Opinie PVV

Hetze van de PVV tegen Marokkanen richt enorme schade aan

Waarom kreeg Geert Wilders bij de Algemene Politieke Beschouwingen geen weerwoord meer, vraagt Leo Lucassen zich af.

Wilders interrumpeert premier Rutte tijdens de Algemene Beschouwingen, 19 september. Beeld ANP

‘Er stroomt een Marokkanengif door de straten van Nederland. Dat is geïmporteerd en gekoesterd door allen die nu vandaag en gisteren krokodillentranen huilen.’ Aldus fractieleider van de Partij voor de Vrijheid Geert Wilders een week geleden tijdens de Algemene Beschouwingen. De directe aanleiding was de schokkende moord op Derk Wiersum, advocaat van de kroongetuige Nabil B.. Dat geen enkele van zijn medeparlementariërs, bewindslieden of de Kamervoorzitter, in de Kamer de behoefte voelde Wilders op deze stigmatiserende uitspraak aan te spreken, laat zien hoe normaal we dit soort groepsbeledigingen in korte tijd blijkbaar zijn gaan vinden.

In 2014, hetzelfde jaar van de gewraakte ‘minder, minder’-uitspraak, gebruikte Wilders deze term ook al eens. Destijds spraken linkse politici als Asscher, Samsom, Van Ojik, Roemer en Pechtold er schande van en beschuldigden Wilders van haatzaaien. In de woorden van de toenmalige SP-fractievoorzitter Roemer: ‘Hij gaat elke keer een stap verder. Nu gaat het niet meer om mensen die overlast veroorzaken, maar nu is het gewoon een hele groep.’ Dit keer was het vooral stil in het huis van de democratie.

Je zou kunnen zeggen dat hier sprake is van Wildersmoeheid en iedere snipper aandacht er een te veel is. Maar daarmee accepteren we dat er inmiddels een diepgeworteld Marokkanen-stigma bestaat, met grote maatschappelijke gevolgen. Het criminele gedrag van een kleine minderheid wordt de hele groep aangerekend en draagt bij aan de een inmiddels wijdverbreide discriminatie op de arbeidsmarkt, etnisch profileren door de politie en een algeheel wantrouwen tegen Nederlanders met een Marokkaanse naam. Dat is schadelijk voor nakomelingen van Marokkaanse gastarbeiders, maar evenzeer voor de samenleving waarvan zij deel uitmaken.

Joden

In dat opzicht vertoont het anti-Marokkanenstigma gelijkenissen met het stereotype waarmee Joodse immigranten en hun nageslacht vanaf de 17de eeuw te maken kregen. De vergelijking met joodse immigranten ligt door de holocaust begrijpelijkerwijs uitermate gevoelig, maar is wel degelijk op zijn plaats. Want er is een aantal structurele overeenkomsten in het stigmatiseringsmechanisme.

In beide gevallen ging het om een zeer negatief beeld dat systematisch werd uitgedragen door gezaghebbende instanties en personen en dat tot een sociale afstand leidde. In beide gevallen werd dit sterk gemotiveerd door een religieuze vooroordeel. Zowel het jodendom als de islam werden beschouwd als gevaarlijke religies, waarvan de aanhangers er op uit zouden zijn de christelijk en seculiere samenleving te ondermijnen. Denk bijvoorbeeld aan het idee, eveneens door Wilders gepropageerd, van de takiyya, waardoor moslims nooit tegen een ‘ongelovige’ zouden toegeven wat hun ware plannen zijn.

De ideeën over de orthodox-joodse immigranten in de 17de en 18de eeuw, die een geliefd mikpunt van agressie en spot waren, wijken niet veel af van die over Marokkanen. En ook hun maatschappelijke positie en de toevlucht tot georganiseerde criminaliteit vertoont parallellen. Zo beschrijft de historica Florike Egmond hoe er in de 18de eeuw Joodse bendes ontstonden die op grote schaal (gewelddadige) inbraken pleegden, zowel in de stad als op het platteland.

Net als bij de hedendaagse ‘mocro-maffia’, waren die netwerken gemengder dan de etiketten doen vermoeden en ging het om een kleine minderheid. Maar net als bij de ‘Marokkanen’ nu werden alle groepsleden erop aangesproken en stond het hun integratie in de weg. En tot slot zien we in beide gevallen een tegenreactie waarbij met name orthodoxe voorgangers en geloofsgenoten probeerden de ‘eigen’ groep van de rest van de samenleving te isoleren.

Tweederangs burgers

Er zijn uiteraard ook verschillen. De Joodse minderheid zag zich geconfronteerd door aanmerkelijk hogere barrières dan de Marokkaanse Nederlanders nu. Zo bleven Joden tot 1796 bij wet tweederangs burgers en werd het antisemitisme tot in de 20ste eeuw nauwelijks ter discussie gesteld. Met als gevolg dat Joodse Nederlanders bijna drie eeuwen minderheid bleven. Uiteindelijk leidde die systematische stigmatisering tot een nog steeds bijna onvoorstelbare georganiseerde massamoord tijdens het nazi-regime.

Veel kinderen en kleinkinderen van Marokkaanse gastarbeiders, hoe ongelukkig getimed het begin van hun integratieproces ook was aan het begin van een lange recessie die eind jaren zeventig inzette, maken een veel snellere sociale stijging door. Zoals de spectaculaire toename in de afgelopen jaren van het aantal leerlingen in havo/vwo bijvoorbeeld laat zien. En anders dan vroeger gelden racisme en discriminatie als verwerpelijk.

Dat neemt niet weg dat de nu al vijftien jaar aanhoudende hetze van politici als Wilders tegen ‘Marokkanen’ (en ‘moslims’) en de normalisering ervan wel degelijk grote maatschappelijke schade aanricht. Dat een klein deel van de kleinkinderen van Marokkaanse immigranten het foute pad op gaat is geen enkel excuus om deze zorgelijke ontwikkeling niet krachtig te bestrijden.

Leo Lucassen is directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. 

Lees meer over de PVV

De telefoon wordt nooit opgenomen, oud-Kamerleden verdampen en debat binnen de partij is er sowieso niet. Wel zijn er echte kiezers. Maar die maakt het niet uit welke partij hun frustratie verwoordt. Bestaat de PVV eigenlijk wel?  Lees hier het opiniestuk van Ariejan Korteweg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden