kwam, vertelde Spekman.

Het lijkt een mooi idee die ontmoeting tien jaar later te herhalen. Helaas, Spekman moet door overmacht afzeggen. Hevien heeft mooie herinneringen. ‘Het waren daar allemaal mannen in nette pakken’, zegt ze. ‘Meneer Spekman kleedde zich anders, dat sprak me aan. Hij zag dat ik paniekerig was voordat ik het podium op moest. Let op je ademhaling, zei hij.’

Met staatssecretaris Harbers bij de Kameringang. Beeld ANP

Overwinning of niet? Dat is de vraag waar voorstanders van een ruimhartiger asielbeleid mee zitten nu het kinderpardon is af­geschaft. Nog eenmaal een regeling, discretionaire bevoegdheid weg bij de staatssecretaris, geen meewerkcriterium meer, een versnelling van de procedures.

Wat ze ervan moet denken… ­Hevien twijfelt. Ze had het graag aan Spekman gevraagd: moeten we dit als een overwinning vieren? Haar eigen partij, de PvdA, heeft het er de afgelopen jaren bij laten zitten, vindt ze. De ChristenUnie is consequenter geweest.

De strijd om het kinderpardon was steeds een kwestie van n=1. Je had Mauro, je had Sahar, je had Lili & Howick en Nemr – individuele ­gevallen die het grote verhaal moesten blootleggen. Ook Hevien heeft dat heel vaak gedaan. De eerste keer was in 2008 op het Schouwburgplein in Rotterdam. ‘Er was nooit naar me omgekeken. Vanaf dat moment bestond ik, er werd naar me geluisterd.’ Ze bleek er goed in te zijn, werd woordvoerder van de familie en daarna van kinderen die op asiel in Nederland wachten.

Haar fascinatie voor politiek stamt uit die tijd. ‘Er waren op het Plein zo veel mensen, dat gaf me een gevoel van warmte en hoop. Als klein meisje al volgde ik Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk, keek op teletekst om de uitkomst van de debatten over het generaal pardon te volgen.’

Taartjes uitdelen met Gohar. Beeld RV

Vorige week stond ze weer op het Plein, dit keer om taartjes uit te ­delen met de kinderen die nu op kinderpardon wachten. Voelt ze het als haar plicht zich in te zetten?

Even is het stil. ‘Ik heb me dat vaak afgevraagd’, zegt ze. ‘Een andere asielzoeker, een meisje van 14, zei: Nederland heeft mijn jeugd afgepakt. Zo wil ik niet denken. Ik heb een lot uit miljoenen getrokken. Toeval speelt mee. Was ik blond, heette ik Petra de Boer en kon ik goed haren knippen of een bus besturen, dan zou ik dat doen. Nu help ik mensen een beetje, hoop ik.’

Wat ze ervan leerde? ‘Dat alles een beperkte houdbaarheid heeft. Dus wil ik er het maximum uit ­halen. Als student rechten, als vrijwilliger, voor de kinderen.’

Ze gaat op de foto, molen op de achtergrond. Lachend: ‘Dan zien ze hoe geïntegreerd ik ben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.